Toezicht kinderopvang

Toezicht en handhaving: de overeenkomsten met de toeslagaffaire

Een gevoel van machteloosheid en onrechtvaardigheid: dat bekruipt menig kinderopvangondernemer in het proces van de GGD-inspectie. Ans Keij, bestuurder van MIKZ Kinderopvang, ziet parallellen met de kinderopvangtoeslagaffaire. Buitenproportionaliteit en gestold wantrouwen, om maar wat te noemen.

Waarom je niet mag appen met de inspecteur van de GGD

Vanwege corona vinden onderzoeken van de GGD in principe niet plaats op locatie. Inspecteurs maken gebruik van alternatieve middelen zoals telefonisch informatievragen en beeldbellen. Een inspecteur kan dat echter niet zomaar doen. GGD-GHOR Nederland heeft daarom een advies opgesteld over de regels waaraan een inspecteur moet voldoen.
Toezicht kinderopvang

Inspecteurs GGD houden ook toezicht op naleving coronamaatregelen

Inspecteurs van de GGD zien de komende periode niet alleen toe op de naleving van de kwaliteitseisen uit de wet Kinderopvang maar ook op de coronamaatregelen die voor de sector gelden. Dat maakte koepelorganisatie GGD-GHOR bekend.
Toezicht kinderopvang

GGD’s pakken reguliere toezicht weer op

Vanwege de coronacrisis is het toezicht op de kinderopvang de afgelopen periode anders verlopen. De GGD’en pakken het reguliere toezicht op de dagopvang en gastouderopvang nu geleidelijk weer op. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk? 
Toezicht kinderopvang

Beeldbellen bij toezicht GGD: hoe gaat dat in zijn werk?

De GGD maakt bij het toezicht op de kinderopvang steeds meer gebruik van beeldbellen. Dat is gebonden aan een aantal voorwaarden. Zo mogen er geen opnamen worden bewaard zonder toestemming van de ouders en zijn WhatsApp en Facebook Messenger taboe. En pm'ers hoeven hun persoonlijke telefoonnummer niet te geven.
Toezicht kinderopvang

Ook personen búíten de kinderopvang moeten VOG aanvragen

Om de veiligheid van kinderen beter te waarborgen, geldt per 1 januari 2021 dat niet alleen personen die structureel aanwezig zijn op een kindercentrum een VOG moeten aanvragen, maar ook personen die structureel aanwezig zijn op andere locaties waar activiteiten van de kinderopvang plaatsvinden. De wet is breder getrokken, omdat kinderen juist op externe locaties, zoals een sportcentrum, kwetsbaar zijn.
Toezicht kinderopvang

In gesprek met GGD GHOR Nederland

Naar aanleiding van de artikelen over toezicht in Management Kinderopvang en de position paper van vijf kinderopvangorganisaties, kregen deze organisaties een uitnodiging van GGD GHOR Nederland om te komen praten. Doel van het overleg: problemen bespreken en beter onderling begrip. Bestuurder van Mikz Kinderopvang Ans Keij geeft namens de kinderopvangorganisaties haar indruk van dit gesprek op 30 november.
Toezicht kinderopvang

Zo wordt de kwaliteit van de kinderopvang gemeten in 2021

Waar let de inspecteur op tijdens een bezoek aan de dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en het gastouderbureau? Bekijk de modelformulieren van de Rijksoverheid, die gelden per 1 januari 2021.
Toezicht kinderopvang

Toezicht en handhaving: kinderopvang kan tekortkomingen vaker zelf herstellen

Het algemene beeld van toezicht en handhaving in de kinderopvang in 2019 is positief. Dat leidt staatssecretaris Van 't Wout af uit het Landelijk rapport toezicht en handhaving kinderopvang. Volgens hem is dit mede te danken aan de werkwijze herstelaanbod, die kinderopvangorganisaties de ruimte geeft om tekortkomingen nog voor het afsluiten van de inspectie te herstellen.
Toezicht kinderopvang

Zo is het toezicht geregeld tijdens de lockdown

Tot het einde van lockdown, dus zoals het er nu naar uitziet in elk geval tot 15 januari 2021, gelden er aangepaste regels voor het toezicht op de opvang. Dit aangepaste toezicht geldt voor kinderdagverblijven, bso en gastouderopvang.

Over toezicht kinderopvang

Toezicht, inspectie en handhaving kinderopvang

Tegelijk met de invoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) gaat er ook op het gebied van het toezicht op de kinderopvang veel veranderen. Toezichthouders bereiden zich hier nu op voor. Zo is het de bedoeling dat de afvinklijstjes en risico-inventarisatie verdwijnen en er meer ruimte komt voor de beoordeling van de pedagogische kwaliteit in de praktijk, vaak in samenspraak tussen de inspectie (GGD GHOR Nederland) en de kinderopvanghouder.

Lees meer

Houders van kindercentra moeten voldoen aan de eisen in de Wet kinderopvang. Gemeenten zijn hiervoor verantwoordelijk en hebben het toezicht uitbesteed aan de GGD. De GGD-inspecteur komt jaarlijks langs om te controleren of de houder voldoet aan alle eisen uit de wet.

Het bezoek van de GGD-inspecteur vindt vaak onaangekondigd plaats. De toezichthouder vormt zich een oordeel aan de hand van onder andere: observaties, de inrichting en het gebruik van alle ruimtes waar kinderen gebruik van maken, gesprekken met medewerkers, een gesprek met de houder, documentenonderzoek (de toezichthouder kan vragen documenten op te sturen of klaar te leggen) en schriftelijk of persoonlijk contact met de oudercommissie.Vervolgens stelt de toezichthouder vast of het kindercentrum of de peuterspeelzaal wel of niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Hij adviseert de gemeente daarna over eventuele maatregelen.

Vorm en omvang onderzoek

De toezichthouder komt elk jaar langs voor een inspectie. Soms is het nodig om vaker langs te komen. De vorm en omvang van de inspectie verschilt per type voorziening en situatie. Toezichthouders inspecteren daarom minder intensief bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn.

Nieuw kindercentrum

Als een houder een nieuw kindercentrum wilt starten, dan vraagt deze bij de gemeente opname in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) aan. De gemeente schakelt vervolgens de GGD in voor een onderzoek vóór registratie. De GGD en de gemeente zijn ‘Streng aan de Poort’: dit betekent dat de gemeente streng is bij het nemen van een besluit over een aanvraag en de toezichthouder kinderopvang van de GGD vraagt om het kindercentrum intensief te onderzoeken. Het nieuwe kindercentrum moet vanaf registratie volledig voldoen aan alle kwaliteitseisen.

Nader onderzoek

Als de toezichthouder tekortkomingen heeft vastgesteld, volgt een nader onderzoek. De toezichthouder richt zich dan op de onderdelen waaraan de kinderopvangvoorziening tijdens een vorig onderzoek niet voldeed. De toezichthouder onderzoekt of de tekortkoming is hersteld. Als dat het geval is krijgt de houder direct een definitief rapport.

Incidenteel onderzoek

Een incidenteel onderzoek vindt bijvoorbeeld plaats na een signaal of klacht van bijvoorbeeld ouders, gemeente of buurtbewoners. In overleg met de gemeente kan de GGD besluiten een extra onderzoek uit te voeren om vast te stellen of de kwaliteitseisen inderdaad onvoldoende worden nageleefd. Ook kan een incidenteel onderzoek plaats vinden omdat de houder bijvoorbeeld verzocht heeft om het aantal geregistreerde kindplaatsen te wijzigen.

Het rapport

De toezichthouder zet zijn bevindingen in een inspectierapport. Het rapport geeft de situatie weer van het moment van de inspectie. In het rapport geeft de toezichthouder een advies aan de gemeente. De houder ontvangt het rapport gemiddeld genomen binnen zes weken na de inspectie. Als er feitelijke onjuistheden in het rapport staan, dan stelt de toezichthouder die bij. De houder heeft de mogelijkheid om zelf een schriftelijke reactie op het rapport te geven (de zienswijze). Deze zienswijze wordt als bijlage van het rapport toegevoegd. Hierna stelt de toezichthouder het rapport binnen drie weken definitief vast. Na vaststelling ontvangen de houder en de gemeente het rapport.

Openbaar

De GGD-inspectierapporten zijn openbaar. De houder dient het rapport te bespreken met de oudercommissie en openbaar te maken, bijvoorbeeld via de website van de organisatie. Het rapport wordt ook openbaar gemaakt via www.landelijkregisterkinderopvang.nl. Zijn er overtredingen, dan kan de gemeente vervolgens handhavingsmaatregelen inzetten.

Handhaving

In uitzonderlijke gevallen grijpt de toezichthouder van de GGD in door de opvang direct stil te leggen. Dat gebeurt dan via een schriftelijk bevel. Dit kan alleen als de toezichthouder vindt dat de kwaliteit van de opvang bij een kinderopvangvoorziening zó tekortschiet dat onmiddellijke maatregelen nodig zijn.

Handhavingsmaatregelen

De gemeente besluit op basis van het rapport welke handhavingsmaatregelen zij inzet. De gemeente treedt op indien er niet wordt nageleefd. De Wko geeft de gemeente de mogelijkheid een aanwijzing te geven of een bestuurlijke boete op te leggen. Ook het opleggen van een last onder dwangsom (bestuursdwang) of het exploitatieverbod zijn handhavingsinstrumenten. De gemeente kan eveneens besluiten tot het verwijderen van de registratie van de inschrijving uit het LRKP.

Vastlegging handhavingsbeleid

Iedere gemeente stelt een handhavingsbeleid vast. In het handhavingsbeleid legt de gemeente vast hoe ze omgaat met overtredingen op de Wko en wanneer welke maatregelen genomen kunnen worden. Bij de gemeente is na te vragen hoe het gemeentelijke handhavingsbeleid eruit ziet. Veel gemeenten publiceren dit beleid op hun website. Indien een houder een handhavingsmaatregel opgelegd krijgt, kan deze hiertegen bezwaar maken. De wijze waarop dit moet gebeuren, staat beschreven in het besluit wanneer u een handhavingsmaatregel ontvangt.
(bron: Brochure Toezicht en handhaving kinderopvang – informatie voor ondernemers).

Nieuwe wet

Met ingang van de Wet IKK in 2018 verandert ook de inspectie. GGD GHOR Nederland werkt in totaal met vijf pilots toe naar het Nieuwe Toezicht in de kinderopvang. Naast ‘Samen observeren’ lopen bijvoorbeeld ook de pilots ‘Herstelaanbod’ en ‘Groene inspectiekwaliteit’.

Gastouderopvang

Voor gastouderbureaus en gastouders ziet het toezicht en de inspectie er anders uit. Meer informatie hierover leest u hier >>

Uitgelicht congres

Jaarcongres Management Kinderopvang 2021