Blog Simon Hay – Jongens: speels of stoorzender?

Waarschijnlijk herkennen we het allemaal: jongens zijn over het algemeen drukker en speelser dan meisjes. En dat heeft flinke consequenties, zo heeft Amerikaans onderzoek nu aangetoond. Leerkrachten bestempelen het gedrag van jongens namelijk vaker als negatief en dat zou er uiteindelijk zelfs toe leiden dat klasgenootjes minder graag met ze spelen … Ik schrik ervan en vraag me af: is dit onderzoek ook van toepassing op de kinderopvang?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Eerst nog even terug naar het begin. Recent onderzoek van Lynn Barnett van de universiteit van Illinois[1] heeft dus aangetoond dat jongens die speels gedrag vertonen als meer opstandig en verstorend worden gezien door hun leerkrachten in groep 1, 2 en 3. Dit geldt alléén voor jongens en niet voor meisjes. Het onderzoek laat ook zien dat, doordat deze leerkrachten dit gedrag als negatief bestempelen, de klasgenootjes van deze jongens anders naar ze gaan kijken. Waren de jongens eerst nog wenselijke speelmaatjes, nu worden ze niet langer gezien als geschikte kameraadjes. En dat leidt er zelfs toe dat de jongens uiteindelijk een negatief zelfbeeld krijgen, aldus het onderzoek van Barnett.

Vertaalslag kinderopvang
Ik laat het onderzoek op me inwerken en probeer een vertaalslag te maken naar de kinderopvang in Nederland. Zou er binnen onze sector ook sprake zijn van het stigmatiseren van speelse jongens (en dan zijn speelse eigenschappen volgens Barnett: lichamelijke spontaniteit, actief contact zoeken met andere kinderen, creativiteit en het laten zien van enthousiasme en plezier)? Zonder zelf onderzoek te hebben gedaan, maar puur uitgaande van mijn eigen ervaringen, durf ik te zeggen dat deze situatie ook bij ons van toepassing is.

Een voorbeeld
Als toelichting een voorbeeld uit de praktijk. Enige tijd geleden werd ik gevraagd te komen observeren op een peutergroep. Volgens de pedagogisch medewerkers verstoorden een paar drukke jongetjes de sfeer in de groep. Aangekomen op de locatie was het niet moeilijk de zogeheten stoorzenders te identificeren. Twee jongetjes met rode hoofden renden hard lachend en roepend in het rond. De pedagogisch medewerkers vertelden me dat ik op een goede dag kwam kijken. De twee jongens waren al de hele dag op deze manier bezig. Ik besloot een tijdje mee te kijken en als toegewijd VIB’er zette ik ook mijn filmcamera aan ter ondersteuning van de nabespreking met de pedagogisch medewerkers.

Veel plezier
Wat ik te zien kreeg, waren twee kinderen van bijna drie die veel plezier met elkaar hadden. Ze renden, sprongen en klommen. Hun enthousiasme uitten ze door hard te lachen en door de andere kinderen en de pedagogisch medewerkers luid roepend te vertellen wat ze aan het doen waren. Ik zag ze ook zelf spel maken met blokken en doeken: ze kropen er onderdoor en renden erlangs en tussendoor. Ondertussen namen de jongens de leiding, ze verdeelden taken en vroegen andere kinderen om mee te doen.

Nabespreking

Na afloop vroeg ik de pedagogisch medewerkers wat zij hadden ervaren. Zij vertelden me dat de twee jongens erg druk waren, overheersend zelfs. De jongens vroegen continu hun aandacht en waren niet bij te sturen. Ik pakte de filmbeelden erbij en vroeg de pedagogisch medewerkers nogmaals wat zij de jongens zagen doen. Daarna bespraken we wat het gedrag van de jongens zei over de ontwikkelingstaken waar zij mee bezig waren. Tot slot gingen we in op wat deze jongens van hen nodig hadden.

Ander perspectief

Ik was blij te horen dat de pedagogisch medewerkers de situatie nu vanuit het perspectief van de kinderen konden bekijken. Dat ze zagen dat de jongens vooral heel enthousiast waren en zich uitgedaagd en prettig voelden op de groep. De jongens waren bezig met hun motorische ontwikkeling en genoten samen van zelfgemaakt spel. De pedagogisch medewerkers gaven daarnaast aan te zien dat de jongens bevestigd wilden worden in hun enthousiasme. Ook zagen ze dat ze letterlijk bewegingsruimte nodig hadden.

Makkelijk

Het is maar één van de voorbeelden die ik heb, maar wel één die wat mij betreft illustratief is voor hoe er binnen de kinderopvang en dus ook het onderwijs naar speelse kinderen (en dan met name speelse jongens) wordt gekeken. En natuurlijk begrijp ik goed dat het voor mij veel makkelijker is om vooral de positieve kanten van dit gedrag van kinderen te zien. Ik kom maar een uurtje kijken en heb niet dag in dag uit te maken met bewerkelijk gedrag op de groep.

Verder kijken

Toch denk ik dat het essentieel is voor deze kinderen, de groep en pedagogisch medewerkers om vooral te kijken naar wat er achter dit gedrag zit. Want als je als kind wel tien keer op een dag ‘nee’ te horen krijgt, dan ontstaat toch het gevoel dat je wat verkeerd doet. En als dat maar lang genoeg duurt, krijg je vanzelf het idee dat jij niet voldoet.
Ook speelse jongens willen gewoon gezien en gewaardeerd worden. Ze willen enthousiasme delen, oprecht positief contact maken en genoeg ruimte om zich heen hebben om vrij te bewegen, ontdekken en experimenteren. Stigmatiseer dus niet, maar achterhaal welke behoeften ten grondslag liggen aan het gedrag dat je ziet. Deel het enthousiasme en denk in acceptabele mogelijkheden binnen de aanwezige kaders. Alleen dan krijgen ook speelse jongens (en meisjes) alle kans om zich te ontwikkelen!

[1] Bron: https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fpsyg.2018.00232/full


De stelligheid van opvoedadvies van experts zijn vaak gebaseerd op meningen en onderbuikgevoelens en niet op wetenschappelijk onderzoek. Dit zei bijzonder hoogleraar historische pedagogiek René van der Veer en Simon voelde zich aangesproken. Lees meer in zijn vorige blog


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.