Anja Booi is kritisch op de term ‘zorgkinderen'. Die term legt het probleem volgens haar voornamelijk bij het kind, terwijl de infrastructuur rondom de sector tekortschiet. Als stafpedagoog bij Kinderopvang SKR in Ridderkerk ziet ze dagelijks wat er misgaat wanneer het probleem bij het kind wordt gelegd, zonder te kijken naar het systeem. In dit interview vertelt ze waarom taal ertoe doet, wat er structureel veranderd moet worden en hoe zij vanuit haar eigen organisatie probeert het verschil te maken. Een gesprek over taal, systeemfalen en wat er écht nodig is voor kinderen.
Bij Partou werken zeven VE-managers aan de samenwerking tussen de instanties die betrokken zijn bij voorschoolse educatie en passende kinderopvang. Ze werken inmiddels samen met zo’n 60 gemeenten. Wat kunnen we daarvan leren?
Kinderen die slaan, schoppen of spullen kapotmaken. Maar ook kinderen die stilletjes aan de rand van de groep verdwijnen. Steeds vaker lijken pedagogisch professionals te maken te krijgen met kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Lector Pedagogiek en bijzonder hoogleraar Ruben Fukkink ziet één oplossing steeds belangrijker worden: samenwerken. Met onderwijs, jeugdhulp én met elkaar.
Stel je voor, een peuter zit midden in een flinke woedeaanval. Je hurkt bij hem neer en probeert rustig te praten. Toch lijkt dit alleen maar averechts te werken. Hij wordt nog bozer en plotseling krijg je een harde mep vol in je gezicht. Wat zou jij doen?
Peuter Dylan zat tijdelijk in een pleeggezin, omdat zijn moeder het ouderlijk gezag niet aankon. Nu mag hij weer bij z'n moeder wonen. Maar er is wel één voorwaarde: Dylan moet vijf hele dagen naar de kinderopvang komen.
Het begint al goed: zonder dat de inschrijving bevestigd is, staan de ouders met haar op de stoep. Al snel wordt duidelijk dat hun jonge peuter ook nog een zorgenkind is: Anica heeft ernstige reflux. Na een paar dagen zeg ik tegen de locatiemanager: 'Dit is echt niet te doen...'
De zorgen om jonge kinderen nemen toe. Niet omdat kinderen fundamenteel veranderd zijn, maar omdat de context waarin zij opgroeien én de systemen die hen moeten ondersteunen onder druk staan. Dat was de centrale boodschap tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Landelijk Overleg Peuteropvang (LOP). Deze stond dit jaar in het teken van de toenemende zorgvragen bij peuters.
Jina is 2 jaar en nieuw op de peutergroep. Ik ben al voor haar gewaarschuwd: als andere kinderen te dicht in Jina’s buurt komen, kan ze heel heftig reageren en soms flink bijten. ‘Dat leert ze hier wel af’, zeg ik, en ik besluit haar goed in de gaten te houden. Maar al na een paar dagen is het raak.
Wanneer we denken aan stress bij kinderen, denken we vaak aan huilen, terugtrekken of zichtbaar overprikkeld raken. Maar bij hyperarousal bevindt het zenuwstelsel zich voortdurend in een verhoogde staat van paraatheid. Het lichaam staat als het ware continu klaar om te reageren. Tricky: veel mensen hebben het niet door.