Van Ark: ‘Geen uitstel nieuwe bkr’

Staatssecretaris Tamara van Ark (SZW) ziet geen reden tot uitstel van de aangescherpte beroepskracht-kindratio voor baby’s, die per 1 januari 2019 van kracht wordt. ‘De sector heeft tijd gekregen om nieuw personeel te werven of personeel om te scholen. Ik zie geen reden om de aangepaste kwaliteitseisen verder uit te stellen.’
ANP Foto

De uitspraak van Tamara van Ark is een reactie op de Kamervragen van Tweede Kamerlid Chantal Nijkerken-de Haan (VVD), naar aanleiding van berichtgeving over het ABN AMRO rapport ‘War for talent’ ontspruit op de kinderopvang, dat op 8 mei 2018 verscheen.

Geen uitstel

De vraag die als een donkere wolk boven de kinderopvangsector hangt is: Komt er opnieuw uitstel van de nieuwe bkr voor baby’s? Van Ark is duidelijk. Nee. ‘Sinds de zomer 2017 weten werkgevers in de kinderopvangsector dat zowel de aanscherping als de versoepeling van de beroepskracht-kindratio per 1 januari 2019 ingaan. Door de inwerkingtreding van de aangepaste eisen met een jaar uit te stellen, heeft de sector extra de tijd gekregen om eventueel nieuw personeel te werven dan wel personeel (om)te scholen. Ik zie geen reden om de aangepaste kwaliteitseisen verder uit te stellen’, reageert zij.

Toezicht

Op de vraag in hoeverre en op welke wijze de toezichthouder (GGD) rekening houdt met de geconstateerde problemen in aanloop naar de ingangsdatum van de nieuwe bkr, reageert Van Ark: ‘Indien werkgevers tijdelijk onvoldoende personeel hebben voor het aantal plekken dat ze willen aanbieden, zou er niet ingeboet moeten worden op de kwaliteit van de kinderopvang. Ouders moeten ervan uit kunnen gaan dat de kinderopvang aan de kwaliteitseisen voldoet, zodat zij met een gerust hart naar hun werk kunnen gaan. Daarom gelden voor alle organisaties dezelfde wettelijke minimale kwaliteitseisen, die samen met de sector zijn opgesteld.’

Werkgevers aan zet

Van Ark legt de verantwoordelijkheid voor het vinden van voldoende kwalitatief personeel bij de werkgevers. ‘Op een krappe arbeidsmarkt zullen werkgevers harder hun best moeten doen om voldoende kwalitatief personeel aan te trekken, ook in de kinderopvangsector. In de kinderopvangsector, een commerciële markt, zijn de werkgevers hiervoor zelf aan zet.’

Personeel

Juist het vinden van goed opgeleid personeel is moeilijk binnen een sector die al met personeelstekort kampt. En met de nieuwe bkr voor baby’s zouden er vanaf volgend jaar nog eens 2.500 extra banen bijkomen. Werkgevers moeten volgens Van Ark met creatieve oplossingen komen: ‘In een commerciële markt zijn werkgevers zelf verantwoordelijk om voldoende personeel aan te trekken. (…) Eén van de oplossingsrichtingen voor werkgevers is om ervoor te zorgen dat het werken in de kinderopvang aantrekkelijk is om de huidige beroepskrachten te kunnen behouden en voldoende nieuwe gekwalificeerde beroepskrachten aan te trekken. (…) In de sector wordt er veel in deeltijd gewerkt. Een gemiddelde werknemer werkt 21 uur per week. Er bestaat mogelijk in de sector zelf potentie om de toenemende vraag naar arbeidskrachten op te lossen door deze extra potentiële capaciteit te werven. Hiervoor zullen werkgevers met creatieve oplossingen moeten komen. Ook nieuwe medewerkers opleiden en bestaande medewerkers om- en bijscholen voor de kinderopvangsector zijn mogelijkheden voor het invullen van de personeelsbehoefte.’

Initiatieven

Van Ark verwijst ook naar de initiatieven die worden genomen, waarbij kinderopvangorganisaties de samenwerking aangaan met opleidingscentra om personeel (om) te scholen. Daarnaast kan de versoepelde bkr in de buitenschoolse opvang een oplossing bieden, omdat er minder medewerkers in de bso nodig zijn, die eventueel door middel van omscholing op de dagopvang kunnen worden ingezet.

Prognose ROA

Van Ark verwijst naar het rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022 van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), die op de middellange termijn geen knelpunten voorziet bij de personeelsvoorziening voor medewerkers in de kinderopvang. ‘Volgens de laatste prognose, waarin 6 jaar vooruit wordt gekeken tot 2022, kan het arbeidsaanbod zowel aan de uitbreidingsvraag als vervangingsvraag van de werkgevers voldoen.’ En ook: ‘De verwachte toename van het aantal medewerkers op macroniveau komt overeen met de ramingen die bij het uitwerken van de afspraken zijn gemaakt. Via een verhoging van de maximum uurprijs van de dagopvang worden werkgevers op basis van deze ramingen gecompenseerd.’

Financiële compensatie

Van Ark schrijft dat met de € 200 miljoen intensivering in de kinderopvang per 2017 destijds een compensatie is geregeld voor de financiële gevolgen van de aangescherpte bkr. ‘Daarbij is de kinderopvangtoeslag per 2017 structureel met € 136 miljoen verhoogd, waardoor ouders al merendeels zijn gecompenseerd voor de aankomende stijging van de kosten voor dagopvang. Ook wordt in 2019 de maximum uurprijs, zoals gebruikelijk, geïndexeerd. Daarnaast heeft dit kabinet structureel € 250 miljoen extra uitgetrokken voor de kinderopvang. Dit is bevorderlijk voor de betaalbaarheid van de kinderopvang en daarmee de arbeidsparticipatie van ouders.’

Download de Kamervragen en antwoorden hier >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.