IKC-proeftuinen geselecteerd om diversiteit

De vier geselecteerde gemeenten/regio’s voor de proeftuinen kindcentra van de VNG vormen een divers geheel. Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Zaanstad en de regio Noord-Groningen verschillen niet alleen qua ligging van elkaar, maar ook in hun aanpak. Dat levert interessante lessen op voor de overheid en het werkveld, denkt de VNG.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
1Proeftuin-IKC.jpg
‘IKC’s mogen straks niet alleen afhankelijk zijn van enthousiaste mensen die de grenzen opzoeken en er zelfs overheen durven’ - Foto: Fotolia

Dit meldt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een update over het project. In februari startte het project met de bekendmaking van de vier proeftuinen. In deze gemeenten en regio’s mag geëxperimenteerd worden met het vormen van integrale kindvoorzieningen voor kinderopvang, peuterwerk en onderwijs. Duidelijk moet worden  welke knelpunten organisaties tegenkomen, waar juist kansen, maar ook waar belemmeringen liggen.

Wetswijziging

Ook al zijn er aardig wat gemeenten die om deze knelpunten heen werken, toch vindt de VNG dat de oplossingen voor IKC’s die niet binnen het wettelijk kader passen, vragen om een wetswijziging. ‘IKC’s mogen straks niet alleen afhankelijk zijn van enthousiaste mensen die de grenzen opzoeken en er zelfs overheen durven’, aldus de VNG in de update.

Eén gebouw

Dat de vier proeftuinen zo van elkaar verschillen, is precies de reden waarom zij voor dit project geselecteerd zijn. Zo is er in de ene gemeente een wens om onderwijs en opvang in één gebouw te gaan huisvesten. In een andere gemeente is het gebouw juist geen dwingende voorwaarde om de verbinding tussen de partijen tot stand te brengen. Uit de proeftuinen blijkt dat, hoe verschillend de wensen ook zijn, dé oplossing voor het probleemloos vormen van IKc’s nog steeds niet gevonden is.

Gemeenten

Het project kijkt niet alleen naar de knelpunten die worden ervaren, ook naar de rol van gemeenten. Per proeftuin is gekeken waar de expertise ligt en worden specifieke knelpunten uitgewerkt: denk aan de mogelijkheden van de GGD-inspectie of de wet op de onderwijshuisvesting. Iedere proeftuin focust zich op één specifiek thema en dit wordt onderling uitgewisseld. De proeftuinen moeten uiteindelijk de landelijke politiek inzicht verschaffen en de relevante branches ideeën geven hoe de vorming van IKC’s ingevuld kan worden.

Kindcentra 2020 wil via een vragenlijst van ouders weten hoe zij denken over kindcentra. Ook willen zij weten wat ouders belangrijk vinden in een kindcentrum en wat ze van zo’n voorziening verwachten. Lees meer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.