Pm’ers en leraren open over zindelijkheid

78 procent van de leerkrachten wordt belemmerd in het werk door onzindelijke leerlingen in groep 1 en 2, blijkt uit onderzoek. 89 procent van de kinderen verlaten de kinderopvang zindelijk voor ze naar de basisschool gaan, stellen pedagogisch medewerkers. Bekijk alle resultaten.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

Gemiddeld zitten er in iedere kleuterklas twee leerlingen die niet zindelijk zijn en leerkrachten zijn gemiddeld een half uur per week kwijt aan het verschonen van basisschoolleerlingen. Dat blijkt uit onderzoek van Kantar (voorheen TNS Nipo) in opdracht van hygiëne- en gezondheidsbedrijf Essity.

Onderzoek

Het onderzoek naar de zindelijkheid van leerlingen in groep 1 en groep 2 van de basisschool is in november 2019 uitgevoerd. In het onderzoek zijn basisschoolleraren, pedagogische medewerkers op kinderdagverblijven en ouders met één of meerdere kind(eren) tussen de 4 en 7 jaar oud gevraagd naar de zindelijkheid van jonge kinderen en de invloed daarvan op het basisonderwijs. In totaal namen 406 basisschoolleraren (waarvan 120 leraren die lesgeven aan groep 1 en 2), 538 ouders en 525 pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven deel aan het onderzoek.

Pedagogisch medewerkers

Op de vraag vanaf welke leeftijd kinderen getraind worden om naar het toilet te gaan, gaf 66 procent van de pm’ers aan dat te doen bij kinderen vanaf 2 jaar. 10 procent begint daarmee vanaf 1 jaar en 24 procent vanaf 3 jaar. “Wanneer de kinderen eraan toe zijn of er thuis mee zijn begonnen”, reageert een respondent. En: “Op een speelse manier, we gaan op vaste momenten met de zindelijke kinderen naar het toilet, de jongere kinderen die mee willen, mogen, niets moet. Met ouders bespreken we het als een kind aangeeft er mee bezig te zijn. We lezen er ook wel eens boekjes over.” Een opvallend resultaat: 43 procent van de pm’ers leert jongens om zittend te plassen. Iets dat zeer gewaardeerd wordt door leerkrachten, in de strijd tegen vieze schooltoiletten.

Basisschoolleraren (groep 1 en 2)

Ruim een derde (38 procent) van de basisschoolleraren heeft kinderen in de klas die nog niet zindelijk zijn. Gemiddeld gaat dat om 1 of 2 kinderen per klas. Van deze groep heeft 30 procent dagelijks te maken met ‘ongelukjes’. Voor het grootste deel, 57 procent, geldt dat zij de kinderen die nog niet zindelijke zijn een of twee keer per week verschonen. Gemiddeld is deze groep per week 25 minuten kwijt aan het verschonen van leerlingen. Toch verwacht 98 procent van de leraren dat kinderen zindelijk zijn als ze naar de basisschool gaan. 97 procent vindt dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij de ouders ligt.

Ouders

Opvallend is dat 51 procent van de ouders die meededen aan het onderzoek toegeeft dat hun kind nog niet (helemaal) zindelijk is als het naar de basisschool gaat. 23 procent geeft aan dat dat een medische reden heeft. 92 procent van de ouders geeft daarentegen aan dat de ouder het wel belangrijk vindt dat het kind zindelijk is voordat het naar de basisschool gaat.

Bekijk alle resultaten van het onderzoek De invloed van niet zindelijke kinderen op het basisonderwijs >>  

Tips en adviezen

Om het kind goed te begeleiden is het belangrijk dat ouders, leerkrachten en pedagogische medewerkers met elkaar één plan maken. De GGD kan daarbij adviseren.

  • Het is belangrijk dat het kind voldoende tijd krijgt om rustig te plassen of te poepen. Creëer een rustig moment. Gebruik eventueel een wekkertje om hem of haar te stimuleren om nog even te blijven zitten. Minimaal 50 tellen, voor plassen. Bij poepen 5 minuten.
  • Maak gebruik van een beloningssysteem. Dit zorgt voor een positieve benadering en kan helpen als een extra stimulans. Belangrijk is dat het kind de beloning echt kan verdienen. Begin dus niet meteen met het belonen van een droge broek maar bijvoorbeeld als hij of zij zich houdt aan de vaste tijden of helpt met verschonen.
  • Zorg voor een goede toilethouding. Een goede toilethouding is heel belangrijk om goed uit te kunnen plassen. Zowel jongens als meisjes moeten zittend plassen met de voeten ondersteund (eventueel door een krukje).
  • Spreid het drinken gelijkmatig over de dag en geef voldoende tijd om te drinken.
  • Bij broekplassen: hanteer een vast toiletschema, ongeveer om de 2 tot 2,5 uur. Koppel de tijden aan voor het kind herkenbare momenten zoals een pauze of eetmoment.

Kinderen worden soms een jaar later zindelijk dan dertig jaar geleden. Ook op de buitenschoolse opvang krijgen medewerkers daarmee te maken. Hoe ga je daar als pm’er goed mee om? ‘Probeer een kind gerust te stellen, het is oké.’ Lees dit premium-artikel

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.