Werkgevers willen ook meer stabiliteit’

De kritiek op werkgevers die de FNV uitte naar aanleiding van het rapport over werkdruk is niet mals. Werkgevers zouden “flexverslaafd” zijn en werknemers zouden hiervan de dupe worden. Hoe kijken werkgeversorganisaties Brancheorganisatie Kinderopvang en Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) naar deze kritiek?
Werkgevers-flexibel-Fotolia.jpg
'Werkgevers proberen zoveel mogelijk stabiliteit en vastigheid voor werknemers en kinderen in te bouwen.´ - Foto: Fotolia

Werkgevers en werknemers lieten het bureau De Beleidsonderzoekers onderzoek doen naar hoe professionals de werkdruk en flexibele inzet in de kinderopvang ervaren. De resultaten werden gepubliceerd in het onderzoek Flexibiliteit, zekerheid en ervaren werkdruk in de kinderopvang.

Daar kwam onder andere uit dat een overgroot deel van de pedagogisch medewerkers (64 procent) van tevoren niet weet hoeveel uren en op hoeveel dagen ze aan het werk moet. Deze onzekerheid leidt tot stress. De oorzaak: werkgevers vragen veel flexibiliteit van hun werknemers. Ook als ze een vast contract hebben, wordt van werknemers vaak verwacht dat ze extra uren buiten werktijd beschikbaar zijn als dat nodig is. De FNV vindt dat het is doorgeschoten en dat de ondergrens nu wel bereikt is. Uit het rapport blijkt dat werkgevers ook liever meer mensen vast in dienst nemen, maar dat dit in de praktijk vaak nog niet gebeurt.

Vastigheid

Een herkenbaar beeld, vinden de twee branchepartijen voor werkgevers. ‘Als ik naar de BMK-leden kijk’, zegt voorzitter Sharon Gesthuizen, ‘zie ik dat ze proberen zoveel mogelijk stabiliteit en vastigheid voor werknemers en kinderen in te bouwen. De realiteit is echter dat sommige kinderopvangorganisaties geen enkel vet meer op de botten hebben. Soms zo erg dat ze in het geval van ontslag de ontslagvergoedingen niet kunnen betalen.’

De huidige cao-tekst biedt meer ruimte aan een flexibele inzet van werknemers. Deze afspraken werden gemaakt in de periode dat de crisis in de sector zo ongeveer op een dieptepunt was. ‘Naar mijn weten houden werkgevers in de kinderopvang zich aan de afspraken die toen zijn gemaakt’, zegt Saskia Speelman van Brancheorganisatie Kinderopvang. ‘Dat er vreselijk veel werkdruk bij komt kijken, is helder. Die signalen kennen wij. De verandering van het traditioneel inzetten van beroepskrachten naar de flexibele inzet is een grote overgang geweest voor iedereen en dat is goed te begrijpen. Tijdens de nieuwe cao-besprekingen moet blijken of er ruimte is om deze afspraken te veranderen.’

Cao-onderhandelingen

Dat is ook hoe ze bij de Brancheorganisatie het rapport vooral zien. ‘Dit onderzoek dient als doel om de cao-onderhandelingen in te gaan. We wilden weten wat er speelt in de branche zodat we straks goed beslagen ten ijs kunnen komen.’, aldus Speelman. Zij benadrukt dat de inhoud van het rapport vooral besproken moet worden aan de cao-tafel en niet in de media.

Gesthuizen wil er namens BMK wel iets over zeggen. ‘Als er excessen zijn met flexibele inzet van werknemers, dan keuren we die uiteraard af. We moeten verantwoord omgaan met werknemers en ook met kinderen. Maar er is in de kinderopvang op momenten behoefte aan flexibiliteit. Als die flexibiliteit ten goede komt aan de kwaliteit en stabiliteit dan vinden we het als BMK juist goed dat die er is. Dat betekent dan ook dat er een beroep wordt gedaan op de flexibiliteit van de mensen die erin werken.  Ik zie dat daar binnen de sector tot op zekere hoogte ook begrip voor is.’

‘Geen spelletje’

Dat veel kinderopvangorganisaties kiezen voor flexibel personeel komt natuurlijk wel ergens vandaan. Gesthuizen vindt dat het rapport opnieuw laat zien hoe onzeker de branche wordt gehouden door het politieke gejojo. ‘Net als het onderzoek naar werkdruk van de SP in 2016, komt ook nu naar voren dat onzekerheid over wat de politiek met kinderopvang wil, leidt tot de grootste onrust. Kinderopvang is geen spelletje. Waarom wordt het dan vaak nog steeds als politieke sluitpost gezien?’

Zowel Brancheorganisatie Kinderopvang als BMK gaan met open vizier de onderhandelingen voor een nieuwe cao in. ‘Het staat de FNV natuurlijk vrij om voor werknemers op te komen. Dat zullen wij straks aan de onderhandelingstafel ook gaan doen’, vertelt Speelman. ‘Hoe de economie beweegt en hoe de kinderopvang daarop reageert  zal bepalen of we afspraken over de inzet van flexibele beroepskrachten moeten aanpassen. ‘

Gesthuizen voegt daaraan toe: Als de vraag naar kinderopvang toeneemt, en de signalen wijzen wel die kant op, hoe kunnen we dan meer zekerheid bieden aan werknemers? Daar  over moeten we met elkaar in gesprek blijven. Werkgevers voelen hierin een grote betrokkenheid. De realiteit is echter wel dat er ook na 2018 ruimte moet zijn voor flexibilisering. Wij gaan hierover graag het gesprek aan met de vakbonden.’

‘Als flexwerker weet je nooit waar je aan toe bent. Het voelt raar als er in een team maar vier vaste contracten zijn en de rest op flexkrachten draait terwijl je zelf ook zo graag wat meer zekerheid hebt.’ Lees deze en andere emtionele, boze en juist begripvolle reacties van pedagogisch medewerkers

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.