Marcel van Herpen is pedagoog, leraar, spreker en auteur. Hij geeft aan dat we in een maatschappij leven waarin kinderen op jonge leeftijd al getoetst worden op hun prestaties. ‘Kinderen worden met elkaar vergeleken. Deze tendens is waarschijnlijk met de beste bedoelingen ontstaan, maar dat gebeurt naar mijn idee nu op veel te jonge leeftijd.’
Geen onderscheid maken
Volgens Marcel versterk je hiermee een zogeheten self-fulfilling prophecy. ‘Als je uitgaat van bepaalde verwachtingen, gaan kinderen dat beeld ook daadwerkelijk waarmaken. Ze gedragen zich naar de verwachtingen die je hebt.’
Belangrijk volgens Marcel om hier iets aan te doen. ‘We zouden op jonge leeftijd al pedagogisch moeten differentiëren. Dat betekent dat we echt gaan kijken naar wie deze kinderen zijn en wat ze nodig hebben.’
Werken met je intuïtie
En hoe kan de pedagogisch coach hierin begeleiding bieden? ‘Dat ga ik vooral in mijn lezing aan bod laten komen. Maar wat ik nu al kan zeggen is dat het vooral draait om intuïtie. Pedagogisch professionals zouden beter moeten weten hoe hun eigen intuïtie werkt. Want als je dat weet, kom je erachter welke strategie je in welke situatie kunt toepassen. Ik leg uit hoe je als pedagogisch coach de professional op zo’n manier begeleidt dat hij of zij handvatten krijgt om hiermee aan de slag te gaan.’
Begeleiden binnen eigen grenzen
Wat Marcel wel alvast kan vertellen is hoe je meer aandacht geeft aan het stimuleren van sociale vaardigheden op de groep. Volgens Marcel zou je moeten uitgaan van twee belangrijke punten. Het eerste uitgangspunt: ‘Je begeleidt kinderen aan de grenzen van hun mogelijkheden. Dat vraagt om echt te kijken. Waar staat dit kind nu? Wat kan het al, en wat is de volgende stap? Je biedt aan wat het kind nodig heeft om verder te groeien. Dat betekent dus dat je kinderen zoveel mogelijk zelf laat doen. En ook dat niet iedereen dezelfde opdracht krijgt.’
Vrijheid en verantwoordelijkheid
Het tweede uitgangspunt is dat kinderen vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen. ‘Wanneer ze iets kunnen, laat ze het dan vooral zelf doen,’ geeft Marcel aan. ‘Daar hoort bij dat ze verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen handelen. Dat kan iets kleins zijn, zoals zelf je jas dichtmaken als je dat al kunt, maar het kan ook gaan over keuzes in spel, samenwerken en omgaan met materialen. Vrijheid is nooit zomaar loslaten. Je geeft ruimte in de mate waarin een kind die verantwoordelijkheid kan dragen.’
Tafeldekken of troosten
Marcel heeft hier tal van voorbeelden van. ‘Je kunt dit eigenlijk op alles toepassen,’ vertelt hij. ‘Bijvoorbeeld als je de tafel gaat dekken. Je kunt het zelf doen en ze vervolgens roepen, maar daar leren ze niet veel van. Laat ze er zelf eens over nadenken. Hoeveel borden zijn er nodig? Moeten de waterkannen gevuld worden? Het zal misschien meer geknoei opleveren, maar wel een veel grotere leerervaring.’
Maar ook op andere zaken die minder praktisch zijn kun je deze uitgangspunten plakken. Marcel: ‘Stel dat een kind verdrietig is, dan kun je het gaan troosten. Maar misschien kun je dit samen met andere kinderen doen. “Kijk hij is verdrietig. Hoe kunnen we hem weer geruststellen?” Voor de kinderen ook een hele waardevolle les.’
Creatief denken
Klinkt allemaal heel logisch, maar toch ziet Marcel vaak het tegenovergestelde gebeuren. ‘Ik denk dat professionals en ouders het in de haast van de dag vaak gewoon zelf doen. Dan gaat het sneller en lijkt op de korte termijn het meest praktisch. Maar als je het aan de kinderen overlaat stimuleer je hun creatieve denkvermogen. Soms komen ze met oplossingen waar jij niet eens aan had gedacht. Maar dat kun je alleen maar laten ontstaan als je ze hier de ruimte voor geeft.’
Iedereen is even belangrijk
Met deze manier van werken leer je kinderen niet alleen om zelfstandig te zijn, maar ook om rekening te houden met de mensen om hen heen. ‘Peuters zijn van nature nog erg egocentrisch,’ geeft Marcel aan. ‘Ze zien de wereld vooral vanuit hun eigen perspectief. Als professional is het belangrijk om dat te erkennen.’
Marcel geeft een voorbeeld: ‘Wanneer een kind bijvoorbeeld een bal vasthoudt en zegt: “Dat is mijn bal!”, erken dat gevoel. Komt er vervolgens een ander kind dat hetzelfde zegt, erken dan ook zijn perspectief. Zo ervaren beide kinderen dat ze allebei gelijk hebben.’
Waarom is het goed om het op deze manier te benadrukken? ‘Door beide kanten te erkennen, laat je zien dat ieders gevoel telt,’ geeft Marcel aan. ‘Het kind leert: “Ik heb gelijk, maar die ander eveneens.” In de loop van de tijd zullen deze kinderen dus gaan begrijpen dat zij belangrijk zijn én anderen ook!’




