Beroepskracht-kindratio (bkr)

Bso’s zien nieuwe ratio van 1:12 helemaal niet zitten

In de luwte van de discussie over de nieuwe beroepskracht-kindratio voor baby’s, bereiden bso’s zich ook voor op een bkr-wijziging. Vanaf 1 januari 2019 mogen bso’s 12 7+’ers per pedagogisch medewerker opvangen, in plaats van 10. Maar veel bso’s zien dit, om allerlei redenen, helemaal niet zitten.

Buitenhek: SEO onderzocht niet representatieve groepen

Niet Buitenhek maar SEO heeft een niet-representatieve groep baby’s onderzocht om het kosteneffect van de nieuwe bkr te berekenen. Dit blijkt uit een nieuwe analyse van Buitenhek. Daarmee spreekt hij de conclusies waar het ministerie achterstaat, tegen. Hoe zit het?

‘Ouders dupe van dure regels babyopvang’

Felix Rottenberg, voorzitter van de Brancheorganisatie Kinderopvang voorziet desastreuze gevolgen: hogere kosten voor ouders, faillissementen onder kleine organisaties, locatiesluitingen en daardoor minder opvangbeschikbaarheid en langere wachtlijsten.

SEO of Buitenhek? Het CBS zoekt naar het gelijk

Terwijl het kabinet ervan uitgaat dat de gemiddelde kostenstijging van de nieuwe bkr voor baby’s 4,6 procent is (onderzoek SEO) rekent de sector op een gemiddelde kostenstijging van 7,3 procent (Buitenhek). Een onafhankelijke derde partij, het Centraal Bureau voor de Statistiek, gaat nu kijken wie het bij het rechte eind heeft.

Het kabinet blijft uitgaan van resultaten SEO-onderzoek

Wat gaat de bkr-maatregel voor baby’s ondernemers extra kosten? Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) laat weten vooralsnog uit te gaan van de uitkomsten van het SEO-onderzoek in plaats van die van Buitenhek. Maar waarom doet zij dat?

‘Voer bkr-maatregel voor kleine aanbieders gefaseerd in’

De kinderopvangtoeslag moet niet met ruim 4, maar met ruim 7 procent geïndexeerd worden in 2019. Verder moeten kleine kinderopvangaanbieders langer de tijd krijgen om zich aan de nieuwe beroepskracht-kindratio (bkr) te houden. Dit concludeert Buitenhek in het praktijkonderzoek.

Kosteneffect bkr voor alle type organisaties groter dan verwacht

Voor alle type organisaties is het kosteneffect van een nieuwe beroepskracht-kindratio (bkr) voor baby’s groter in het praktijkonderzoek van Buitenhek dan in het SEO-onderzoek van het ministerie. Wat zijn de exacte percentages per omvang? Hoe zijn de verschillen te verklaren?

Gemiddelde kostenstijging door aangepaste bkr 7 procent

Kinderopvangorganisaties gaan er gemiddeld niet 4,7 procent maar ongeveer 7 procent op achteruit als de nieuwe beroepskracht-kindratio voor baby’s wordt doorgevoerd. De twee brancheverenigingen en BOinK roepen het kabinet dan ook op om te investeren in een hogere kinderopvangtoeslag om zo de lage en middeninkomens te ontlasten.

Vervolg praktijkonderzoek naar effect bkr

De convenantpartijen in de kinderopvang zijn inmiddels gestart met het praktijkonderzoek naar de kosteneffecten van de nieuwe bkr in de kinderopvang. Deelnemers aan het eerdere onderzoek worden uitgenodigd om nu ook mee te werken.

Praktijkonderzoek naar effect bkr moet beter beeld opleveren

Convenantpartijen in de kinderopvang gaan een praktijktoets uitvoeren naar de kosteneffecten van de nieuwe beroepskracht-kindratio (bkr) in de kinderopvang.

Over beroepskracht-kindratio (bkr)

Nieuwe bkr voor baby's en bso

De beroepskracht-kindratio (BKR), ook wel leidster-kindratio genoemd, is een veelbesproken onderwerp in de branche. Per leeftijdscategorie gelden er andere eisen voor het aantal kinderen dat één beroepskracht mag opvangen. In de babygroepen en op de bso-groepen voor de oudere kinderen gaat dit per 2019 veranderen.

Lees meer

Met de nieuwe wet- en regelgeving binnen de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang komen er ingrijpende veranderingen in de bkr. Voor baby’s mogen er vanaf  januari 2019 nog maar 3 baby’s tot 1 jaar per pm’er opgevangen worden. Voor de toezichthouder is een overtreding van de ratio vaak reden tot het geven van een slechte beoordeling of in ieder geval een waarschuwing. Voor de personeelsplanning en –inzet zijn de BKR-eisen leidend en het is vaak een hele puzzel om aan alle eisen te voldoen. Het ministerie heeft daarom een rekentool ontwikkeld om hulp te bieden bij het maken van de berekeningen.

Horizontale groepen

Duidelijk is dat de bkr-regels voor verticale groepen gunstiger uit lijken te pakken dan voor horizontale groepen. Op een horizontale groep mag een pm’er drie baby’s onder haar hoede hebben. In de leeftijdsgroep 1-2 jaar mag één pm’er vijf kinderen opvangen. In de verticale groep bestaat geen aparte ratio voor 0-1 jaar, alleen voor 0-2 jaar. Daar mag één pm’er vier kinderen van 0-2 jaar onder zich hebben. Pedagogen die voorstander zijn van horizontale groepen, vinden het jammer dat het realiseren van horizontale babygroepen met de nieuwe wetgeving een stuk lastiger wordt. Velen zijn bang dat de aparte babygroepen zullen gaan verdwijnen.

Groepsgrootte

Behalve de bkr speelt ook de groepsgrootte een rol. Babygroepen van 0-2 jaar mogen maximaal 16 kinderen tellen. Het aantal pedagogisch medewerkers is dan vier. In volledig verticale groepen van 0-4 jaar gelden specifieke eisen voor het maximum aantal kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie. Zo mogen op een verticale groep van 0-4 jaar waar 14 kinderen worden opgevangen, maximaal 8 kinderen jonger zijn dan één jaar. Peuterspeelzalen hanteren na 2018 dezelfde rekenmodellen als de dagopvang, met als verschil dat de ratio voor baby’s voor hen niet relevant is.

Vaste gezichten

Een andere belangrijke aanpassing is het vaste gezichtencriterium. Voor alle kinderen is een vertrouwde beroepskracht op de groep van belang, maar voor baby’s weegt dit belang extra zwaar. Uit onderzoek blijkt: hoe vertrouwder de volwassene, hoe beter de stressreductie. Voor baby’s gaat na 2018 gelden dat ze twee vaste gezichten toegewezen moeten krijgen en één van deze gezichten moet op de dagen dat de baby op de groep is aanwezig zijn. Als de groep zo groot is, dat er drie pm’ers op staan, mogen dit maximaal drie vaste gezichten zijn.

Maximaal twee groepen

Als de dagen per week variëren omdat ouders een flexibel pakket afnemen, hoeven kinderopvangorganisaties niet aan dit vaste gezichtencriterium te voldoen. Nieuw is dat kinderopvangorganisaties straks verplicht zijn om ouders en kind te informeren over de groep waar het kind naartoe gaat en welke pm’ers er die dag op de groep staan. Een kind mag op de dagopvang gebruikmaken van maximaal twee groepsruimtes.  In de peuterspeelzaal was dit maximaal één ruimte, maar dit gaat veranderen naar twee. Overigens valt spelen in een andere ruimte vanwege een speciale activiteit niet onder deze regel.