Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties4

Gaten in het systeem: mishandeling in de kinderopvang blijft onder de radar

Met enige regelmaat wordt Nederland opgeschrikt door misstanden in de kinderopvang. Denk aan de mishandeling bij Happy4Kids in Dordrecht, die aan het licht kwam dankzij cameraopnames, en de Almeerse misbruikverdachte Jan B., die al maanden voor zijn recente aanhouding op non-actief werd gesteld, maar toch kon doorwerken in de kinderopvang. Waarom blijven misstanden zo lang onopgemerkt? We doken erin. En kunnen niet anders dan concluderen dat er gaten zitten in het systeem van toezicht. Bij meldingen van misbruik of mishandeling in de kinderopvang, doen de controlerende instanties GGD en de Vertrouwensinspectie weinig tot niets, dat behoort niet tot hun taken. Citaten als ’we zijn geen politie’ en 'we adviseren alleen' illustreren dit. Volgens Gjalt Jellesma van BOinK zouden we ons over de pedagogische kwaliteit van één op de tien kinderdagverblijven zorgen moeten maken.

Kind met handen voor haar ogen
Adobestock/amixstudio

Een peuter die stelselmatig in een donkere kast werd opgesloten, een kind waarvan beide ogen voor straf met pleisters werden afgeplakt, doorkomende tandjes die hardhandig werden doorgedrukt om het ‘klagen’ te laten stoppen. Het zijn geen verhalen uit een grijs verleden, maar voorbeelden van recente (vermeende) mishandelingen op verschillende kinderdagverblijven. Ze werden met ons gedeeld door onder meer pedagogisch professionals, stagiaires en docenten.

Jonge kinderen de dupe

Bij meldingen van misbruik of mishandeling in de kinderopvang, doen de controlerende instanties GGD en de Vertrouwensinspectie weinig tot niets, dat behoort niet tot hun taken. Betrokken partijen verwijzen naar elkaar, tijdens inspecties is er niks te merken, of er kan niets worden bewezen. De verantwoordelijkheid? Die ligt alleen bij de kinderopvanghouder zelf. Maar het systeem houdt er geen rekening mee, dat ook dáár de schoen kan wringen. Zo ontstaat een situatie waarin jonge kinderen de dupe worden van een al even ondoorzichtig als ondoortastend systeem.

Misstanden: In dit artikel doelen we met ‘misstanden’ op zowel mishandeling als (seksueel) misbruik. De focus in dit artikel ligt op emotionele en fysieke mishandeling. Met emotionele mishandeling bedoelen we onder meer: (stelselmatige) vernedering, machtsmisbruik, schreeuwen, opsluiting etc.

‘Lessen niet geleerd’

Gjalt Jellesma vindt dat ‘de lessen niet geleerd worden’ na bekende gevallen van misbruik en mishandeling in de kinderopvang. Zijn inschatting is dat zaken misgaan in zo’n één op de tien kinderdagverblijven. Dat kan variëren van ondermaatse tot zeer slechte pedagogische kwaliteit. Gjalt: ‘Wij zien dit soort zaken vooral op kleine kinderdagverblijven. Als het bij tien procent van de locaties niet goed gaat, zoals BOinK vermoedt, gaat het om zo’n honderdduizend kinderen. Het hopeloos verouderde GGD-onderzoek moet echt eens op de schop.’

Artikel gaat verder onder het kader

Wie hebben we onder meer gesproken?

  • Gjalt Jellesma, voorzitter BOinK: ‘Naar schatting gaat het bij 10 procent van de organisaties niet goed, vooral bij kleine organisaties. Dat gaat om heel veel kinderen.’ Hij noemt het GGD-onderzoek ‘hopeloos verouderd’, vindt dat administratie verplicht digitaal bewaard moet worden en dat meedoen aan LKK (kwaliteitsonderzoek) een verplichting zou moeten zijn.
  • Een mbo-docent op een ROC: een kwart van haar jaarlijks twintig stagiair(e)s maakt misstanden mee, variërend van grensoverschrijdend gedrag tegen kinderen tot inzet van BBL-ers die niet wettelijk is toegestaan.  Stuurde van ernstige misstanden een logboek en geluidsopnames naar een GGD. Dit bleef, behalve extra inspectie, zonder gevolgen voor de kinderopvang. 
  • GGD GHOR Nederland:GGD’en zullen bij een locatiebezoek niet snel feitelijke mishandelingen waarnemen, omdat medewerkers dit niet snel zullen doen waar een toezichthouder bij is. Het is ook niet de taak van de GGD om te oordelen of wel of geen sprake is van mishandeling.’ GGD’en handhaven niet, ze houden alleen toezicht en beoordelen de kwaliteit. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor de eventuele handhaving.
  • Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG): Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de kinderopvang. Handhaving verschilt per gemeente. Gemeenten zijn niet verplicht om er beleid voor te hebben. Een advies tot handhaving van de GGD aan gemeente kan leiden tot o.a. een aanwijzing, een last onder dwangsom en in uitzonderlijke gevallen tot een exploitatieverbod of verwijdering uit het Register.
  • Inspectie van het Onderwijs (Vertrouwensinspectie): De houder van de kinderopvang heeft overlegplicht met de Vertrouwensinspectie bij een vermoeden van misstanden. De Inspectie adviseert de houder over vervolgstappen. Controleert de GGD.
  • Een voormalig GGD-toezichthouder: vindt dat GGD’en vaak slagen in het verbeteren van pedagogische kwaliteit. Ze pleit ervoor om niet alleen naar instanties te wijzen, maar om pedagogisch professionals sterker te maken vanwege hun klokkenluidersfunctie.
  • Katinka Walhout, voormalige regiomanager en oprichter van KwaliteitWijzer: ziet ‘lerend toezicht en slimme kwaliteitsregie’ als dé manier om de pedagogische kwaliteit in de kinderopvang te versterken. ‘In Nederland is toezicht vooral achteruit kijkend. Bedoeld om te controleren, niet om kwaliteit te ontwikkelen.’
  • Beroepsvereniging PPINK-directeur Myrte van Gurp: hoort regelmatig dat pp’ers niet weten waar ze aan moeten kloppen om misstanden te melden: ‘De route moet herkenbaarder worden.’
  • Eigen & Wijzer, de organisatie waar de Almeerse misbruikverdachte Jan B. voorheen werkte en op non-actief is gesteld. De organisatie mailde ons: ‘Wij ervaren het contact met de GGD en de Inspectie als steunend.’ Ze zouden graag met Inspectie praten over een systeem om informatie te delen over medewerkers van wie de VOG na een misstand niet is ingetrokken.
  • Woordvoerder landelijke politie: de politie behandelt elke melding of aangifte over misstanden in de kinderopvang anders. ‘Het is steeds zaaksafhankelijk welke acties nodig zijn en wie er wordt betrokken.’

Harde cijfers

We vroegen, onder meer naar aanleiding van Gjalts uitspraken over zijn zorgen, lokale GGD’en om met ons te spreken. Harde cijfers kregen we alleen in de gemeente Amsterdam, die een lijst met zogenaamde ‘risicoprofielen’ van kinderopvangorganisaties online  plaatste. Een risicoprofiel kan de kleuren groen, geel, oranje of rood hebben. In de gemeente Amsterdam is 2 tot 3 procent van de kinderopvanglocaties aangemerkt als het zeer zorgelijke ‘rood’, wat overeenkomt met de (landelijke) inschatting van de GGD van de hoeveelheid locaties waar het niet goed gaat. Dit komt neer op 23 locaties in de gemeente Amsterdam. Kanttekening is dat er van 9 procent (74 locaties) nog geen profiel is omdat ze nieuw(er) zijn. Pas na twee volledige onderzoeken wordt een risicoprofiel opgesteld.

Artikel gaat verder onder het kader

Casus: ‘Ik kon nauwelijks geloven wat deze stagiaire vertelde’

Een mbo-docent op een ROC meldt ons dat ongeveer een kwart van haar stagiaires (twintig per jaar) misstanden meemaakt op hun stageplek. Dat varieert van grensoverschrijdend gedrag tegen kinderen tot inzet van BBL’ers die niet wettelijk is toegestaan.

Over één specifieke casus vertelt ze: ‘In eerste instantie kon ik nauwelijks geloven wat deze BBL-stagiaire mij in 2024 vertelde. Maar uiteindelijk heeft ze geluidsopnames gemaakt en een logboek bijgehouden. Toen ik die opnames hoorde, werd ik letterlijk koud vanbinnen.
Er werd hard geschreeuwd. De toon was kil, boos en ongeduldig.’ De stagiaire vertelde dat kinderen vaak aan hun capuchon opgetild werden en meegesleept. ‘Als kinderen niet wilden eten, werd het in hun mond gepropt.’ Er was volgens haar een peuter met een lui oog dat een oogpleistertje droeg. ‘Er werd ook een pleister op het goede oog geplakt. Dit kind onderging dit alles lijdzaam. 

‘Toen ik die opnames hoorde, werd ik letterlijk koud vanbinnen’

Een ander kindje was huilerig vanwege een doorkomend tandje. Een pedagogisch professional begon hard met haar vinger op het tandvlees te drukken. Het kind raakte compleet overstuur.’ De stagiaire wilde geen aangifte doen.  ‘Zelf kon ik geen aangifte doen omdat ik geen directe getuige was’, geeft de docent aan. ‘De geluidsopnames en het logboek zijn naar de GGD gestuurd. De GGD is naar aanleiding van de melding meerdere keren op inspectie gekomen.’

Wat zegt het rapport?

Uit de rapporten van de GGD blijkt dat er inderdaad naar aanleiding van deze waarnemingen een inspectie is uitgevoerd. Daaruit kwam naar voren dat er onvoldoende verantwoorde dagopvang werd geboden en dat niet werd gewerkt volgens de vier pedagogische basisdoelen.
Vier maanden later volgde een herinspectie. Dit rapport vermeldt dat de locatie zich op dat moment in een belangrijke ontwikkelingsfase bevond en dat er inmiddels een externe pedagogisch coach was aangesteld om te helpen bij het opstellen en implementeren van het pedagogisch beleid. Toch bleven er aandachtspunten. De conclusie was opnieuw dat de pedagogische praktijk op dat moment onvoldoende was.
Na weer vier maanden vond een derde onderzoek plaats. Tijdens deze inspectie werd een positieve ontwikkeling in het pedagogisch handelen vastgesteld. De GGD concludeerde dat er inmiddels verantwoorde dagopvang werd geboden en dat er werd gewerkt volgens de vier pedagogische basisdoelen.
Ook in het daaropvolgende inspectierapport, een half jaar later, werd dezelfde conclusie getrokken: de dagopvang was verantwoord en de pedagogische basisdoelen werden nageleefd.

GGD GHOR licht toe

GGD GHOR Nederland licht in een mail de rode risicoprofielen toe:Een risicoprofiel geeft aan of er aanleiding is voor (ernstige) zorg op niet-naleving van de kwaliteitseisen. Dit profiel wordt opgesteld om een inschatting te maken over de benodigde inspectie-activiteit bij een kindercentrum. Het uitgangspunt hierbij is meer toezicht waar nodig, minder waar kan. Als er aanleiding is voor zorg, dan houdt de GGD meer toezicht. Over het algemeen is het percentage kindercentra waar de GGD’en zich ernstige zorgen om maakt zo’n 2 tot 3 % van het totaal aantal voorzieningen (In Nederland, red.).

Inspecties van de GGD zijn gericht op naleving van de regels en op het verbeteren van de pedagogische kwaliteit. Wij vroegen GGD GHOR Nederland: is het eigenlijk wel mogelijk dat lokale GGD’en mishandelingen op kinderopvanglocaties ontdekken?

Happy4Kids

De Dordrechtse kinderopvang Happy4Kids die recent negatief in het nieuws was, presteerde volgens inspectierapporten drie jaar achtereen ondermaats, maar bleef wel open. Saillant detail is dat het slechte presteren niet eens over de pedagogische kwaliteit ging. Er was steeds opnieuw sprake van een herstelaanbod. Nooit kwam naar voren dat het pedagogisch handelen niet in orde was. Pas in het laatste rapport, naar aanleiding van een melding, werd deze conclusie getrokken. Als er geen camerabeelden als bewijs waren geweest, was de mishandeling daar niet aan het licht gekomen en was Happy4Kids, ondanks ‘slechte’ rapporten, tot op de dag van vandaag gewoon opengebleven.

‘De GGD is geen politie’

Maar niet overal hangen camera’s en GGD GHOR Nederland erkent zelf ook: ‘Mishandelingen zien we natuurlijk niet. De GGD is geen politie.’ Zo’n antwoord klinkt misschien gek, maar is eigenlijk logisch. Want wie mishandelt er een kind tijdens een GGD-inspectie?

Toch stelt GGD GHOR Nederland dat de GGD’en slechte pedagogische kwaliteit wel kunnen signaleren: ‘Dat merk je bijvoorbeeld aan de stabiliteit en rust op de groep. Maar deels is een inspectie wel degelijk gewoon een momentopname. En moeten we er inderdaad ook op vertrouwen dat alle partijen, dus zowel de ouders, de beroepskrachten, de houder en de omgeving, hun verantwoordelijkheid nemen om hun ogen en oren open te houden.’ 

‘Met meldingen doen wij niets, wij kunnen alleen adviseren’

Verbazingwekkender wordt het eigenlijk wanneer we vragen naar meldingen en signalen over mishandeling en misbruik: ‘Daarmee doen wij niets, want daarvoor is er de Meldcode (en de MOA: meld- overleg en aangeefplicht, red.) Dat is regelgeving: volgens de Meldcode moet een beroepskracht misbruik of mishandeling melden bij de (kinderopvang)houder, en die meldt het bij de Vertrouwensinspectie.’ Maar van diezelfde inspectie horen we dat zij géén onderzoek doen zodra er een melding over mishandeling of misbruik binnen komt: ‘Wij kunnen alleen adviseren’. Bijvoorbeeld om aangifte te doen bij de politie. Maar wat als de houder zélf onderdeel is van het probleem, of misstanden bewust niet meldt? ‘Dan wordt het ingewikkeld’, erkent ook GGD GHOR Nederland.

Houder is verantwoordelijk

Bij een tweede contact nuanceert de Onderwijsinspectie eerder gedane uitspraken over de route van meldingen van mishandeling: ‘Afhankelijk van het type melding, adviseert de Inspectie om gebruik te maken van bestaande routes zoals de houder, de geschillencommissie of de GGD als het gaat over veiligheid of niet-professioneel handelen. Bij mishandeling of misbruik, adviseert de Inspectie om naar de politie te gaan.’ Net als de GGD, benadrukt ook de Vertrouwensinspectie dat de kinderopvanghouder zélf primair verantwoordelijk is voor wat er op de groep gebeurt. 

Ondermaatse pedagogische kwaliteit blijft sudderen

Het grijze gebied tussen niet-professioneel handelen en (fysieke) mishandeling is exact waar het mis lijkt te gaan. Hier kan ondermaatse pedagogische kwaliteit blijven sudderen. En dit is ook waar emotionele veiligheid, zoals geboden moet worden volgens de Wet Kinderopvang, in het geding is. Het is de sour spot waarin geen enkele instantie, ondanks goede bedoelingen en het uitvoeren van de omschreven taken, verantwoordelijkheid neemt. Het gaat dus over de één op de tien locaties die, volgens BOinK, de zaken niet op orde hebben. Over de drie procent waar de GGD een rood risicoprofiel aanhangt. Over de kinderdagverblijven waar GGD’en – áls ze al een slechte pedagogische kwaliteit opmerken – herstelaanbod op herstelaanbod doen. Locaties waar handhavingsteams van de gemeente wel eens een aanwijzingsbrief naartoe sturen, of wellicht zelfs een last onder dwangsom opleggen.

Herstelaanbod

Maar een kinderopvang sluiten, gebeurt vaker om praktische redenen dan vanwege een slechte pedagogische kwaliteit. Want daarvoor kan meestal herstelaanbod gedaan worden. Bovendien benadrukt de GGD GHOR Nederland dat ‘zorgvuldig onderzoek van belang is, waarbij niet te pas en te onpas kinderopvanglocaties gesloten worden bij ieder niet bewezen signaal.’ Het herstelaanbod, waarmee GGD’en sinds een aantal jaar werken, noemt GGD GHOR Nederland een ‘heel succesvolle interventie’. Bij een herstelaanbod overlegt de GGD in eerste instantie bij een heel groot deel van alle overtredingen zelf met de houder welke maatregelen die moet nemen. Daarna beoordeelt de GGD zelf de verbetering. ‘En dat leidt in 85 procent van de gevallen tot herstel van de overtredingen.’

Artikel gaat verder onder het kader

Casus: aangifte door pp’er 

We spraken met een pedagogisch professional die veel organisaties heeft gezien waarbij ze vond het pedagogisch handelen niet in orde was. Bij één locatie leidde dit zelfs tot het doen van aangifte bij de politie.

Volgens deze professional werden kinderen op die locatie regelmatig hardhandig benaderd. ‘Er werd veel geschreeuwd tegen kinderen, eten werd in hun mond gepropt en ze werden uitgelachen. Eén kind werd structureel uit de groep gehaald en soms een uur in een donkere kast opgesloten. Dat gebeurde vaker’, vertelt ze.

‘Er werd veel geschreeuwd tegen kinderen, eten werd in hun mond gepropt en ze werden uitgelachen’

Ze zegt daarnaast een melding te hebben gedaan bij de GGD. Na inspectie bleek het pedagogisch handelen in orde. Daarna deden zij en twee ouders aangifte bij de politie. KinderopvangTotaal sprak eveneens met deze ouders. Zij vertellen dat hun kinderen gedragsveranderingen lieten zien, zoals angst voor het donker.

Wat zegt het rapport? 

Uit de GGD-rapporten blijkt dat naar aanleiding van de melding een incidenteel onderzoek op deze locatie is ingesteld. De pedagogische praktijk bij dit kinderdagverblijf voldeed op het moment van inspectie aan de voorwaarden uit de Wet kinderopvang. Toch volgde later een incidentele inspectie vanwege blijvende signalen van onrust. Ook bij dat (en volgende) onderzoeken concludeerde de GGD dat er werd voldaan aan de getoetste voorwaarden. 

Informatiedeling

Er zíjn gevallen waarin een pedagogisch professional, ouder, houder of stagiair aangifte doet bij de politie. Zoals bij Jan B. het geval was toen hij nog werkzaam was bij Eigen & Wijzer, maar ook zoals de pp’er in de casus waarin een kind regelmatig in een kast zou zijn worden opgesloten. Aangiftes bij de politie leverden in deze casussen wegens ‘gebrek aan bewijs’ geen vervolging op. In het geval van Jan B. kon de opvangorganisatie daardoor niets anders doen dan hem op non-actief stellen. Zo kon hij met een VOG op zak, gewoon weer elders in de sector aan de slag. Eigen & Wijzer laat ons weten dat ze het contact met GGD en politie altijd als steunend en constructief hebben ervaren. Wel hopen ze in de toekomst met Inspectie in gesprek te kunnen over de vraag: kunnen we als sector afspraken maken over informatiedeling over (voormalig) medewerkers zonder dat we de privacywetgeving overtreden?

Rotte appels

Hoe kan het dat het bij dergelijke aangiftes zo lastig blijkt om tot vervolging over te gaan? Een woordvoerder van de landelijke politie vertelt: ‘Iedere zaak kent een eigen route. In algemene zin geldt dat de politie bij elke melding of aangifte kijkt welke stappen passend zijn in die specifieke situatie. Er bestaat dus geen vast, universeel protocol: alle acties zijn altijd afhankelijk van de feiten, de omstandigheden en de aard van de misstand. Hoe een onderzoek er precies uit ziet, hangt dus echt af van de concrete omstandigheden.’ 

‘Alles bij elkaar opgeteld is het niet vreemd dat ‘gebrek aan bewijs’ ervoor zorgt dat misstanden door kunnen blijven gaan. Is het niet bij de opvanglocatie in kwestie, dan wel bij een andere’

Kortom, de enige partij die bij een signaal of melding van mishandeling echt onderzoek kan doen, is de politie. Niet de GGD, niet de handhavingsteams van de gemeente en ook niet de Inspectie. Maar doordat het hier gaat om aangiftes van mishandeling van jonge kinderen, die vaak zelf vanwege hun leeftijd niets kunnen verklaren, staan ze volgens bij aanvang al met 1-0 achter. Bovendien telt ‘emotionele mishandeling’ in het strafrecht niet als mishandeling, ténzij er ook fysieke behandeling bij komt kijken. Alles bij elkaar opgeteld, is het niet vreemd dat zaken door ‘gebrek aan bewijs’ in het grote niets eindigen. Zo kunnen de ‘rotte appels’ door blijven gaan. Is het niet bij de opvanglocatie in kwestie, dan wel bij een andere.

PPINK-directeur Myrte van Gurp over de misstanden bij Happy4Kids in Dordrecht: ‘Wat hebben die kinderen allemaal meegemaakt voordat er uiteindelijk is besloten dat de locatie dicht moest?’

Reactie PPINK

Directeur Myrte van Gurp van Beroepsvereniging PPINK vertelt desgevraagd dat ze regelmatig hoort dat pedagogisch professionals niet weten waar ze aan moeten kloppen om iets over hun organisatie te melden. Het gaat dan over kinderen die hardhandig door collega’s worden vastgepakt of een collega die regelmatig een kort lontje heeft, waar kinderen de dupe van zijn. ‘Ja, wij horen dan vooral: “Bij wie moet ik dat nou melden? En wat zijn de consequenties? Zet ik daarmee mijn organisatie niet in een kwaad daglicht?” Er is natuurlijk een grote loyaliteit naar een werkgever.’ Volgens Myrte komen misstanden relatief vaker voor bij kleine organisaties waar je soms met de manager op de groep staat of waar een houder nooit aanwezig is. ‘Door die kortere lijnen durven pp’ers elkaar daar minder makkelijk aan te spreken.’ Van Gurp zou graag zien dat pp’ers beter weten waar ze terecht moeten als ze misstanden opmerken. ‘De route moet herkenbaarder worden.’

Klokkenluidersfunctie

Een voormalig GGD-toezichthouder vult aan dat het óók niet helpt om alle verantwoordelijkheid naar instanties te schuiven. ‘Het zou helpen om pedagogisch professionals sterker te maken, zodat zij beter hun klokkenluidersfunctie kunnen vervullen. Je moet stevig in je schoenen staan als je je hypotheek of huur in het geding brengt voor de veiligheid van kinderen. Dit speelt wellicht minder in de Randstad, waar je zó een andere baan hebt. Maar dat is echt niet overal zo.’

Het handhavingsbeleid verschilt overigens ook per gemeente. ‘Ik heb begrepen dat handhavingsteams van gemeentes soms zowel het parkeerbeleid als een paar uurtjes kinderopvang doen. Schijnbaar leggen we de prioriteit in Nederland toch bij andere zaken dan bij goede kinderopvang.’

Elders aan de slag

In haar jaren als GGD-toezichthouder deed ze ook wel eens aangifte bij de politie. Het ging toen om emotionele mishandeling, waarbij twee beroepskrachten kinderen vernederden. De aangifte was tevergeefs: ‘Later hoorde ik dat ze gewoon weer elders aan de slag waren gegaan.’ Desondanks is ze optimistisch: ‘Ik heb wel altijd het gevoel gehad dat mensen echt wel gewoon graag goede kinderopvang willen bieden. Dat dat wel het uitgangspunt is, van managers en medewerkers.’ Ze twijfelt om te zeggen dat misstanden vaker bij kleine organisaties voorkomen: ‘Ik hou helemaal niet van de grote ketens en de investeringsmaatschappijen erachter. Maar je ziet dat in de Randstad collega’s wat makkelijker tegen elkaar zeggen: “Doe even normaal”.’

Risico’s ontstaan

‘Kwaliteit is geen toeval’, postte voormalig kinderopvangbestuurder Katinka Walhout toevallig in de afgelopen week op LinkedIn. Zij is oprichtster van KwaliteitWijzer. Nederland heeft een stevig toezichtstelsel voor de kinderopvang, vindt ze. ‘Maar op dit moment ligt de nadruk in het toezicht nog sterk op handhaving achteraf. Terwijl er in de praktijk juist een systeemgat zit tussen beleid, toezicht en de dagelijkse kwaliteitsontwikkeling op de werkvloer. We beschikken over veel informatie: inspectierapporten, signalen, kwaliteitsmetingen en ervaringen uit organisaties zelf. Maar die informatie zit nog vaak verspreid. Daardoor ontstaat niet altijd op tijd een samenhangend beeld van hoe kwaliteit zich ontwikkelt en waar risico’s kunnen ontstaan.’

‘De nadruk in het toezicht ligt nog sterk op handhaving achteraf’

Toezicht in de kinderopvang werkt bovendien grotendeels met inspecties waarbij een inspecteur een momentopname ziet. Maar veiligheid en kwaliteit worden uiteindelijk ook bepaald door wat er elke dag gebeurt in teams: in cultuur, gedrag en in de manier waarop medewerkers met elkaar en met kinderen omgaan. Omdat inspecties momentopnames zijn, worden structurele patronen soms pas zichtbaar wanneer signalen over langere tijd naast elkaar worden gelegd. Katinka ziet veel heil in een ontwikkelingsgerichte benadering zoals nu al het geval is in veel Scandinavische landen: ‘Zodat kwaliteit niet alleen wordt gecontroleerd wanneer er iets misgaat.’

Misstanden verbergen

Ook Gjalt Jellesma vindt dat pp’ers laagdrempeliger moeten kunnen melden wat ze collega’s zien doen. Daarnaast hoeven organisaties wettelijk gezien maar drie maanden hun roosters te bewaren. ‘SZW is gezwicht voor het argument van administratieve lasten. Onzin, het staat gewoon op de computer.’

Gjalt Jellesma: ‘Hoe is het mogelijk dat meedoen aan kwaliteitsonderzoek niet verplicht is?’

Maar vooral hekelt Gjalt het feit dat organisaties niet verplicht zijn om mee te doen aan het door de overheid ingestelde LKK Kwaliteitsonderzoek: ‘Hoe is dat mogelijk? Als je er aan mee doet, dan slaag je er op een gegeven moment echt niet meer in om misstanden te verbergen. Ik vind het onbestaanbaar dat het een keuze is om mee te doen aan kwaliteitsonderzoek. Je kunt als school toch ook niet tegen de Onderwijsinspectie zeggen dat je niet meedoet? “De kwaliteit van kinderopvang in Nederland is goed”, zeggen we altijd. Ja, maar je moet de getallen in gedachten houden: als het bij één op de tien niet goed gaat, gaat het om honderdduizend kinderen.’

Hij vervolgt: ‘SZW zou bij het nemen van maatregelen moeten uitgaan van de situaties van die genoemde 10 procent. Het is onverantwoord om bijvoorbeeld onervaren krachten in te zetten terwijl je weet dat bij sommige organisaties ook financiële motieven een rol spelen. En dat er een groot risico bestaat dat onervaren krachten worden ingezet zonder limitering en begeleiding.’

En wat betreft de grootte van organisaties: ‘Er zijn genoeg goede eenpitters of kleine organisaties, maar het lijkt er gemakkelijker mis te gaan. Ik zou willen dat de grote organisaties transparant zijn over dat ze schrikken van wat ze soms aantreffen als ze kleine locaties overnemen. Je kan niet verwachten dat ze met terugwerkende kracht dingen recht breien. Maar je brengt wel iets in beeld.’

Artikel gaat verder onder het kader

Cijfers

  • Er zijn in Nederland circa 17.800 kinderopvanglocaties en bijna 3000 houders.
  • Meedoen aan het LKK kwaliteitsonderzoek is niet verplicht.
  • Gemeenten zijn niet verplicht een handhavingsbeleid te hebben.
  • Er zijn ruim 2 miljoen kinderen in de leeftijdscategorie 0 t/m 11. Daarvan hebben er ruim 1,6 miljoen recht op kinderopvangtoeslag (KOT).
  • Inspectie maakt zich zorgen over gebrek aan handhavingsbeleid bij gemeenten.
  • Volgens het laatste rapport van de Vertrouwensinspectie over gemeentelijk toezicht is in 4 regio’s slechts 80% van de locaties bezocht door de GGD.
  • Het aantal meldingen over mishandeling is toegenomen. In 2024 zijn er 373 meldingen gedaan bij de vertrouwensinspecteurs over mogelijk fysiek geweld of seksueel misbruik in de kinderopvang. Dat zijn ruim 100 meldingen meer dan in 2023.
  • Aantal ‘rode’ locaties: 2 tot 3 procent (356 tot 534 locaties dus).

Rapport Inspectie

Uit het Landelijk rapport gemeentelijke taakuitvoering kinderopvang-onderwijs 2025 blijkt dat de Inspectie van het Onderwijs meerdere kwetsbaarheden in het toezicht en de handhaving op de kinderopvang heeft gesignaleerd.

Zo stelt het rapport dat in de GGD-regio’s, bij zestien gemeenten, minder dan 80 procent van de kinderopvangvoorzieningen jaarlijks is onderzocht. Kinderopvang Totaal vroeg een projectleider van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) waar dit aan ligt. Volgens haar hangt dit vooral samen met personeelstekorten bij de GGD’en. ‘Gemeenten en GGD’en maken in zulke situaties bewuste keuzes door prioriteit te geven aan locaties waar mogelijk grotere risico’s spelen. Dat betekent dat niet overal alle voorzieningen standaard worden bezocht, maar dat toezicht wordt gericht daar waar zorgen het grootst zijn.’

Ook signaleerde de Inspectie van het Onderwijs dat het handhavingsbeleid van gemeenten niet altijd actueel is. De VNG herkent dat beeld en benadrukt dat een handhavingsbeleid volgens de Wet kinderopvang niet verplicht is. ‘Je bent niet verplicht beleid te hebben over hoe je handhaaft. Je bent wel verplicht om te handhaven. De wet biedt eigenlijk al een kader om te handhaven zonder dat je beleid hebt.’

Verder blijkt uit het rapport dat het aantal meldingen van mogelijk fysiek geweld of misbruik in de kinderopvang is toegenomen. De VNG noemt deze cijfers lastig te duiden. Een stijging kan volgens de VNG wijzen op ernstigere of frequentere incidenten, maar kan ook betekenen dat medewerkers en ouders meldroutes en de vertrouwensinspectie beter weten te vinden.

Onze conclusies

Er gaat veel wél goed

Terug naar de instanties die de misstanden niet constateren. Zijn alle wél lovende GGD-rapporten dan nu ineens minder waard? Nee, ze zijn álles waard, als het aan ons ligt. Wij zien net als GGD GHOR Nederland dat het overgrote deel van grote én kleine organisaties elke dag opnieuw de best mogelijke pedagogische kwaliteit aan kinderen wil bieden.

Instanties doen wat ze behoren te doen

Wij zien ook dat de GGD’en doen wat ze kunnen om pedagogische kwaliteit te verbeteren waar dat nodig is. Ook de Inspectie doet precies wat ze behoort te doen: adviseren en controleren. En de politie? Die is simpelweg vaak niet in staat om bewijs van mishandeling boven tafel te krijgen, zeker als het gaat om jonge kinderen. Daarbij komt dat emotionele mishandeling vooralsnog niet eens strafbaar is.

Toch blijven misstanden onder de radar

Wat we wel constateren is dat veel factoren eraan bijdragen dat zaken als vernedering, schreeuwen, machtsmisbruik, mentale en fysieke mishandeling en misbruik bij GGD’en onder de radar blijven, simpelweg omdat er geen ‘heterdaadjes’ zijn en er vrijwel altijd herstelaanbod mogelijk is. Ook delen stagiaires volgens docenten vrij vaak ervaringen met misstanden, met name machtsmisbruik en vernedering van kinderen.

Mishandeling is een grijs gebied

We merken dat ‘mishandeling’ zo’n grijs gebied is dat geen enkele instantie echt verantwoordelijkheid neemt: de GGD gaat wél over veiligheid en over niet-professioneel handelen, maar niet over mishandeling. Wie bepaalt waar de grens ligt? Bovendien constateert de GGD zoals eerder benoemd zelf geen mishandelingen, en verwijzen GGD’en meldingen over mishandeling door naar de Inspectie. De Inspectie kan op haar beurt alleen adviseren om naar de politie te gaan; maar de politie komt doorgaans alleen in beeld bij (pogingen tot) strafbare mishandeling en niet bij emotionele of pedagogische overtredingen.

Verantwoordelijkheid bij de houder

Wij zien ook dat de verantwoordelijkheid voor het aankaarten van misstanden bij de kinderopvanghouder ligt, terwijl niet uitgesloten kan worden dat die zelf betrokken is.

Handhaving verschilt

We zien dat handhavingsteams per gemeente enorm verschillen in capaciteit en slagkracht; het hebben van een beleid is niet verplicht en de Inspectie van het Onderwijs uit zorgen in het jaarlijkse rapport.’

Geen waarschuwingssysteem

Ook zien we dat er geen waarschuwingssysteem bestaat waarmee kinderdagverblijven kunnen voorkomen dat ze een ‘rotte appel’ inhuren, waardoor hij óf zij ongestoord met een VOG op zak kan blijven werken in de sector.

Onduidelijkheid

We zien tot slot dat het voor pedagogisch professionals niet duidelijk is waar ze met meldingen of signalen heen kunnen.

Op weg naar een systeem zonder misstanden

Uiteindelijk is het voor de sector, én voor die miljoen kinderen die naar de kinderopvang gaan, van het grootste belang dat het vinden van een veilige opvang geen vraagstuk hoeft te zijn, maar een punt van rust. En van vertrouwen in een pedagogische kwaliteit die van hoog niveau is. Dat is de reden dat we dit verhaal voor onze eigen sector schrijven. Laten we ernaartoe gaan dat de goede kwaliteit van de opvang in Nederland voor álle organisaties en locaties telt. En dat de onrust die nu gevoeld wordt wanneer misstanden het nieuws halen, uiteindelijk zal leiden tot een systeem waarin misstanden geen schijn van kans maken.

4 REACTIES

  1. Voorgesteld : ik vind dat de inhoud van het artikel alle aandacht verdiend, maar het moet mij van het hart dat ik zowel bij dit artikel als bij andere artikelen die in het recente verleden zijn gepubliceerd door KinderopvangTotaal de indruk bestaat dat “sensatienieuws” hoog in het vaandel staat. Voorvallen en situaties in de kinderopvang die terecht aandacht krijgen omdat ze absoluut niet kunnen, krijgen heel veel aandacht waardoor de indruk ontstaat dat het schering en inslag is, terwijl het slechts incidenten zijn en niet tekenend zijn voor de branche. Uw manier van berichtgeving verdiend onze branche absoluut niet.

  2. Lees alle reacties
  3. Wij betreuren het beeld dat in dit artikel wordt geschetst over de kwaliteit van de kinderopvang en over de rol en verantwoordelijkheid van verschillende partijen in het waarborgen hiervan. Helaas is de informatie die door GGD GHOR Nederland is verstrekt foutief weergegeven of uit de context gehaald. KinderopvangTotaal is niet ingegaan op ons verzoek tot zorgvuldige berichtgeving en het corrigeren van feitelijke onjuistheden. Wij begrijpen dat berichtgeving over misstanden in de kinderopvang aanleiding kunnen geven tot zorg. Ouders moeten er op kunnen vertrouwen dat hun kind bij de kinderopvang in goede handen is. Juist vanwege het grote belang hiervan, is het belangrijk om dit zorgvuldig te onderzoeken en over te berichten. Dat is helaas hier niet het geval.

    • Lees alle reacties
    • Lees alle reacties
    • Zoals ook eerder vandaag al aangegeven per mail: Jullie feedback is grotendeels overgenomen. De dingen die niet zijn overgenomen, en laten we niet doen alsof dit om het hele artikel gaat, het zijn slechts 2 of 3 punten, hebben we niet overgenomen omdat we van mening verschillen. Jullie vinden de context niet kloppend, wij vinden van wel. Terugluisterend naar de audio-opnames van ons gesprek vinden we dat nog steeds. Uiteraard staat het je vrij te laten weten wat je graag nog aangepast zou zien, dan kunnen we dat wellicht nog aanpassen. Maar om nu te stellen dat de redactie geen goed onderzoek heeft gedaan, is onjuist en onterecht. Zeker gezien alle andere gesproken partijen wel achter dit stuk staan.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.