Zorgenkinderen
Kinderen die je bijblijven: ‘Van haar mag ik geen tweede kindje’
Peuter Dylan zat tijdelijk in een pleeggezin, omdat zijn moeder het ouderlijk gezag niet aankon. Nu mag hij weer bij z'n moeder wonen. Maar er is wel één voorwaarde: Dylan moet vijf hele dagen naar de kinderopvang komen.
Kinderen die je bijblijven: ‘Opgeven was geen optie’
Het begint al goed: zonder dat de inschrijving bevestigd is, staan de ouders met haar op de stoep. Al snel wordt duidelijk dat hun jonge peuter ook nog een zorgenkind is: Anica heeft ernstige reflux. Na een paar dagen zeg ik tegen de locatiemanager: 'Dit is echt niet te doen...'
Kinderen die je bijblijven: ‘Dat leert ze hier wel af’, zei ik nog
Jina is 2 jaar en nieuw op de peutergroep. Ik ben al voor haar gewaarschuwd: als andere kinderen te dicht in Jina’s buurt komen, kan ze heel heftig reageren en soms flink bijten. ‘Dat leert ze hier wel af’, zeg ik, en ik besluit haar goed in de gaten te houden. Maar al na een paar dagen is het raak.
Kinderen die je bijblijven: ‘Het komt door David’
De techniekkamer is nieuw op onze bso. Ik ben blij, ook voor whizzkid David, die hier nu een nieuwe uitdaging heeft: van de oude mobieltjes die hij uit elkaar haalt, wil hij er zelf een bouwen. Twee vrolijke meiden uit groep acht, een tweeling, zijn ook dol op de techniekkamer. Is het de nieuwe uitdaging of is het om David?
Kinderen die je bijblijven: ‘Hoe kan ik dit mannetje redden?’
Het was een spoedplaatsing: Marcello. Een een stevige peuter, haartjes stijf van de gel, in een te klein blauw trainingspak. Het lijkt alsof hij meteen gewend is. Totdat we naar de slaapkamer gaan...
Kinderen die je bijblijven: ‘Niemand verstaat hem, ook zijn ouders niet’
Soms zijn er kinderen waarvan het verhaal nog lang in je hoofd blijft hangen. Fareed was zo'n kind. Pedagoog Inge van Rijn vertelt.
Over zorgenkinderen
Toewerken naar inclusieve kinderopvang
Passende kinderopvang (ook wel inclusieve kinderopvang genoemd) is na passend onderwijs een grote wens en soms ook realiteit geworden. Kwetsbare kinderen moeten niet alleen naar de buurtschool kunnen, maar ook naar de reguliere kinderopvang. Een intensieve samenwerking met bijvoorbeeld jeugdhulp kan eraan bijdragen dat deze kinderen toch in de reguliere opvang terecht kunnen.






