Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Samen sterk voor zorgenkinderen: ‘Pp’ers denken soms dat ze alles zelf moeten oplossen’

Kinderen die slaan, schoppen of spullen kapotmaken. Maar ook kinderen die stilletjes aan de rand van de groep verdwijnen. Steeds vaker lijken pedagogisch professionals te maken te krijgen met kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Lector Pedagogiek en bijzonder hoogleraar Ruben Fukkink ziet één oplossing steeds belangrijker worden: samenwerken. Met onderwijs, jeugdhulp én met elkaar.
Beeld: Adobestock / Photographee.eu

Voordat we het over oplossingen hebben, is het volgens Fukkink goed om stil te staan bij een belangrijke vraag: wat is eigenlijk een zorgenkind? ‘Er bestaat geen scherpe definitie’, zegt hij. ‘Iedereen die zich zorgen maakt om een kind, kan het al snel een zorgenkind noemen.’ Volgens Fukkink gaat het om een brede groep. Sommige kinderen laten opvallend gedrag zien: ze gooien, duwen, slaan of verstoren voortdurend de groep. Maar minstens zoveel aandacht verdienen de kinderen die nauwelijks opvallen. ‘De stille kinderen die aan de rand van de groep zitten en nergens aan meedoen. We noemen dat internaliserend probleemgedrag. Dat springt minder in het oog dan druk of agressief gedrag, maar ik maak me er minstens zoveel zorgen over.’

Netwerk rondom het kind

Dat juist deze kinderen baat hebben bij goede samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp is volgens Fukkink vanzelfsprekend. De ondersteuning die nodig is, verschilt namelijk per situatie. ‘Soms kan een pedagogisch professional met een aangepaste aanpak al veel bereiken. Soms zijn de uitdagingen groter en heb je een pedagoog, intern begeleider of jeugdhulpspecialist nodig. Het gaat erom dat je rondom het kind een netwerk organiseert.’

Hoogleraar Ruben Fukking, fotograaf: Monique Kooijmans

Dat is niet alleen belangrijk voor het kind, ook voor medewerkers maakt het een wereld van verschil. ‘De valkuil van veel pedagogisch professionals is dat ze denken dat ze alles zelf moeten oplossen. Terwijl sommige kinderen zo veel vragen dat je er ’s avonds zelfs wakker van ligt. Dat is niet gezond. Goede samenwerking zorgt ervoor dat medewerkers zich gesteund voelen en weten waar ze terechtkunnen.’

Inclusief – ook voor medewerkers

De discussie over inclusieve kinderopvang wordt vaak gevoerd vanuit het perspectief van kinderen en ouders. Volgens Fukkink ontbreekt daarbij regelmatig een derde perspectief: dat van de medewerker. ‘We willen richting inclusieve kinderopvang. Maar die opvang moet niet alleen inclusief zijn voor kinderen en ouders. Ze moet ook inclusief zijn voor de mensen die er werken. Daarmee bedoel ik dat medewerkers zich welkom, ondersteund en toegerust moeten voelen om hun werk goed te doen. Die basiswaarde die we richting kinderen uitstralen – je bent welkom op de groep – moet je eigenlijk ook naar je medewerkers uitstralen.’

Ruben Fukkink is naast onder meer Jochen Devlieghere, Anne-Marie Stevens en Patrick de Goede een van de sprekers tijdens het Jaarcongres Management Kinderopvang op 4 september 2026. Tijdens zijn sessie neemt Ruben Fukkink deelnemers mee in de nieuwste inzichten rond samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs om zorgenkinderen zo goed mogelijk te ondersteunen. Daarbij deelt hij praktijkvoorbeelden, succesfactoren én lessen uit recent onderzoek. Meer info en aanmelden >>

Een teamsport

Uit onderzoek van Ruben Fukkink onder honderden pedagogisch professionals blijkt dat samenwerking een belangrijke succesfactor is bij het ondersteunen van kinderen met extra zorgbehoeften. ‘Het werk wordt als zwaar ervaren. Maar één factor maakt een enorm verschil: heb je collega’s en specialisten om op terug te vallen? Sommige medewerkers weten precies wie ze kunnen inschakelen. Anderen hebben geen idee waar ze terechtkunnen. Daar zit echt de crux.’

‘Onderzoek toont aan dat (inter)professionele samenwerking samenhangt met betere uitkomsten voor kinderen’

Voor managers ligt daar volgens hem een belangrijke opdracht. Samenwerking moet structureel georganiseerd worden. ‘De kinderopvang is een teamsport. Net als in het voetbal bereik je meer wanneer je als team opereert dan wanneer iedereen op zijn eigen eiland werkt. Wat managers kunnen doen, is investeren in sterke teams, duidelijke ondersteuningsstructuren en samenwerking met partners rondom het kind. Er zijn organisaties die met vliegende specialistische teams werken. Andere organisaties zetten jeugdhulpspecialisten direct op groepen in. Er wordt op veel plekken al ontzettend slim nagedacht over oplossingen.’

Waarom samenwerking met onderwijs werkt

Fukkink deed de afgelopen jaren ook onderzoek naar samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Daarvoor werden tientallen locaties in heel Nederland bezocht: van organisaties die intensief samenwerken tot locaties waar kinderopvang en onderwijs nog grotendeels gescheiden opereren. Wat hem vooral verraste, waren de uitkomsten. ‘Ik verwachtte vooral positieve effecten voor professionals. Dat zag ik ook. Maar we vonden daarnaast dat (inter)professionele samenwerking samenhangt met betere uitkomsten voor kinderen.’

Tijdens zijn congressessie op het Jaarcongres Management Kinderopvang deelt hij de inzichten uit dit onderzoek. Over de concrete resultaten wil hij nog niet te veel verklappen, maar: samenwerking is geen doel op zich. ‘Het gaat uiteindelijk om de vraag wat het oplevert voor kinderen, ouders en professionals. Daar zien we interessante effecten waar ik dieper op in zal gaan tijdens mijn lezing.’

logo KOTcast

Altijd op de hoogte van het allerlaatste nieuws en de belangrijkste verhalen uit de kinderopvang?
Luister onze wekelijkse podcast. Of abonneer je hier gratis, via Spotify.

Het Calimero-effect doorbreken

Toch verloopt samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs lang niet overal soepel. Fukkink ziet regelmatig wat wel het ‘Calimero-effect’ wordt genoemd. ‘Pedagogisch professionals voelen zich soms “kleiner” dan leerkrachten. Tegelijkertijd zie je op sommige plekken dat het onderwijs zich juist “groter” opstelt. Dan versterkt dat elkaar.’ De meest succesvolle samenwerkingen kenmerken zich volgens hem door gelijkwaardigheid. Dat begint al bij het leiderschap. ‘Bij IKC’s waar de samenwerking goed loopt, zie je bijvoorbeeld dat kinderopvang en onderwijs gelijkwaardig vertegenwoordigd zijn in het management. Ook organiseren ze gezamenlijke studiedagen en spreken ze medewerkers aan als één team. Het maakt een groot verschil in de dagelijkse praktijk.’

Zijn belangrijkste boodschap? Die is eigenlijk verrassend eenvoudig. ‘Realisme is nodig, want de uitdagingen op het gebied van zorgenkinderen zijn groot. Maar we moeten ook niet onderschatten hoeveel verschil goede samenwerking kan maken. We kunnen echt iets betekenen voor kinderen, ouders én professionals.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.