Van Ark pleit voor meer flexibele inzet van toezichthouders

‘Het komt de kwaliteit van het toezicht ten goede als de toezichthouder zijn inzet kan richten: meer toezicht waar het moet en minder waar dat kan.’ Dat zegt staatssecretaris Tamara van Ark in een brief aan de Tweede Kamer. Zij pleit voor een meer flexibele inzet van de toezichthouder.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

De dialoog met de toezichthouder is een pijler van het nieuwe toezicht in de Wet IKK. Maar merken managers daar al wat van? Hoe kan de dialoog bevorderd worden? Tijdens het Algemeen Overleg Kinderopvang van 20 juni beloofde Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de Tweede Kamer om met toezichthouders en kinderopvangorganisaties na te gaan hoe zij in het toezicht de dialoog tussen houder en toezichthouder kunnen bevorderen.

Dialoog

‘Ik vind het belangrijk dat de toezichthouder en de houder van een opvanglocatie met elkaar in gesprek zijn over de geboden kwaliteit van de opvang’, schrijft Van Ark. Door de dialoog kan de toezichthouder beter een inschatting maken van de situatie tijdens een (onverwacht) bezoek. ‘Een dialoog is nodig om praktijksituaties te kunnen duiden en om oog te hebben voor (onvoorziene) omstandigheden bij de houder. De toezichthouder is zo beter in staat om een oordeel te vormen over de gerealiseerde kwaliteit. De dialoog helpt de toezichthouder daarbij om het toezicht te verdiepen.’ Dat betekent niet dat de toezichthouder automatisch een overtreding gedoogt. ‘Dit laat onverlet dat een toezichthouder bij situaties waarin het belang van kinderen in het geding is, zal optreden.’

Flexibele inzet

‘Daarnaast komt het de kwaliteit van het toezicht ten goede als de toezichthouder zijn inzet kan richten: meer toezicht waar het moet en minder waar dat kan. Ik ben met de bij toezicht en handhaving betrokken overheidspartijen in gesprek om te kijken op welke manier een meer flexibele inzet van de toezichthouder behulpzaam kan zijn. Flexibiliteit moet bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het toezicht en zo de kwaliteit, stabiliteit en veiligheid van de kinderopvang bevorderen. Over dit thema ga ik ook in gesprek met de kinderopvangbranche.’ Van Ark zegt toe de Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.

Toezicht vaste gezichtencriterium

Ook schrijft Van Ark dat er in de praktijk soms verschil van inzicht bestaat over de ruimte die een toezichthouder heeft om wel of geen overtreding vast te stellen als niet precies aan de wettelijke eisen over het vaste gezichtencriterium en/of de drie-uursregeling wordt voldaan. In een brief die het ministerie van SZW gezamenlijk met GGD GHOR Nederland en VNG heeft verstuurd naar de sector, stellen de partijen dat bij het toezicht op deze eisen het belang van de kinderen en de inspanning van de kinderopvangorganisatie centraal staan. Van Ark: ‘Dit betekent dat de toezichthouder ruimte heeft om tot een professioneel oordeel te komen of er sprake is van een overtreding die gerapporteerd moet worden.’

Aanpassen beleidsregel

Het ministerie van SZW zal de beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang op dit punt aanpassen, om toezichthouders en handhavers hierbij te ondersteunen. Het streven is om de aangepaste beleidsregel uiterlijk op 1 januari 2020 te publiceren en in werking te laten treden. Van Ark: ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze gedeelde lijn de kwaliteit van het toezicht op de kinderopvang – en daarmee de kinderen zelf – ten goede komt. Ik ben ook blij dat er nu duidelijkheid is op dit punt, zodat toezichthouders, handhavers en kinderopvangorganisaties weten waar zij aan toe zijn.’

Klik hier voor de Kamerbrief toezicht kinderopvang >> 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.