Blog Simon Hay – Opvoeding: we doen maar wat…

Ik las een interessant interview in de Volkskrant 29 juni jl. met de Leidse bijzonder hoogleraar historische pedagogiek René van der Veer. Hij zegt dat de stelligheid van opvoedadvies van experts vaak op meningen en onderbuikgevoelens en niet op wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd. Maar de adviezen van experts zijn context gebonden.

Uit vergelijkingen tussen culturen blijkt, dat de verschillen in kindbeeld bepalend zijn voor de ideeën over opvoeding. Waar in Maleisië eigenschappen als gehoorzaamheid, voor de ouders zorgen en dienstbaar zijn aan de gemeenschap als ideale eigenschappen van een kind gezien worden, zeggen Nederlandse ouders vaker dat ze willen dat hun kind ondernemend en gelukkig wordt. Verder worden ideeën over opvoeding steeds bijgeschaafd door nieuwe inzichten. Met andere woorden: hét juiste opvoedadvies bestaat niet.

Referentiekader

Dit artikel zet mij echt aan het denken. Als pedagoog probeer ik neutraal naar kinderen te kijken, naar opvoeders te luisteren en zo goed mogelijk gefundeerd advies op maat te geven. Maar dat doe ik natuurlijk wel vanuit mijn eigen referentiekader. Mijn kindbeeld en de daarbij behorende ideeën over opvoeding zijn een resultaat van mijn ervaringen, de context waarbinnen ik ben opgegroeid en de tijd waarin ik leef. Mijn advies is daarom altijd gekleurd, hoe objectief ik ook probeer te zijn.

Van der Veer doet meer mooie uitspraken, bijvoorbeeld over de altijd terugkerende discussie over straffen en belonen. De stelligheid waarmee experts over dit onderwerp hun adviezen presenteren als wetenschappelijk aangetoond, moet echt met een korreltje zout genomen worden. Onderzoek naar de ontwikkeling en opvoeding van kinderen is niet mogelijk op de manier die deze mate van stelligheid rechtvaardigt. Pedagogisch onderzoek is echt anders dan bijvoorbeeld geneeskundig labonderzoek. Het is belangrijk om meningen en ideeën zo goed mogelijk te onderbouwen, vanuit wetenschappelijk onderzoek en ervaringen uit de praktijk, maar niet om deze te presenteren als ‘de oplossing’.

‘Ouders doen er goed aan zich te baseren op hun gezonde verstand, praktische overwegingen en de kennis van het eigen kind.’ – René van der Veer

Opvoedadvies

Het moet vooral gaan om ouders bekrachtigen, hen helpen kinderen zo goed mogelijk te begeleiden in hun ontwikkeling naar hun ideale kindbeeld. Opvoedadvies moet aansluiten bij de behoeften van het kind en bij de ideeën en mogelijkheden van ouders. Ouders moeten zich gesterkt voelen en weten dat zij ondersteund worden in hun zoektocht. Ouders die leren vertrouwen op hun intuïtie en weten op welk vlak zij hulp nodig hebben, voelen zich meer competent als opvoeder. Dit alleen al komt het kind ten goede.

Op dit punt zie ik ook een rol voor de kinderopvang: het ondersteunen en versterken van ouders. Ten eerste door gevraagd en ongevraagd advies te geven aan ouders, gedegen advies gebaseerd op wetenschappelijke inzichten én op onze eigen ervaring. We moeten er wel voor zorgen dat we ons advies niet in het algemeen zenden. Om advies op maat te kunnen geven, moeten we vanuit openheid met ouders in gesprek gaan over hun kindbeeld en de waarden en normen die zij belangrijk vinden in de opvoeding. Dit is geen gemakkelijke opgave, maar wel essentieel voor de bruikbaarheid van ons advies voor ouders.

In de tweede plaats zie ik een rol voor de kinderopvang door de manier waarop wij kinderen opvoeden die bij ons komen. Hoe bewust voeden wij op? Doen we dit vanuit ons eigen referentiekader, of vanuit een gezamenlijke pedagogische visie van de organisatie?

Aansluiting vinden bij ouders

Ik denk dat we veel opvoeden vanuit onze eigen ideeën, vanuit gevoel. Mooi zou je zeggen, dat is wat we willen toch? Nee, niet helemaal. Als professionals zijn wij medeverantwoordelijk voor de opvoeding van andermans kinderen, dit mogen we niet doen vanuit onze eigen ideeën. Het is onze verantwoordelijkheid om aansluiting te zoeken bij de behoeften van kinderen en van hun ouders. Om dat goed te kunnen doen, is het van belang dat ouders weten wat wij te bieden hebben. Net zo belangrijk is het om ouders te laten weten wat ze niet bij ons kunnen halen. Als ons kindbeeld en visie op opvoeding helder is, dan is het (in theorie) niet moeilijk om aansluiting te vinden bij ouders. We moeten dus onze visie eenduidig uitstralen. Daarvoor is het goed met onze pedagogisch medewerkers in gesprek te gaan.

Een parallel die wel te trekken is met ouders, is dat pedagogisch medewerkers zich ook heen en weer geslingerd kunnen voelen tussen verschillende adviezen. Denk bijvoorbeeld aan richtlijnen vanuit organisatiebeleid, GGD-inspecties, VVE-methodieken, IKK-maatregelen, vragen van ouders en wat zij zelf zien dat belangrijk is voor kinderen. Het is ook de taak van de kinderopvangsector om pedagogisch medewerkers te ondersteunen meer op hun gevoel de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd op te voeden. Maar dan wel een gezamenlijk, professioneel organisatiegevoel en niet alleen een persoonlijk gevoel. Dit maakt de baan van pedagogisch medewerker een stuk mooier en maakt ons van meer van waarde voor kinderen en ouders.

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.