Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De kracht van het babybrein

Tijdens een TED-conferentie in de Verenigde Staten gaf de Amerikaanse hoogleraar psychologie Alison Gopnik een lezing over de vraag ’Wat denken baby’s?’. Hoewel zij haar lezing al een aantal jaar geleden gaf op deze prestigieuze conferentie, is haar boodschap nog altijd interessant.
1 Babybrein.jpg
Wat wij spelen noemen, is voor kinderen ontdekken en onderzoeken. - Foto: Fotolia

Lang werd gedacht dat baby’s weinig gedachten hadden en alleen bezig waren met overleven. Niet in staat om zich in een ander te verdiepen. Inmiddels weten we wel beter.  Verschillende onderzoekjes met baby’s hebben aangetoond dat baby’s juist in staat zijn om te observeren en te leren. Het babybrein is nog flexibel en bijna altijd in opperste staat van paraatheid.

Voorkeuren

Een onderzoek met baby’s van 15 en 18 maanden laat zien hoe snel baby’s leren. De onderzoeker laat beide leeftijdsgroepen twee bakjes zien: een bakje met broccoli en een bakje met koekjes. Alle baby’s hebben in eerste instantie het meest interesse in de koekjes. Maar als de volwassene hun keuze manipuleert door bij de koekjes vieze gezichten te trekken en de broccoli juist aan te prijzen, wordt duidelijk dat baby’s van 18 maanden over hun eigen voorkeuren heen kunnen stappen. Als de onderzoeker vraagt ‘wil je me wat lekkers geven?’, geven de baby’s van 18 maanden bijna allemaal broccoli aan de vrouw. Baby’s van 15 maanden doen dit nog niet en kiezen voor de koekjes. Gopnik: ‘Zo snel leren baby’s zich dus aan te passen’. 

Het babybrein

Volgens de psychologe is in de natuur al vastgelegd dat baby’s waar lang voor gezorgd wordt uiteindelijk ook een grote breincapaciteit hebben. ‘Hoe meer er wordt geïnvesteerd in jonge kinderen, hoe groter hun hersenen.’ Kuikens moeten het bijvoorbeeld al snel alleen uitzoeken. De hersencapaciteit van kippen is zeer klein. Bij kraaien is dit al anders. Kraaienbaby’s worden twee jaar door hun moeder gevoed. Kraaien zijn een stuk slimmer. Mensen zorgen in veel gevallen bijna 18 jaar voor hun kinderen voor ze worden losgelaten. Volgens Gopnik is dat de reden dat mensen zo'n groot brein hebben.

Leergierig

Gopnik vindt niet alleen dat baby’s en jonge kinderen veel van volwassenen kunnen leren, wij kunnen andersom ook veel leren van de leergierigheid van baby’s en jonge kinderen. In een filmpje tijdens de conferentie is duidelijk te zien dat jonge kinderen precies handelen als wetenschappers. ‘Wat wij spelen noemen, is voor kinderen ontdekken en onderzoeken, zegt Gopnik.

Spelen = ontdekken

Een jongetje krijgt een ingewikkelde opdracht om met blokken een muziekdoosje aan de praat te krijgen. Hij laat zich duidelijk niet ontmoedigen als het een paar keer niet lukt. In nog geen twee minuten probeert hij vijf oplossingen uit voordat het muziekdoosje eindelijk gaat spelen. ‘Dit fragment is geen uitzondering, maar typerend voor hoe jonge kinderen spelen’, zegt Gopnik.

Creativiteit

Ze zou willen dat wij als volwassenen nog zo geduldig konden onderzoeken. ‘Maar ons brein is al gewend aan veronderstellingen en staat minder open voor veranderingen’, zegt Gopnik. ‘Dat remt ook onze creativiteit, innovatie en spontaniteit.’ Ze vergelijkt het babybrein gekscherend met het brein van een volwassene die verliefd is en drie dubbele espresso’s op heeft. ‘Het heeft zin om kinderen te helpen volwassen te worden, maar het is ook goed om als volwassene nog een beetje een kind te zijn.’

Baby’s die een klank zelf niet kunnen maken, kunnen die klank ook niet horen. Dat blijkt uit een Canadees onderzoek van Alison Bruder uit Vancouver. Lees meer

Bekijk de volledige TED-lezing van Alison Gopnik hier (Engelstalig) >>

Marianne Velsink

Of registreer je om te kunnen reageren.