De zorgen om jonge kinderen nemen toe. Niet omdat kinderen fundamenteel veranderd zijn, maar omdat de context waarin zij opgroeien én de systemen die hen moeten ondersteunen onder druk staan. Dat was de centrale boodschap tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Landelijk Overleg Peuteropvang (LOP). Deze stond dit jaar in het teken van de toenemende zorgvragen bij peuters.
Bij steeds meer kinderopvanglocaties groeit de aandacht voor meertaligheid. Niet alleen omdat groepen meer divers worden, maar ook omdat pedagogisch professionals zien hoeveel rijkdom het oplevert als kinderen al jong in aanraking komen met meerdere talen. Tweetalige kinderboeken kunnen daarin een mooie rol spelen.
Het wetsvoorstel voor bijna gratis kinderopvang doet de afgelopen weken veel stof opwaaien. De reacties laten opnieuw zien hoe verdeeld de sector is over de toekomst van de kinderopvang. Maar wat staat er nu eigenlijk precies in het wetsvoorstel? Arjen van der Plas van Van Ree Accountants en Tony Weggemans van Ayit delen in dit opiniestuk hun inzichten.
De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen en kinderopvang in Nederland inclusief zijn. Dat betekent: meer kinderen met extra zorgbehoeften naar de reguliere opvang. Een waardevol initiatief of een slecht plan? We legden deze vraag voor aan Betsy van de Grift, adviseur in de kinderopvang. Dit interview is het tweede artikel in de serie over 'Inclusieve opvang: goed idee of hartstikke nee?'
Iedere dag een leuke activiteit verzinnen kan best moeilijk zijn. Zeker als het ook nog eens binnen een thema moet passen. Maar waarom werken we eigenlijk met thema’s? Wat voegen ze toe? Kunnen we ze niet gewoon loslaten?
Alle kinderen zijn er. Liv zit naast mij aan tafel te kleuren. Plotseling stopt ze met kleuren, loopt van de tafel naar de kapstok. Ze pakt haar tasje en komt weer naast mij aan tafel zitten. ‘Heb je je koffertje weer mee?’ vraag ik. Liv knikt enthousiast. Het koffertje wordt door Liv uit het tasje gehaald en open gemaakt.
Een leuk verhaal om voor te lezen!
Het lijkt alsof er steeds meer kinderen met extra ondersteuningsbehoeften bijkomen in de kinderopvang. Hoe kun je zogenaamde ‘passende kinderopvang’ bieden? Waar klop je aan voor hulp en met wie werk je samen? Hoe zorg je ervoor dat deze extra ondersteuning niet ten koste gaat van de andere kinderen en het team?
Het is een populair woord als het gaat over kinderopvang: zorgkinderen. Elk pedagogisch beleidsplan bespreekt de kinderen die om een of andere reden extra aandacht vragen. In een tijd waarin veel kinderen een label krijgen is de grens wanneer zij zorgkinderen zijn fluïde. Dit kan zorgen voor onzekerheid bij medewerkers. Heeft het kind een directe zorgvraag, of is het gewoon wat langzaam in de ontwikkeling?
Sommige kinderen spreken thuis een andere taal dan op de kinderopvang. Vaak hebben deze kinderen de Nederlandse taal binnen mum van tijd onder de knie. Toch zijn er ook uitzonderingen: kinderen die niet goed uit hun woorden komen of helemaal niets zeggen. Hoe kun je daar als pedagogisch professional mee omgaan?