‘Even je sonde bekijken, Noa’. Pedagogisch zorgverlener Indy buigt zich voorover naar de 2-jarige Noa, die zojuist een paar keer van de kunststof binnenglijbaan gegaan is. Het meisje draagt een vrolijk geborduurd hesje dat overloopt in rugzakje, waarin haar sonde verborgen zit. Terwijl Indy de slangen controleert, gaat Noa onbekommerd haar gang.
Geopereerd in de baarmoeder
Noa heeft een roerig begin van haar leven achter de rug. Al in de baarmoeder werd ze voor het eerst geopereerd, omdat haar maag en darmen van plek gewisseld waren. Onlangs is ze opnieuw geopereerd. Nu wordt de sondevoeding afgebouwd en is ze langzaam aan het wennen aan haar darm- en maagfunctie. ‘Ze heeft nog nooit zelf hoeven eten en kent dus ook geen hongergevoel’, vertelt Indy. Anouk, teamcoördinator bij Zigzag Kindzorg Hoorn, constateert: ‘Het is een lekker grietje. Als je haar zo ziet, zou je niet zeggen dat ze al zo veel heeft meegemaakt.’
De oprichting
Zigzag Kindzorg wordt gerund door oprichter Ingrid Keemink en operationeel directeur Diane Rutten. Ingrid was eerder kinderverpleegkundige in het Amsterdamse Lucas Andreas ziekenhuis en zag daar hoe kinderen met een zorgvraag naar huis gingen en thuis bleven. De medische kinderdagverblijven zijn meer op gedragsproblemen gericht en minder op medische zorg. In 2003 besloot Ingrid daarom (destijds nog met twee compagnons) dagopvang op te zetten voor kinderen van 0 tot 4 jaar die medisch-verpleegkundige en pedagogische zorg nodig hebben.

Te vroeg geboren
Veel kinderen bij Zigzag hebben een hartaandoening, nier- of longproblemen. Vaak zijn ze te vroeg geboren en hebben ze een groeiachterstand; anderen hebben een syndroom. ‘Kinderen met bijvoorbeeld een hartaandoening hebben vaak fulltime verpleegkundige zorg nodig’, zegt Ingrid. ‘Door hun aandoening zie je ander gedrag ontstaan, ze gaan slecht eten en dan is er sondevoeding nodig. Of ze hebben een ontwikkelingsgerichte zorgvraag. Wij werken op maat aan doelen én geven de kinderen een leuke dag. Het is fijn dat we, ondanks alle zorg die we verlenen, ook met de kinderen kliederen met verf en klei.’
Eetproblemen
Naast de twee verticale groepen is er een aparte groep voor kinderen met eetproblemen. ‘Kinderen die veel ziekenhuisopnamen meemaken en daar soms trauma’s van hebben, stoppen vaak met eten’, legt Diane uit. ‘Dat is het eerste wat ze doen, hoe klein ook, want daar hebben ze ten minste wél controle over.’ Bij de ouders loopt de stress begrijpelijkerwijs snel op en vaak komen die gezinnen in een negatieve spiraal terecht. In een setting buitenshuis, waar deze kinderen met andere kinderen aan tafel zitten, zorgt de afleiding er al snel voor dat ze alsnog leren eten. Wanneer het eten thuis dan nog steeds niet lukt, komt er iemand van Zigzag langs voor een ouder-kind-observatie. ‘Soms gaat het zó voorspoedig met een kind, dat de sonde er weer uit kan’, vertelt Ingrid. ‘Dan kan het doorstromen naar een regulier kinderdagverblijf.’
Ouders ontlasten
Niet alleen voor kinderen is deze vorm van opvang goed, maar ook voor de ouders, benadrukken Ingrid en Diane. ‘We ontzien zóveel ouders.’ Als ouders uitvallen, zegt Ingrid, heb je een veel groter probleem. Zonder verpleegkundig kinderdagverblijf zouden veel ouders met hun kind thuis zitten en (deels) hun baan opzeggen, is haar overtuiging. ‘Dus naast de kinderen zelf een fijne tijd geven is dat het belangrijkste wat we kunnen doen: het gezin ontlasten en rust bieden.’


