Pedagogiek
Eéndagskinderen: ‘Eigenlijk zou je geen opvang voor één dag per week moeten aanbieden’
In Nederland werken de meeste moeders parttime. Dit betekent dat kinderen meestal twee á drie dagen in de week naar de opvang komen. Deze kinderen zijn vaak snel gewend en op hun gemak. Maar sommige kinderen komen slechts één dag in de week. Hoe zorg je dat zij snel op hun plek zitten?
Herken jij deze signalen bij baby’s? Zo ontdek je opvallend gedrag
Als je op een babygroep werkt ben je van dichtbij getuige van de razendsnelle ontwikkeling van jonge kinderen. daarom speel jij een belangrijke rol in het tijdig signaleren van eventuele zorgen in de ontwikkeling. Maar hoe herken je dergelijke signalen? Waar let je op, hoe help je een baby vooruit, en wat bespreek je met ouders?
Maakt de verplichte babyscholing echt een verschil?
De wetenschappelijke inzichten stapelen zich op: baby’s hebben meer nodig dan we hen voorheen konden bieden op de opvang. Specifieke aandacht, afgestemde interactie, rust en ruimte. De verplichte babyscholing moet pedagogisch professionals helpen om daarop in te spelen. Maar, werkt dit ook zo in de praktijk?
Baby’s en dreumesen die niet zelf willen spelen: ‘Laad hun batterij voldoende op’
Baby’s en dreumesen spelen nog niet echt met elkaar, maar naast elkaar. Alleen sommige kleintjes weigeren zelfstandig te spelen. Die lijken alleen tevreden in de armen van jou als pedagogisch medewerker en eisen daarmee al je tijd en aandacht op. Hoe ga je om met deze aandachtvragertjes?
Pm’ers té druk met slaaprituelen baby’s: ‘Geen tijd meer voor de grotere kindjes’
'Vroeger legde je baby's in bed en gingen ze slapen, nu moet je ze op de arm in slaap sussen’. Pm'er Kim nam ontslag omdat ze, mede hierdoor, niet meer genoeg aandacht aan de oudere kindjes kon geven. Slaapcoach Marleen Hulst hoort vaker dat pm'ers de werkdruk te hoog vinden door alle slaaprituelen. Wat is er toch aan de hand met dat slapen? En hoe kun je het makkelijker maken?
Ook fijne motoriek kinderen holt achteruit: ‘We bewegen én knutselen te weinig’
We horen het al jaren: omdat kinderen minder buitenspelen en meer tijd achter schermpjes spenderen, holt hun grove motoriek achteruit. Maar het blijft niet alleen bij de grove motoriek. Er zijn ook steeds meer kinderen met een zwakke fijne motoriek. Hoe komt dit precies, wat zijn de gevolgen en wat kun je er als pedagogisch medewerker aan doen?
Vraag aan de coach – Ons lunchmoment is zo onrustig’
In deze rubriek bespreekt Mique van Gorp een casus uit haar praktijk.
Wennen op de opvang: ‘Tussen de 2 en 3 maanden wennen ze heel snel’
Een nieuwe opvangdag, nieuwe kansen. Hoe zou het afscheid gaan? De pm'er staat klaar om het kind over te nemen: een kort afscheid, dat is het beste. Weifelend laat de ouder los. Een kus, een zwaai, en misschien nog een berichtje: ze is lekker aan het spelen. Pedagoog Scarlet Hendrickx-van Stokhem vindt dat de focus te veel ligt op het kort afscheid nemen. Zeker als het kind nog moet wennen: ‘Máák er maar een ritueeltje van. Op de lange termijn bespaart dat juist tijd.’
Kinderen die niet lekker in hun vel zitten: wat kun je doen?
Neerslachtigheid, zwaarmoedigheid, somberheid of depressiviteit: het overkomt niet alleen volwassenen en jongeren, ook kinderen. Sterker nog: zelfs baby’s kunnen hier al last van hebben. Hoe ga je hiermee om op de opvang?
‘Hoe beter je jezelf kent, hoe beter je voor kinderen kunt zorgen’
Een kind dat heel erg onder je huid zit? Goede kans dat zo'n kind gedrag vertoont dat in jouw eigen kindertijd is afgekeurd, zegt pedagoog Rhodé van den Berg (37). 'Alles wat je zelf als kind hebt geleerd en meegemaakt, neem je mee in je werk. Pm'ers moeten zich daarvan bewust zijn', vindt Rhodé, die zelf ook werkte in de kinderopvang. Wij interviewden haar over haar eerste boek. 'Als professionals zich bewust zijn van hun eigen (hechtings)gedrag, kunnen ze daarop inspelen.'
Over pedagogiek
Pedagogische keuzes in de kinderopvang
De vier pedagogische doelen van Marianne Riksen-Walraven vormen de basis van de kinderopvang. Maar daarmee is de branche er nog niet. Want waartoe dient de kinderopvang en hoe doe je dat: een goede pedagogische leefomgeving bieden aan het jonge kind en dat vaak in een wisselende groep? De Pedagogische kaders en het Pedagogisch curriculum geven houvast.