VVE en taalachterstanden

Dit kan een pedagogisch coach in de VE bereiken

Het verbeteren van de educatieve kwaliteit in de voorschoolse educatie. Dat is volgens Heleen Versteegen van bureau Sardes de belangrijkste rol van de pedagogisch beleidsmedewerker/coach. ‘Kinderen kunnen veel meer dan je denkt, ook ouders onderschatten kun kind nog weleens. Je mag best hoge verwachtingen laten zien.’

Slimme spelletjes (Cognitieve ontwikkeling)

Zit je in de kring en wil je werken aan de woordenschat van oudere peuters? Doe dat met speelse rijmpjes.

Gezinnen versieren de kerstboom (sociaal emotionele ontwikkeling)

Tijdens de coronaperiode bedachten pedagogisch medewerkers bijzondere dingen om toch een gevoel van saamhorigheid te hebben.

Weg met de feestdagen-stress (motorische ontwikkeling)

Kinderen worden vaak erg uitgelaten en zelfs een beetje nerveus van de feesttijd. Alles is anders, er zijn cadeautjes, papa en mama nemen dagen vrij van hun werk. 

Snippers zuigen (Cognitieve ontwikkeling)

Een speurtocht naar gewone, alledaagse gebruiksvoorwerpen levert veel leuke woorden op.

Improvisatie-circuit (motorische ontwikkeling)

Maak een circuit met geïmproviseerd materiaal.

Fantaseren is leren (sociaal-emotionele ontwikkeling)

Fantaseren is leren. Iedereen heeft een andere fantasie.
VVE en taalachterstanden

Hoe zet je een pedagogisch beleidsmedewerker VE in?

Op deze vragen geeft Gerrie Compen van adviesbureau Edux antwoord. De pedagogisch beleidsmedewerker/coach binnen VE is geen nieuwe functie, aldus Compen. Veel VE-locaties hadden al voor 2019 een VE-coach of intern begeleider. Vanaf 1 januari 2019 is de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voor alle locaties verplicht en dus op alle locaties al een feit. […]
extra-geld-voor-gemeenten-in-de-aanpak-van-vertraging-voorschoolse-educatie

Extra geld voor aanpak vertragingen voorschoolse educatie

Gemeenten krijgen de komende twee schooljaren 300 miljoen euro uit het Nationaal Programma Onderwijs. Dit geld is onder meer bestemd voor het inhalen van vertragingen in de voorschoolse educatie, die zijn opgelopen in de coronaperiode.
kabinet-nog-geen-versoepelingen-kinderopvang

Nieuwe aanvraag mogelijk voor subsidie inhaalprogramma’s VE

Kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie (VE) aanbieden, kunnen opnieuw subsidie aanvragen voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor peuters met een VVE-indicatie. De aanvraagperiode loopt van 1 augustus tot en met 10 september. De programma’s kunnen worden aangeboden tot en met 9 januari 2022.

Over vve en taalachterstanden

Taalachterstanden zo vroeg mogelijk voorkomen

Voor peuters met een taalachterstand is er vroeg- en voorschoolse educatie, ook kinderen zonder achterstand komen op de kinderopvang en de peuterspeelzaal met deze educatieve programma’s in aanraking. Pedagogisch medewerkers leren om peuters al op jonge leeftijd spelenderwijs en themagericht taal bij te brengen en meteen andere ontwikkelingsgebieden aan te spreken. Gemeenten krijgen subsidie om achterstanden aan te pakken. Hier gaat veel geld in om en er is nogal eens kritiek over de efficiëntie van de huidige VVE-methodieken. In dit dossier leest u meer over deze discussie en andere VVE-gerelateerde onderwerpen.

Lees meer

Bij een onderwijsachterstand presteert een kind met bepaalde omgevingskenmerken minder goed in het onderwijs in vergelijking met een kind met eenzelfde leerpotentieel, maar zonder die kenmerken. Het onderwijsachterstandenbeleid is gericht op het verminderen en voorkomen van onderwijsachterstanden. Binnen dit beleid krijgen peuters met een risico op een onderwijsachterstand door middel van voor- en vroegschoolse educatie spelenderwijs een stimulerend en taalrijk aanbod waarmee hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek, en op sociaal-emotioneel vlak op gestructureerde en samenhangende wijze wordt gestimuleerd. Het is de bedoeling dat deze deze kinderen een betere start op de basisschool (groep 3) maken en een toekomstige onderwijsachterstand mogelijk worden voorkomen of verminderd.

Randvoorwaarden
Voorschoolse educatie wordt aangeboden in VVE-groepen op kinderopvanglocaties of peuterspeelzaallocaties en is gericht op peuters tussen 2 en 4 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid ten aanzien van VVE. De randvoorwaarden voor de kwaliteit van VVE zijn geregeld in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De werking van dat Besluit is naar aanleiding van de cohortstudie pre-COOL geëvalueerd. Het is het eerste Nederlandse onderzoek waarin gebruik is gemaakt van een begintest en waarin peuters tussen 2 en bijna 6 jaar zijn gevolgd in hun ontwikkeling, vanaf het moment dat zij naar een voorschoolse voorziening gaan, tot op de basisschool.

Pre-COOL
Uit het pre-COOL onderzoek blijkt dat VVE eraan bijdraagt dat peuters uit de doelgroep hun achterstand grotendeels inlopen. Het onderzoek laat zien dat deelname aan VVE kan compenseren voor onvoldoende stimulatie in de thuisomgeving. Daarbij toont het onderzoek aan dat een hoge educatieve kwaliteit van de voorschoolse voorziening van belang is voor de ontwikkeling van de aandachtfunctie die een belangrijke voorspeller is voor latere schoolse vaardigheden. Ook uit internationaal onderzoek blijkt dat een hogere, met name educatieve, kwaliteit van voorschoolse voorzieningen leidt tot een betere sociale ontwikkeling, tot een grotere mate van zelfregulatie en tot beter ontwikkelde cognitieve vaardigheden.

Discussie over effectiviteit
Er is in Nederland veel discussie over de effectiviteit van VVE. Zo bleek uit een inventariserend onderzoek van hoogleraar Ruben Fukkink in 2015 dat VVE niet effectief is. Later liet hij in een eigen onderzoek zien dat VVE in combinatie met VIB wel effect sorteert. De overheid blijft onverminderd inzetten op een achterstandenbeleid met gebruikmaking van VVE. Wel worden de VVE-gelden de komende jaren op een andere manier verdeeld. De kleinere gemeentes krijgen meer en de grote gemeentes minder. Dit heeft tot veel protest van grote gemeenten geleid omdat zij inmiddels een infrastructuur hebben opgebouwd van voorscholen en VVE-klassen. Bezuinigigen betekent een gedeeltelijke afbraak van die voorzieningen.

Educatieve kwaliteit
Uit peilingen met betrekking tot de kwaliteit op Nederlandse kinderdagverblijven en peuterspeelzalen blijkt dat de pedagogische kwaliteit goed is, maar dat de educatieve kwaliteit verbetering behoeft. Zo scoorde ruim driekwart van de pedagogisch medewerkers (werkzaam op een kinderdagverblijf) een onvoldoende voor ontwikkelingsstimulering en begeleiding van interacties tussen kinderen. En ook op peuterspeelzalen waren deze educatieve vaardigheden gemiddeld genomen matig tot onvoldoende aanwezig. Ook uit een andere studie blijkt dat Nederlandse pedagogisch medewerkers wel goed in staat zijn om emotionele en gedragsondersteuning te bieden, maar moeite hebben met de educatieve ondersteuning van kinderen. Om de effecten van VVE te verhogen, zijn enkele maatregelen nodig.

Aanpassingen Besluit
De aanpassingen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie zetten in op verhoging van de kennis en vaardigheden van de beroepskracht VVE, een betere kwaliteitszorg op VVE-locaties en indirect op verbetering van het toezicht. Zo moet het taalniveau van pedagogisch medewerkers omhoog. Pm’ers die in VVE-groepen werken, moeten naar niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.

Innovatiecentra VVE
Onderzoek speelt een rol in het zoeken naar factoren die de kwaliteit en effectiviteit van VVE verbeteren. Vanaf het schooljaar 2017/2018 wordt via innovatiecentra onderzoek gedaan naar (potentieel) succesvolle VVE-interventies in de praktijk. Uitbreiding van het aantal uren VVE wordt bijvoorbeeld gezien als een manier om de effectiviteit van VVE te vergroten. Maar deze maatregel is kostbaar en de effectiviteit ervan hangt naar verwachting mede af van de kwaliteit van het aanbod. Binnen de innovatiecentra kan onderzocht worden in hoeverre, op welke manieren en in welke omstandigheden het aantal uren VVE van invloed is op de effectiviteit ervan. Deze innovatiecentra spelen ook een rol bij het delen van wetenschappelijke kennis en goede voorbeelden, zo is te lezen in de toelichting op het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.