Promotie-onderzoek toont effectiviteit videotraining aan

Katrien Helmerhorst toont met haar promotie-onderzoek aan dat individuele videofeedbacktraining helpt om de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers te verbeteren. Hiervoor ontwikkelde Helmerhorst een nieuwe training: Caregiver Interaction Profile (CIP). Helmerhorst promoveerde met haar onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.
Promotie-onderzoek toont effectiviteit videotraining aan
Foto: Mats van Soolingen

In tijdschrift Management Kinderopvang vertelt Helmerhorst dat ze zelf vroeger nooit naar de kinderopvang is gegaan, maar dat ze de grote toegevoegde waarde die kinderopvang kan hebben, wel ziet. Helmerhorst: ‘De nadruk ligt op het woordje ‘kan’. De kinderopvang is een heel rijke omgeving met veel sociale contacten. De vraag is: doen pm’ers daar wat mee?’

Interactievaardigheden

Om kinderen te stimuleren in hun sociale ontwikkeling zijn interactievaardigheden nodig zoals sensitieve responsiviteit, respect voor autonomie, structureren en grenzen stellen, praten en uitleggen en begeleiden van interacties tussen kinderen. Het is een bekende opsomming die medewerkers in de kinderopvang bijna kunnen dromen. Uit kwaliteitsonderzoeken is namelijk gebleken dat pm’ers op die interactievaardigheden niet altijd even goed scoren. Dus is de branche, maar zijn ook de beroepsopleidingen op zoek naar een manier waarop deze vaardigheden verbeterd kunnen worden. Opnieuw wordt aangetoond dat videointeractiebegeleiding hiervoor een goed middel is.

Wat kan er beter?

Helmerhorst ontwikkelde met de CIP-training een iets andere formule dan de al bestaande VIB-methode. Waar VIB zich meer richt op een deel van de vaardigheden, behandelt de CIP-training alle zes de interactievaardigheden. Ook wordt er meer gekeken naar de aandachtsverdeling van de pm’er over de hele groep en niet naar één-op-één-interacties tussen pm’er en kind. Ook nieuw is dat er bij CIP ruimte is voor het benoemen van wat er niet goed gaat. VIB gaat vooral uit van positieve feedback. ‘Het was wel even spannend hoe het in de praktijk werkt als je mensen wijst op wat beter kan’, vertelt Helmerhorst, ‘maar eigenlijk ging dat heel goed. Pedagogisch medewerkers zien zelf ook heus wel waar het niet goed gaat. Ze willen het er óók over hebben waar de verbeterpunten zitten.’

Effecten

Het team van Katrien Helmerhorst trainde 35 groepen met twee pm’ers. Daarnaast bekeken de observanten 33 controlegroepen die niet getraind waren. De training bestond uit vijf sessies, vijf weken achter elkaar. De video-opnames werden, samen met de pm’er, geanalyseerd. Drie maanden later werd de groep opnieuw gefilmd om vast te kunnen stellen wat de effecten op de interactievaardigheden op de langere termijn zijn. De pm’ers scoorden vlak na de training op alle zes de vaardigheden significant hoger en na drie maanden op vier van de zes vaardigheden. Alleen ontwikkelingsstimulering en structureren en grenzen stellen verbeterden niet.

Kwaliteiten in het team

Overigens was er sprake van grote verschillen tussen pm’ers. Helmerhorst: ‘De kwaliteiten van de pm’ers zijn niet afhankelijk van de groep, niet van de vestiging, niet van de organisatie. Er waren dus soms grote verschillen tussen pm’ers van dezelfde groep. Dat hoeft niet erg te zijn. Het betekent dat pm’ers op een groep elkaar soms goed aanvullen omdat ze complementaire kwaliteiten hebben.’

Download hier de samenvatting van haar onderzoek >>

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.