De zorgen om jonge kinderen nemen toe. Niet omdat kinderen fundamenteel veranderd zijn, maar omdat de context waarin zij opgroeien én de systemen die hen moeten ondersteunen onder druk staan. Dat was de centrale boodschap tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Landelijk Overleg Peuteropvang (LOP). Deze stond dit jaar in het teken van de toenemende zorgvragen bij peuters.
Zijn we goed in, in 'ja maars'. Hoe vaak ik al dingen invul voor die ander of voor een situatie. Ja maar, ze heeft het al zo druk - dus vraag maar niet. Ja maar dit, ja maar dat. En wat blijkt? In de praktijk pakken de ‘ja maars’ vaak heel anders uit.
De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen en kinderopvang in Nederland inclusief zijn. Dat betekent: meer kinderen met extra zorgbehoeften naar de reguliere opvang. Een waardevol initiatief of een slecht plan? We legden deze vraag voor aan Betsy van de Grift, adviseur in de kinderopvang. Dit interview is het tweede artikel in de serie over 'Inclusieve opvang: goed idee of hartstikke nee?'
Het lijkt alsof er steeds meer kinderen met extra ondersteuningsbehoeften bijkomen in de kinderopvang. Hoe kun je zogenaamde ‘passende kinderopvang’ bieden? Waar klop je aan voor hulp en met wie werk je samen? Hoe zorg je ervoor dat deze extra ondersteuning niet ten koste gaat van de andere kinderen en het team?
Veel VE-aanbieders worstelen met het hoge percentage kinderen met een grotere zorgbehoefte in de VE-groepen. Ze ervaren de problematiek als ‘te zwaar' voor hun reguliere VE- groepen. Simone den Hollander, adviseur bij Sardes, ziet mede daardoor veel kinderen tussen wal en schip vallen. En Nikita Hermans van Kober kinderopvang vertelt hoe zij binnen Kober het aanbod voor deze groep peuters hebben ingekleed.
Het is een populair woord als het gaat over kinderopvang: zorgkinderen. Elk pedagogisch beleidsplan bespreekt de kinderen die om een of andere reden extra aandacht vragen. In een tijd waarin veel kinderen een label krijgen is de grens wanneer zij zorgkinderen zijn fluïde. Dit kan zorgen voor onzekerheid bij medewerkers. Heeft het kind een directe zorgvraag, of is het gewoon wat langzaam in de ontwikkeling?
Veel VE-aanbieders worstelen met het hoge percentage kinderen met een grotere zorgbehoefte in de VE-groepen. Ze ervaren de problematiek als ‘te zwaar' voor hun reguliere VE- groepen. Simone den Hollander, adviseur bij Sardes, ziet mede daardoor veel kinderen tussen wal en schip vallen. En Nikita Hermans van Kober kinderopvang vertelt hoe zij binnen Kober het aanbod voor deze groep peuters hebben ingekleed.
'We willen dat kinderen zoveel mogelijk in hun eigen wijk naar de kinderopvang kunnen gaan. Dat betekent dat je daar wat extra’s voor moet doen', stelt Elna Wattel, leidinggevende bij Kinderopvang De Kroevendonk. Met als gevolg: relatief veel kinderen met een zorgvraag op de groep. Sommigen van hen waren al doorverwezen naar speciale opvang. Maar in een poging om hun kind toch binnen de reguliere opvang te houden, klopten hun ouders eerst bij De Kroevendonk aan. Hoe lukt het de medewerkers om al deze kinderen een fijn plekje te geven?
Na Zeeuws-Vlaanderen, waar kinderen sinds begin 2022 gratis naar de kinderopvang kunnen, begint nu ook Groningen met een proef voor gratis kinderopvang voor werkende én niet-werkende ouders. Kleine kanttekening: ondanks dat het voor werkende en niet-werkende ouders is, kunnen niet álle ouders in de stad hier gebruik van maken. ‘We investeren ongelijk voor gelijke kansen.’
De PO-Raad vindt dat het kabinet meer moet doen om de kansengelijkheid van kinderen te vergroten. In aanloop naar het Tweede Kamerdebat op woensdag 7 juni pleiten ze voor drie wezenlijke veranderingen, waar ook de kinderopvang in betrokken wordt. Dit met als doel dat álle kinderen zoveel mogelijk dezelfde ontwikkelkansen krijgen.