Beroepskracht-kindratio (bkr)

Bso’s zien nieuwe ratio van 1:12 helemaal niet zitten

In de luwte van de discussie over de nieuwe beroepskracht-kindratio voor baby’s, bereiden bso’s zich ook voor op een bkr-wijziging. Vanaf 1 januari 2019 mogen bso’s 12 7+’ers per pedagogisch medewerker opvangen, in plaats van 10. Maar veel bso’s zien dit, om allerlei redenen, helemaal niet zitten.

‘Geef kleine locaties langer de tijd om aan bkr te voldoen’

BOinK, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang, vindt dat kleine locaties het komende jaar meer tijd moeten krijgen om aan de nieuwe beroepskracht-kindratio te voldoen. Zij moeten zich wel aantoonbaar inspannen om aan de regels te voldoen. Maar een boete geven gaat BOinK te ver.

Van Ark: ‘Geen uitstel nieuwe bkr’

Staatssecretaris Tamara van Ark (SZW) ziet geen reden tot uitstel van de aangescherpte beroepskracht-kindratio voor baby’s, die per 1 januari 2019 van kracht wordt. ‘De sector heeft tijd gekregen om nieuw personeel te werven of personeel om te scholen. Ik zie geen reden om de aangepaste kwaliteitseisen verder uit te stellen.’

‘De discussie moet niet over kwaliteit gaan’

Gjalt Jellesma van BOinK begrijpt de financiële zorgen van de vijf kinderopvangondernemers over de nieuwe bkr voor baby’s. Ook hij wil, als belangenbehartiger van ouders, dat kinderopvang betaalbaar blijft. Toch staat Jellesma nog steeds volledig achter een nieuwe ratio voor baby’s.

‘Samenwerken is nu de beste strategie’

Er is onrust in de sector over de invoering van de nieuwe beroepskracht-kindratio voor baby’s. De twee brancheorganisaties hebben begrip voor de campagne die vijf kinderopvangondernemers tegen de invoering van de brk zijn gestart. Zij vinden echter ook dat samenwerking het beste middel om Den Haag naar de sector te laten luisteren.

Blog Sanne Bosmans – Geen 1 op 3, maar wat dan…

Ik heb de petitie ‘Kom op voor Kinderopvang’ getekend. Teken jij dit ook? Ik ben van mening dat een BKR van 1 op 3 de pedagogische kwaliteit geen boost zal geven. In dit blog lees je hoe je daar wel voor kan gaan zorgen.

‘Invoering bkr-maatregel baby’s niet verantwoord’

Vijf kinderopvangondernemers luiden de noodklok. Zij staan achter de kwaliteitsimpuls voor de kinderopvang, maar maken zich grote zorgen om de gevolgen van één maatregel: de nieuwe bkr voor baby’s. Met steun van branchepartijen starten zij vanaf vandaag een campagne: “Kom op voor Kinderopvang”.
Wet IKK

Drie-uursregeling niet in tijdvakken, maar exact aangeven

De drie-uursregeling, waarin organisaties minder beroepskrachten mogen inzetten, moet na 2018 exact worden vastgelegd in het beleidsplan. Het aangeven van tijdvakken waarin je mogelijk afwijkt, mag niet langer meer.
Wet IKK

Lobby voor inzet groepshulp in plaats van beroepskracht

Annelies Zoomers, directeur-bestuurder van SKOS Kinderopvang, denkt dat een groepshulp meer kan bijdragen aan kwaliteit dan een derde beroepskracht. Ze vraagt collega-ondernemers om haar lobby te steunen.

Zo werkt de drie-uursregeling kinderopvang

De vernieuwde drie-uursregeling, waarbij een kinderopvangorganisatie exact moet aangeven welke uren er minder pedagogisch medewerkers worden ingezet, leidt tot verwarring.

Over beroepskracht-kindratio (bkr)

Nieuwe bkr voor baby's en bso

De beroepskracht-kindratio (BKR), ook wel leidster-kindratio genoemd, is een veelbesproken onderwerp in de branche. Per leeftijdscategorie gelden er andere eisen voor het aantal kinderen dat één beroepskracht mag opvangen. In de babygroepen en op de bso-groepen voor de oudere kinderen gaat dit per 2019 veranderen.

Lees meer

Met de nieuwe wet- en regelgeving binnen de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang komen er ingrijpende veranderingen in de bkr. Voor baby’s mogen er vanaf  januari 2019 nog maar 3 baby’s tot 1 jaar per pm’er opgevangen worden. Voor de toezichthouder is een overtreding van de ratio vaak reden tot het geven van een slechte beoordeling of in ieder geval een waarschuwing. Voor de personeelsplanning en –inzet zijn de BKR-eisen leidend en het is vaak een hele puzzel om aan alle eisen te voldoen. Het ministerie heeft daarom een rekentool ontwikkeld om hulp te bieden bij het maken van de berekeningen.

Horizontale groepen

Duidelijk is dat de bkr-regels voor verticale groepen gunstiger uit lijken te pakken dan voor horizontale groepen. Op een horizontale groep mag een pm’er drie baby’s onder haar hoede hebben. In de leeftijdsgroep 1-2 jaar mag één pm’er vijf kinderen opvangen. In de verticale groep bestaat geen aparte ratio voor 0-1 jaar, alleen voor 0-2 jaar. Daar mag één pm’er vier kinderen van 0-2 jaar onder zich hebben. Pedagogen die voorstander zijn van horizontale groepen, vinden het jammer dat het realiseren van horizontale babygroepen met de nieuwe wetgeving een stuk lastiger wordt. Velen zijn bang dat de aparte babygroepen zullen gaan verdwijnen.

Groepsgrootte

Behalve de bkr speelt ook de groepsgrootte een rol. Babygroepen van 0-2 jaar mogen maximaal 16 kinderen tellen. Het aantal pedagogisch medewerkers is dan vier. In volledig verticale groepen van 0-4 jaar gelden specifieke eisen voor het maximum aantal kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie. Zo mogen op een verticale groep van 0-4 jaar waar 14 kinderen worden opgevangen, maximaal 8 kinderen jonger zijn dan één jaar. Peuterspeelzalen hanteren na 2018 dezelfde rekenmodellen als de dagopvang, met als verschil dat de ratio voor baby’s voor hen niet relevant is.

Vaste gezichten

Een andere belangrijke aanpassing is het vaste gezichtencriterium. Voor alle kinderen is een vertrouwde beroepskracht op de groep van belang, maar voor baby’s weegt dit belang extra zwaar. Uit onderzoek blijkt: hoe vertrouwder de volwassene, hoe beter de stressreductie. Voor baby’s gaat na 2018 gelden dat ze twee vaste gezichten toegewezen moeten krijgen en één van deze gezichten moet op de dagen dat de baby op de groep is aanwezig zijn. Als de groep zo groot is, dat er drie pm’ers op staan, mogen dit maximaal drie vaste gezichten zijn.

Maximaal twee groepen

Als de dagen per week variëren omdat ouders een flexibel pakket afnemen, hoeven kinderopvangorganisaties niet aan dit vaste gezichtencriterium te voldoen. Nieuw is dat kinderopvangorganisaties straks verplicht zijn om ouders en kind te informeren over de groep waar het kind naartoe gaat en welke pm’ers er die dag op de groep staan. Een kind mag op de dagopvang gebruikmaken van maximaal twee groepsruimtes.  In de peuterspeelzaal was dit maximaal één ruimte, maar dit gaat veranderen naar twee. Overigens valt spelen in een andere ruimte vanwege een speciale activiteit niet onder deze regel.