Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties10

‘Kwaliteitsverlies door grotere peutergroepen’

Avatar
Irene de Groot
In 2015 mag 1 beroepskracht maximaal 8 kinderen op een horizontale peutergroep opvangen op zowel kinderdagverblijven als peuterspeelzalen. De ratio’s verschillen nu van elkaar en dat vindt Asscher onwenselijk. Pedagoog Ans Vermeulen had liever gezien dat de ratio voor kinderdagverblijven leidend zou worden vanaf 2015. Ook Abvakabo FNV is niet blij: 'In deze zware tijden een verslechtering aanbrengen op de kwaliteit vinden wij op zijn zachtst gezegd geen slimme zet.'
'Kwaliteitsverlies door grotere peutergroepen’
Foto: ANP

De nieuwe leidster/kindratio voor horizontale peutergroepen gaat per 1 januari 2015 in. Er staat dan 1 pedagogisch medewerker op 8 kinderen. Nu is dat op kinderdagverblijfgroepen (met alleen tweejarigen) 1 beroepskracht op 6 kinderen. Voor groepen met tweejarigen én driejarigen geldt 1 beroepskracht op 7 kinderen en voor groepen met alleen driejarigen 1 beroepskracht op 8 kinderen. Verticale groepen krijgen niet te maken met de verandering.

Harmonisatie

Waarom kiest het kabinet voor het verlagen van de ratio in peutergroepen? Vanaf 1 januari 2015 bestaat er geen verschil meer in kwaliteitseisen voor de peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf. Dan gaat de harmonisatie een nieuwe fase in. Er is voor de huidige ratio van peuterspeelzalen gekozen omdat de vier grootste gemeenten hun zorgen hebben geuit tijdens een feitenonderzoek naar peuterspeelzaalwerk. Zij waren bang dat het gelijktrekken van de eisen zou zorgen voor een hogere personele bezetting bij peuterspeelzalen.

De kwaliteitsmaatregelen voor harmonisatie tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk worden een jaar vervroegd. Per 1 januari 2015 worden de regels voor beroepskracht-kindratio gelijk gesteld. En per 1 juli volgend jaar wordt het vierogenprincipe ook ingevoerd in de peuterspeelzalen. Lees meer >>

Eisen

Pedagoog Ans Vermeulen, lid van het Pedagogenplatform, had liever de norm van de kinderopvang behouden: 14 kinderen in een peutergroep. Vermeulen vindt het jammer dat de voorwaarden voor kwaliteit verslechteren. ‘Dit gebeurt op een moment dat de ontwikkeling van een brede kwaliteitsvisie, de bijbehorende voorwaarden, meting en borging nog in volle gang zijn.’ Daarnaast merkt de pedagoog op dat de druk op de pedagogische kwaliteit al toeneemt door de reorganisaties in de kinderopvang. Ook Abvakabo FNV vindt het geen goed idee om in ‘deze zware tijden een verslechtering aan te brengen op de kwaliteit’, laat de organisatie op haar website weten.

Kindplaatsen

Kinderopvangorganisaties zijn niet verplicht om het maximum aantal kinderen te plaatsen. Vermeulen denkt dat kinderopvangorganisaties dit door de moeilijke omstandigheden mogelijk wel zullen doen. ‘De toename van twee kinderen op een peutergroep betekent in de praktijk twee extra kindplaatsen. Over het algemeen wordt een kindplaats door twee à drie kinderen gebruikt. Dit betekent dat het aantal kinderen waarmee pm’ers een relatie opbouwen toeneemt met vier tot zes kinderen per groep.’

Werkdruk

Vermeulen kent geen onderzoek waaruit blijkt dat door deze verhoging de werkdruk onacceptabel toeneemt. Wel kan ze zich voorstellen dat pm’ers te maken krijgen met meer observaties, kindbesprekingen en oudercontacten. Ook kinderen krijgen te maken met grotere groepen. Vakbond Abvakabo FNV vreest daarnaast dat de aanpassingen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de werkgelegenheid. Grotere groepen kunnen als gevolg hebben dat er minder pedagogisch medewerkers nodig zijn.

Structuur

Voor de kinderen is het belangrijk dat kinderopvangorganisaties nog meer aandacht schenken aan de kwaliteit. ‘Continuïteit en stabiliteit moeten gewaarborgd blijven. Bijvoorbeeld door te zorgen dat kinderen de pm’ers en de andere kinderen goed leren kennen, maar ook door een bekend dagritme met vaste rituelen in een bekende speel-leefomgeving’, benadrukt Vermeulen. Pm’ers moeten volgens de pedagoog bij de nieuwe ratio meer aandacht geven aan de dagstructuur. Ze kunnen ook vaker met kleinere subgroepjes spelen en eten, waardoor de groep overzichtelijk blijft voor de peuters.

Hoe komt de opvang van peuters er uit te zien? Het Ministerie van Sociale Zaken is, onder leiding van minister Asscher, al jaren bezig met de harmonisatie van peuteropvang. Maar toen zijn plannen bekend werden, gingen die voor branchepartijen in de kinderopvang en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet ver genoeg. Lees meer >>

De rekentool voor de leidster-kindratio is vernieuwd. Bereken daar hoeveel leidsters er op de groep moeten staan.

10 REACTIES

  1. Waar het volgens mij echt om gaat is niet of de pedagogisch medewerker het aankan, het gaat om wat voor het welbevinden, de betrokkenheid en ontwikkeling van kinderen het beste werkt. Ongeacht de professionaliteit en gedrevenheid van pedagogisch medewerkers is het gewoon minder goed mogelijk de nodige (persoonlijke) aandacht te geven aan kinderen als er 16 zijn en geen 14. Dit heeft invloed op de interacties met maar ook tussen kinderen.
    Natuurlijk zijn kinderen flexibel maar dit is niet de enige recentelijke aanpassing gedaan binnen kinderopvang. Denk aan ontslagen en wisselingen van personeel en sluiting of verhuizing van groepen. Last but not least; de functie van pedagogisch medewerker is erg veranderd. Pedagogisch medewerkers moeten veel meer doen in veel minder tijd!
    Kortom: deze aanpassing is nadelig voor de pedagogische kwaliteit!

  2. Lees alle reacties
  3. Leerkrachten van (ook grote) kleutergroepen moeten óók veters strikken, helpen bij verschonen als een kind een ongelukje heeft gehad, bekers open draaien, bananen helpen schillen, ’s ochtends en ’s middags oudercontacten voeren, schoonmaken, etc, etc. En al wat u noemt. Ik vind het overigens zorgelijk dat uw reactie lijkt te bevestigen dat het grootste deel van de werkzaamheden van een PM-er bestaat uit verzorgende en huishoudelijke taken.

  4. Veel respect voor een juf of meester op de basisschool! Maar zij hoeven geen kinderen te verzorgen (luiers, aan en uitkleden, schoenen), lokalen schoonmaken, eten en drinken verzorgen, eetgerei afwassen, s’morgens èn s’middags oudergesprekken van elk kind… toch wel een verschil. En peuters zie je wel reageren op het kindaantal. Ook hebben peuters meer individuele aandacht nodig dan kleuters… en inderdaad, ik ben een PM-er.

  5. Grappig, je kan uit bovenstaande precies halen wie werkgever, werknemer of deskundige is.
    Kinderen zijn heel flexibel, die kunnen wel tegen een stootje. PMers daarentegen een stuk minder.
    Wat zal een juf of de basisschool het moeilijk hebben met 32 kleuters op 70m2………

  6. Waarom wordt in Nederland toch altijd gekozen voor de kwantiteit ipv voor kwaliteit. In 1 klap gaan we weer 3 stappen terug. Het maakt voor een peuter echt veel uit of je de hele dag in een groep van 14 kinderen zit of in een groep van 16 kinderen. De voorscholen/psz zijn slechts 3,5 uur open, maar op een dagverblijf zitten de kinderen tussen de 8 á 10 uur. Ook voor de pm-ers maken 2 kinderen meer op een dag veel uit; en dan hebben we het nog niet over nog meer verschillende banden/relaties aan gaan met kinderen en ouders.
    Er zijn alleen maar negatieve gevolgen van deze maatregel voor de peuters en de pm-ers. Het enige positieve is dat er meer geld binnen komt, maar of dat op de lange duur opweegt tegenover de negatieve gevolgen is de grote vraag.

  7. Sorry, maar er bestaat geen ”SPW2′ niveau. Eens dat de gastouder naar PW3 niveau moet worden gelift, laat de overheid dan ook hier de toeslag/ maximaal te vergoeden uurprijs, gelijktrekken.
    Kort geleden hebben vele organisaties vanuit reorganisatie de horizontale groepen veranderd naar verticale, ik hoop niet dat we weer een volksverhuizing krijgen waar kind, pm-er en ouder niet op zit te wachten.

  8. De interactie tussen pedagogische medewerkers en kinderen vormt de kern van de kwaliteit van zowel de kinderopvang als de peuterspeelzaal. Als je aan de mogelijkheid tot interactie met de groep gaat tornen door het aantal kinderen per pedagogisch medewerker te verhogen gaat dat direct ten koste van de kwaliteit. Het zoveelste bewijs dat dit soort maatregelen wordt genomen door mensen die er geen verstand van hebben en ver afstaan van de alledaagse praktijk.

  9. Ik ben heel benieuwd hoe er dan omgegaan zal worden met de eis dat er minimaal 3,5 m2 aan speelruimte per kind beschikbaar moet zijn. Veel recent gebouwde kinderdagverblijven hebben deze wettelijke ondergrens gehanteerd bij de bouw. Ik neem aan dat deze dagverblijven dan niet van 14 naar 16 kinderen mogen uitbreiden? of gaat deze ondergrens voor speelruimte binnenkort ook op de schop?

  10. Prima besluit van Asscher. Met 1 maat meten. De onbetaalbaarheid van de kinderopvang komt voort uit de permanente stijging van de loonkosten.
    Daarnaast is het hoog tijd dat er eens eerlijk met de BKR van de kinderopvang en de PSZ wordt omgegaan.
    Nu nog het SPW2 nivo van de gastouderopvang naar minimaal SPW3 voor een level playing field.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.