Januari
Genderneutraal opvoeden. Opvoeden zonder genderstereotypen. Je hoort het steeds vaker en het roept uiteenlopende reacties op. Sommige mensen juichen het toe, anderen hebben hun twijfels. Marleen Groeneveld, assistent professor aan de Universiteit Leiden, verduidelijkt: het gaat erom kinderen niet stereotiep op te voeden. Het draait niet om het negeren van het geslacht, maar om kinderen te laten zijn wie ze willen zijn.
Geena van Herp: ‘Volgens mij doen we dat al jaren toch? Juist in de kinderopvang sporen we aan dat een kind mag spelen waarmee hij/zij wil. Ik ben alleen enorm allergisch voor het woord ‘genderneutraal’. Dit is alleen maar weer meegaan met de media en aandacht vragen. Een artikel waarin staat hoe we als professional al jaren werken zonder het woord genderneutraal te gebruiken, zou meer sieren.’
Gastouderopvang_boechorstkids: ‘Jongens en meisjes zijn zelf bewust bezig met het leren van de verschillen. Ik speel hier juist op in. Het maakt niet uit wie waarmee speelt, en taakjes zijn niet voor jongens of meisjes. Maar we benoemen wel de verschillen tussen een jongen en een meisje. Iedereen mag zijn wie hij of zij is en is goed zoals hij of zij is.’
Corinne Gisbers: ‘Zonde van al die onderzoeken en het geld. Vraag het ons. Ik ben als professional al tweeëndertig jaar werkzaam in de opvang. Jonge kinderen weten tot hun zevende echt nog niet werkelijk het verschil tussen jongens en meisjes. Wij volwassenen leggen er te veel nadruk op. Een kind gaat zich pas rond de puberteit verder ontwikkelen. Waarom zou je hier de nadruk op willen leggen? Stop met ze in hokjes stoppen en ze dan al heel vroeg aan de hormonen helpen.’
Elisevanhaaften: ‘Is dit serieus?!’
Rickkert.nl: ‘Schandelijk dat dit gebeurt. Handen van kinderen af met dit soort ziekmakende gedachten.’
Februari
Slechts zes procent van de medewerkers in de kinderopvang is man. Geert van Thull, locatiemanager bij KomKids in Rotterdam, wil daar verandering in brengen: ‘Voor hun rol is meer ruimte nodig.’
Kim Den Hartog-Wijers: ‘Ik zou heel graag mannelijke collega’s hebben op de peutergroep en bso! Vooral voor de drukke jongens op de groep, maar ook voor een goed evenwicht in een team. Jammer dat de zaak van het Hofnarretje zo’n negatieve invloed heeft gehad op het beeld van mannen in de kinderopvang.’
Sophia Ashley Posthumus: ‘Het is niet altijd gezegd dat mannen goed met drukke jongens om kunnen gaan. Ik had een mannelijke collega die is gestopt om die reden.’
Richard Koning: ‘Ik werk zelf al jaren in de kinderopvang, maar merk toch vooral dat het een vrouwenwereld is. Op zich logisch, maar veel organisaties deden weinig om mannelijke collega’s te werven en binnen de organisaties te houden. Voorbeelden zijn kerstpakketten waar een man zelf niets aan had (“Geef je het toch aan je vrouw”, hoorde je dan).
Wat het meest heeft bijgedragen, is toch dat gedoe met het Hofnarretje in Amsterdam. Destijds zag ik veel mannelijke collega’s vertrekken om ander werk te zoeken. Veel van hen voelden zich niet gesteund door hun werkgever nadat ouders hen opeens wantrouwden en zelfs hun kinderen van de opvang haalden omdat er een man werkte. Ik werk nog steeds met groot plezier op de buitenschoolse opvang, maar merk dat er bij het binnenhalen van mannelijke collega’s nog veel te winnen valt.’
Giovanni en Trea Delea: ‘Ik heb met veel plezier met mannen gewerkt. Ik mis ze inderdaad. De nasleep van Het Hofnarretje heeft mijn eerste mannelijke collega destijds zijn baan gekost. Vreselijk, want het paste heel goed bij hem en er was een prachtige werksfeer.’
Maart
30-urige werkweek. ‘Het is onmogelijk om een 30-urige werkweek in te voeren in de kinderopvang. Ik zou niet weten hoe we het rooster rond zouden krijgen.’ Dit soort reacties volgden op het voorstel van FNV om met behoud van salaris de voltijd werkweek in de kinderopvang te verkorten van 36 naar 30 uur.
Priscilla Katjee: ‘Zet dan in op 32 uur. Vroeger werkten we allemaal maar acht uur op een dag. We gingen om acht uur open en om zes uur dicht. Het was toen echt beter: minder kinderen op de groep, minder tot geen zorgkinderen, kortere dagen, stukken minder administratie en veel meer zelfregie.’
Sharon van Santen: ‘Laat ze de leeftijdsgrens van één jaar eerst maar eens verzetten naar anderhalf, voordat er een leidster minder ingezet gaat worden. Als een kindje net één jaar is geweest, kan het niet gelijk dezelfde dag lopen en zelf eten.’
Leoniebl81: ‘Hoe plan je überhaupt dertig uur in? Bij ons zijn drie kdv-dagen 27 uur. Dat betekent dat je na drie weken één keer vier dagen moet werken om die uren in te halen, of dat je iedere twee weken een bso-dienst moet draaien. Als je een gezin hebt, is dat niet te doen. Bij ons kom je dan elke week één à twee parttimers te kort. Waar halen we die vandaan?’
Patricia Tromp: ‘Helemaal mee eens. Mijn zoontje is over een paar dagen één jaar, en ik heb niet het gevoel dat hij veel minder zorg nodig heeft. Sterker nog, door het kruipen en proberen te lopen, moet hij juist meer in de gaten gehouden worden.’
April
Het kabinet wil een verbod op vochtige billendoekjes met plastic, omdat deze vaak door het toilet worden gespoeld. Hierdoor verstoppen ze het riool. Het ontstoppen van het systeem kost jaarlijks tussen de 22 en 55 miljoen euro.
GMM1984: ‘Tuurlijk, nog meer kosten voor gastouders en meer werk. Het uurtarief mag wel flink omhoog met al die veranderingen.’
Kitty Boendermaker: ‘Ik zal ze een dagje laten meedraaien met washandjes en warm water. Wie draait de was vandaag?’
Merel NDB: ‘Ga voor plasticvrije billendoekjes, er is genoeg keus!’
Ysabelle Vochteloo: ‘Ik ben erg benieuwd wat dan het alternatief gaat worden. Al denk ik wel dat dit probleem eerder door individuele consumenten wordt veroorzaakt dan door pedagogisch medewerkers.’
Silvia Ratering: ‘Ik snap de weerstand, maar (micro)plastics vormen echt wel een groot probleem. Ik vind dat de industrie daar in eerste instantie een oplossing voor moet vinden.’
Mei
De één-op-één-relatie tussen een pedagogisch medewerker en een kind is cruciaal voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit stelt pedagogisch wetenschapper Rosanne Sluiter in haar promotieonderzoek. Als die relatie goed is zorgt dat voor veiligheid en welbevinden en het helpt bij een veilige hechting.
Tabitha de Jong: ‘Tijd voor een groepshulp en minder papierwerk, dan hebben de pm’ers echt meer tijd voor de kindjes. Ik doe nu veel in mijn eigen tijd zodat ik ze meer aandacht kan geven, maar eigenlijk is het absurd dat het zo moet.’
Riky Smeenk: ‘In haar artikel Afwezige ouders, lastige kinderen noemde Gitty Feddema de crèche een vorm van gesubsidieerde kinderverwaarlozing. Een artikel uit 2017, maar zeer actueel.’
Saskia en Ruud Sanders Klaver: ‘Minder kinderen per leidster, dan is er wel tijd. Eigenlijk precies zoals bij gastouders.’
Elly Geers: ‘Ik wil graag bouwen aan de één-op-één-relatie, maar hoe doe je dat op een babygroep van veertien kinderen? Staan de kinderen nog wel voorop of draait alles om geld?’
Linda Eisses: ‘Persoonlijke aandacht is zeker belangrijk, maar dat kan niet zolang wij de ‘octopusfunctie’ van pedagogisch medewerker, verpleegster, administratief medewerker, interieurverzorger, maatschappelijk hulpverlener en ga zo maar door hebben. We zullen dan helaas een relatief klein deel van onze tijd aan de kinderen kunnen besteden. Al jaren wordt er gezegd door de mensen op de werkvloer dat we onderbezetting hebben. Willen ze verbetering, dan zal er toch eens echt naar ons geluisterd moeten worden en niet meer naar de euro’s.’
Juni
Het aantal kinderen met gescheiden ouders is hoog, wat betekent dat steeds meer kinderen van mama naar papa gaan en ook nog naar opvang of opa/oma. Meerdere huizen, opvangplekken en opvoeders: wat doet deze onrust met kinderen?
Riky Smeenk: ‘Dit gebeurt bij baby’s al, zonder dat ouders gescheiden zijn. Een dag mama, één dag papa, twee verschillende grootouders en dan ook nog naar de opvang. Sommigen denken dat het bij een baby niet uitmaakt, maar het is juist cruciaal dat die zoveel mogelijk bij de ouders is. Dáár wordt een basis gelegd voor het gevoel van veiligheid, geborgenheid. Het gevoel van; iemand kijkt altijd naar mij om.’
Susanovos: ‘Ik denk dat ouders al heel vaak keihard hun best doen.’
Janneke Keikes: ‘Helaas is de situatie bij mijn dochter van zes zo. Ze maakt lange dagen op woensdag en vrijdag. Eerst naar de vso, daarna naar school en vervolgens naar de bso. Als ze wordt opgehaald gaat ze of met mij mee of met haar vader naar zijn huis. Ik ben dankbaar dat ze op een hele fijne opvang zit, waar ze het naar haar zin heeft. Zulke fijne, lieve en professionele pm’ers!’
Anja Kuiters: ‘Ik kan me van vroeger herinneren dat het voelde als een eeuwige wachtkamer, waar ik probeerde onzichtbaar te zijn. Heel veel stilte en eenzaamheid. Je begrijpt dat dit ook invloed heeft op je volwassen persoonlijkheid.’
Juli
Interactief voorlezen wordt straks verplicht onderdeel van de VVE-keuze binnen de opleiding pedagogisch medewerker. Vanaf 1 januari 2026 vervangt ‘interactief voorlezen’ het traditionele ‘lezen’ in de taaleis 3F van de module ontwikkelingsgericht werken. Dit geldt voor mbo-3 pedagogisch medewerker, mbo-4 gespecialiseerd pedagogisch medewerker en zowel zittende als nieuwe studenten.
Susanne Merkx: ‘Ik onderschrijf, na veertig jaar met peuters te hebben gewerkt, dat voorlezen enorm waardevol is voor de taalontwikkeling. Zeker wanneer er voldoende materiaal beschikbaar is om het verhaal daarna na te spelen of er een toneelstukje van te maken.’
Lieke Brüggenwirth-van Gorp: ‘Bij onze opleidingen bij Variva zit (interactief) voorlezen er al in!’
Betsyvdgrift: ‘Interactief voorlezen is inderdaad een hele krachtige tool om de taalontwikkeling te bevorderen. Dus prima dat die in het curriculum van pedagogisch medewerkers zit. Niet alleen voor VVE trouwens. Maar waarom moet het, zoals zoveel in de kinderopvang, meteen een regel of een verplichting worden? Laat de professionalisering van het vak (van inmiddels grotendeels mbo-plussers) eens wat meer over aan de sector en opleiders zelf.’
Tara Sagari: ‘Super! Trek het breder door: taalontwikkeling is in het algemeen een ondergeschoven kindje geworden (bijvoorbeeld stagiairs met nauwelijks leesbare verslagen).’
Denise Hille: ‘Heel goed! Ik merk dat veel, vooral jonge leidsters, angst hebben om voor te lezen. Dat had ik zelf ook toen ik net begon. Oefenen in de opleiding vermindert die angst al flink!’
Ingrid van den Berg: ‘De eerste schoolopdracht van de stagiaire op mijn groep was: voorlezen!’
Augustus
Pm’ers zouden vaker op blote voeten moeten lopen. Pedagogisch medewerkers zijn de hele dag in beweging: lopen, rennen, tillen, bukken en staan. Er is weinig tijd om even te gaan zitten. Dan zou je zeggen dat goed schoeisel onmisbaar is toch? Of kun je in de zomer prima uit de voeten met slippers die weinig ondersteuning bieden?
Anita Glas: ‘Wij mogen niet eens op slippers lopen, laat staan op blote voeten. Maar ik zou het ook niet willen hoor met die vieze vloeren.’
Liza van den Boogaard – Lutoerkey: ‘Ik ben gastouder in mijn eigen huis, en loop zodra het kan de hele dag op blote voeten. De kinderen doen bij binnenkomst al hun sokken uit. “Blote kakkies” zeggen ze dan.’
Chantal Smit-Heres: ‘Gadver nee dank je met die belabberde schoonmaak.’
Boukje69: ‘De kinderen mogen zelf bepalen hoe ze naar buiten gaan. Op schoenen of blote voeten.’
Erika Schulte: ‘Of Barefoot schoenen dragen. Je voeten zijn dan wel beschermd, maar behouden hun natuurlijke vorm. Of eigenlijk kunnen ze hun natuurlijke vorm weer terugkrijgen.’
Loes Stevens: ‘Lekker tussen een verloren stukje banaan stappen.’
Francien de Boer: ‘Wat ben ik blij dat ik als gastouder in m’n eigen huis werk. Het eerste wat ik doe is mijn schoenen uit en lekker op mijn blote voeten lopen (in de winter wel sokken en sloffen aan). De kids lopen ook op sokken of blote voeten. Buiten op het gras maar ook over het grind.’
Leonie van Esch: ‘Nee dank je. Thuis wel, maar op het werk niet. Door een splinter een bacteriële infectie gehad: wondroos. Ben erg huiverig om op vieze vloeren te lopen.’
September
Maakt de verplichte babyscholing echt een verschil? De verplichte babyscholing moet pedagogisch professionals helpen om beter in te spelen op de behoeftes van baby’s. Maar volgens babyexpert Marije Magito werkt dit niet zo in de praktijk.
Maartje Maart: ‘Ik vind het vooral bijzonder dat wij, vaak al jaren in de kinderopvang werkzaam en dus met de nodige ervaring, deze opleiding moeten doen. Jongeren die net van school komen en één hoofdstuk over baby’s hebben gehad, hoeven dit niet.’
Laura_groot: ‘Een vraag in het online gedeelte was: “Een baby weegt een x aantal kg, welke maat luier draagt hij?” Dat zegt genoeg denk ik.’
Hester Baars: ‘Heel fijn dat er aandacht voor is, en tegelijk te erg dat dit gebeurt. Ik verbaas me over de “goedkope” en “snelle” e-learnings.’
Riky Smeenk: ‘Baby’s horen het eerste jaar thuis bij de ouders.’
Miranda van den Berg: ‘Wij hebben wel een hele uitgebreide, waardevolle babytraining gehad!’
C.laudia19: ‘De babycursus behaald doormiddel van zes intensieve bijeenkomsten. Nu is het een e-learning geworden? Totaal niet haalbaar.’
Lian van Esch: ‘Ik heb die training niet nodig. Ik zie door ervaring wel hoe een baby in elkaar zit. De manier van interactie, de manier van huilen, je herkent het zo.’
Rian van der Zee: ‘Er zitten inderdaad enorm veel verschillen in alle scholingen. Bij e-learnings lijkt het leerrendement lager te liggen dan bij live scholing. Baby’s zijn een belangrijke doelgroep. Mooi als er meer oog komt voor de kwaliteit van scholingen en het effect hiervan.’
Oktober
Dyani Janga (21) werkt sinds anderhalf jaar in de kinderopvang en voelt zich op zijn plek. Toch loopt hij als man constant op zijn tenen: ‘Het voelt als een tikkende tijdbom. Stel dat je vals beschuldigd wordt, dan kan dit je hele carrière verwoesten.’
Carolien Dankers de Bruijn: ‘Weleens meegemaakt dat een ouder dreigde zijn kind eraf te halen als een mannelijke medewerker niet wegging. Gelukkig bleef de organisatie achter deze jongen staan. Over vrouwen hebben we het nooit. Die kunnen ook heel geniepig en niet leuk voor kinderen zijn.’
Maarten Sloof: ‘Als man werkzaam in de kinderopvang heb ik zelf ook rondgelopen met deze gedachtes. Desondanks toch mijn hart blijven volgen. Mannen zijn naast vrouwen ook belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen.’
Barbara Van de Werken-Weijers: ‘Gelukkig zien we steeds meer mannen die de stap maken. Maar ze blijven heel kwetsbaar. Wij vrouwen moeten ons daar als collega’s bewust van zijn en ze steunen.’
NE Rifton: ‘Ik werk inmiddels al dertien jaar met veel plezier op een kinderdagverblijf. In al die jaren heb ik nooit problemen ervaren of mij ergens ongemakkelijk bij gevoeld.’
Simone de Jonge: ‘Binnen onze organisatie werken mannen en vrouwen. We vinden het belangrijk dat kinderen dit normaal vinden. Drie keer per jaar hebben we een mannenoverleg. Hierin is ruimte om ervaringen te delen en tips uit te wisselen. Hierdoor voelen mannen zich comfortabel en gewaardeerd.’
November
Het vernieuwde protocol van VeiligheidNL voor veilig slapen in de kinderopvang is gepresenteerd bij de aftrap van de Week van Veilig Slapen op 22 september. Het protocol schrijft onder meer voor dat baby’s in de kinderopvang vaker gecontroleerd moeten worden. Niet elke dertig minuten, maar elke vijftien minuten.
Tinny Matti Bervoets Schellens: ‘Wat ik dus niet snap is dat ze in de kinderopvang geen bewegingssensor gebruiken. Dat maakt de kans veel kleiner op wiegendood. Het alarm gaat na vijftien seconden niet ademen.’
Leki Ka: ‘Ouders langer thuislaten met hun baby’s. Mijn kind is ook een tijdje naar de opvang gegaan. Maar iedere keer als ik hem kwam ophalen was hij aan het huilen en had hij een volle luier. Na één week heb ik besloten om thuis te blijven.’
Marije Magito: ‘Iedere baby is er een teveel natuurlijk. En ik ben eigenlijk wel benieuwd naar het aantal baby’s van die 41 in 2023 en van die 37 in 2024 die in een kinderdagverblijf aan wiegendood stierven? Wie weet dit en waar kan ik die info vinden?’
Kris Spruyt: ‘Wordt dat ook een verplichting voor jonge ouders? Dat ze zelf ook niet meer mogen slapen? ’s Nachts moeten zij toch ook een paar uren hun ogen kunnen dichtdoen? Ik vind deze richtlijnen hoe langer hoe onuitvoerbaarder.’
Nathalie Pieper-Scheepers: ‘Vaker controleren gaat niet helpen. Misschien krijgen baby’s te veel prikkels in de kinderopvang? Als ik zie wat een drukte het gister was op onze groep en daar zo’n kleintje van acht weken tussen. Het is maar een gedachte, niet onderbouwd verder.’
Mireille Vossenaar: ‘Ze kunnen beter uitzoeken wat er is veranderd bij moeder en kind in 2023. Zoek naar de oorzaak en wees kritisch. Waarom verliezen we zoveel baby’s?’
Gmm1984: ‘Hoe zien ze dat voor zich.. Elke tien minuten controleren?’
Sandra Van Wetten – van Amersfoort: ‘Ieder kwartier? Ik snap de zorgen, maar het moet wel realistisch blijven.’
December
Het lijkt er toch echt van te komen: bijna-gratis kinderopvang vanaf 2029. Het demissionair kabinet maakte op 17 oktober het wetsvoorstel daarvoor openbaar. Met de maatregel moet méér werken gaan lonen voor ouders.
Mandy Krouweel-Bootsma: ‘Ik vraag me af hoe dit vorm gaat krijgen voor de ondernemers. Als je een DEAB bent, mag je dus geen winst meer maken. Hoe gaat dat eruitzien voor alle particuliere organisaties? Hoe moeten die overeind blijven? Het loont dan dus ook niet meer om als ondernemer een nieuwe locatie te openen. Er zijn al zo weinig kindplaatsen.’
Audrey Lemmer: ‘Heel veel ouders werken ook minder om bij hun kind te zijn. Is dat zo slecht?’
Cynthia Roos-Kempers: ‘Goede ontwikkeling! Vanuit verbinding met elkaar verder met een transparante bedrijfsvoering gericht op hetzelfde kind!’
L. van Til – van den Berg: ‘Ik heb de stukken nog niet gelezen, maar ben wel benieuwd hoe ze het gaan doen met het enorme personeelstekort.’
Mrs. Heeres: ‘Wij als pp’er hebben ons allemaal moeten bijscholen. De F3 babycursus gedaan en VVE. Hoe willen ze de kwaliteit van de opvang nog waarborgen?’
Vanderbruggen_jacqueline: ‘Er is nu al te weinig personeel. En ook dat “snelle” opleiden met al die BBL-studenten, komt de kwaliteit niet per se ten goede.’




