Blog Judith Kuiten – Respect voor de autonomie

De interactievaardigheden tussen pm'er en kind scoren nog altijd laag in de kinderopvang. Ook uit het laatste NCKO-kwaliteitsonderzoek bleek dat er op dit onderdeel amper vooruitgang is geboekt. Judith Kuiten bespreekt de zes interactievaardigheden in haar weblogs op Kinderopvangtotaal: wat het is, waarom het belangrijk is en hoe je jezelf daarin kunt verbeteren. Deze keer: respect voor autonomie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Blog Judith Kuiten - Respect voor de autonomie

Het ‘zelf doen’ en ‘respect voor de autonomie’ gaan volgens mij hand in hand. Van de opvoeder vraagt dit geduld. Dus niet ‘even snel de jas aan doen,’ maar: ‘Je wilt het zelf doen, ook al lukt het niet meteen.’ Hoe moe ik er als ouder soms ook van word (ik kan alles namelijk véél sneller): als het erop aankomt ben ik groot voorstander! Uiteindelijk is je doel toch dat ze als zelfstandigen gaan functioneren in de maatschappij. Laten we daar dan maar vroeg mee beginnen!

De NCKO Kwaliteitsmonitor (voor kinderdagverblijven, 2009) zegt er het volgende over: ‘Wanneer kinderen zich veilig voelen, kunnen zij hun aandacht onbezorgd richten op onderzoeken, spelen en oefenen, waardoor ze hun competenties op allerlei gebieden kunnen ontwikkelen en versterken.’ Daarbij moeten kinderen de kans krijgen om dingen zelf te doen en uit te proberen.

In de lessen pedagogiek zeg ik altijd: ‘Doe maar bewust een stapje terug en kijk even aan wat er gebeurt.’ Je zult versteld staan wat kinderen al zelf kunnen (als ze daar de kans voor krijgen en ertoe worden uitgedaagd). Nog belangrijker: de glimlach die ze hebben als het gelukt is, is onbetaalbaar en van groot belang voor de ontwikkeling van de eigenwaarde. Natuurlijk vraagt het soms geduld, maar uiteindelijk levert het tijd en ruimte op. Het kind doet het immers zelf!


‘Steeds maar weer blijven kijken en luisteren en met regelmaat, zelf een stapje terug’

Kinderen voelen zich prettig als ze zelf mogen beslissen. Daarbij moeten ze geen 100 keuzemogelijkheden krijgen natuurlijk. Als je mij voor de toetjesafdeling van de AH zet, met de woorden ‘zoek maar iets lekkers uit’, krijg ik het ook ‘een beetje moeilijk.’ Ik vind namelijk alles lekker! Voor jonge kinderen is het fijn om uit twee dingen te mogen kiezen. Geeft ze een gevoel van controle. Dan moet je er wel even zorgen dat beide keuzes ook echt een optie zijn. Stel geen vraag als het kind niet daadwerkelijk mag bepalen. Ik stond ooit als pedagoog in de wachtruimte voor de operatiekamer met een kleuter. Zegt de anesthesist: ‘Zullen we naar de operatiekamer gaan?’ Drie keer raden wat het kind zei? En één keer raden wat er vervolgens gebeurde… Om het maar netjes samen te vatten: ‘Hij was een beetje dom.’

Kinderen moeten leren hun eigen grenzen te voelen en mogen deze ook aangeven. Laatst stond ik met mijn 7-jarige dochter in een kledingzaak. We zagen een leuke trui, dus vroeg ik haar deze even aan te passen. “Hier?” vroeg ze. Ik (nog nietsvermoedend): “Eh, ja”. Waarop zij zei: “Maar mam, dan sta ik hier midden in de winkel in mijn hemd.” Schakel, schakel. Oké, we zijn dus op het punt dat dat nogal ‘stom’ is. Van de één op de andere dag. Zichtbaar opgelucht richting paskamer dan maar. Steeds maar weer blijven kijken en luisteren en met regelmaat, zelf een stapje terug.

Want: wie zelf mag proberen, houdt zin om te leren!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.