Meer integratie door harmonisatie is een illusie’

De harmonisatie als oplossing voor segregatie? Heinz Schiller, directeur van Peuter & Co in Rotterdam noemt dit een illusie. ‘Als de buurt niet is gemengd, mengt de school en dus ook de voorschoolse voorziening niet. Als je denkt dat dit wel gebeurt dan doe je aan wensdenken.’
Foto: Adobestock

In een drieluik schrijft Schiller zijn frustraties over de onhaalbare verwachtingen van harmonisatie van zich af. Dit drieluik heeft hij gepubliceerd en gedeeld op LinkedIn.

Focuswijken

Peuter & Co telt zeventig locaties, voornamelijk in focuswijken. De meeste kinderen komen uit gezinnen waar ouders weinig tot geen opleiding hebben gevolgd, die laaggeletterd zijn en die vaak geen of slecht betaald werk hebben. In zijn opiniestuk zoomt Schiller specifiek in op de situatie in één van de wijken waar Peuter & Co gevestigd is: de Tarwewijk. In deze wijk is 78 procent van niet-Nederlandse herkomst. Kijk je naar de doorstroomcijfers en vertaal je dat naar kinderen, valt op dat slechts 7 procent van de leerlingen de volle acht jaar op dezelfde school zit. Meer dan 60 procent zelfs korter dan drie jaar. De kans dat je in groep 4 nog dezelfde kinderen treft die ook in groep 1 zaten, is hier dus bijzonder klein.

Steun

Voor deze gezinnen is de Rotterdamse Peuterschool een steuntje in de rug, zegt Schiller. ‘Voor deze bewoners is het wat veel gevraagd te begrijpen hoe je in dit land in aanmerking kan komen voor extra ondersteuning voor de ontwikkeling van je kind. Gelukkig is er dan die basisschool met de aan haar school verbonden Rotterdamse Peuterschool die onvermoeibaar elke ouder die zich meldt aan de schoolpoort wegwijs maakt, te woord staat, uitlegt, erbij trekt als het even niet gaat enzovoort.’

Ouders haken af

In Rotterdam werd al in 2016 een start gemaakt met harmoniseren. Dat betekent onder andere dat peuteropvang zich moet houden aan de kwaliteitseisen van kinderopvang en dat werkende ouders op de peuteropvang kinderopvangtoeslag aan kunnen vragen via de Belastingdienst. Schiller ziet dat veel van ‘zijn’ ouders moeite hebben om hierin een weg te vinden. Los van de eigen papieren rompslomp en inspanningen die hierbij komen kijken, wijst er veel op dat ouders gaan afhaken. En dan juist de groep ouders die de aandacht en toewijding van een voorschool het hardst nodig heeft.


De problematiek staat niet op zich. Ook in Amsterdam wordt gevreesd dat ouders die de voorschool voor hun kinderen juist zo hard nodig hebben, gaan afhaken. In Amsterdam kwamen vermogende Amsterdammers in actie om zelf de voorschool voor deze kinderen te financieren. Lees hier meer over dit initiatief


Gemengde wijken?

‘Dat segregatie niet goed is voor mens en samenleving is een opvatting die breed wordt gedeeld. Helaas is het tegengaan van de kloof tussen rijk en arm, tussen hoog- en laagopgeleid een moeilijk begaanbaar pad. Als nu blijkt dat de peuters die bij uitstek belang hebben bij extra steun daadwerkelijk uit beeld verdwijnen, dan zal deze stad ongetwijfeld op z’n Rotterdams reageren, dus met daden.’ Schiller noemt het doel van harmonisatie nobel, maar niet realistisch. Zolang de buurten niet mengen, mengen de scholen en voorschoolse voorzieningen immers ook niet. Schiller noemt het aanpakken van segregatie via het openstellen van de kinderopvang een ‘flauwekul-redenering’.

Armoede

Rotterdam staat bovenaan een negatief rijtje over het aantal inwoners dat onder de armoedegrens leeft. Maar liefst 15,7% van de huishoudens in Rotterdam beantwoordt aan de criteria die het CBS hanteert. Het gaat dan vaak over eenoudergezinnen en over migranten, de groepen die in Rotterdam sterk vertegenwoordigd zijn. ‘Mijn voorbeeld over de Tarwewijk in Rotterdam is niet representatief voor heel Rotterdam, laat staan voor het land. Maar dat is nu net mijn punt: je kunt de samenleving, en daar binnen de wereld van gezinnen met jonge kinderen, niet over een kam scheren en denken dat je met een generieke aanpak specifieke problemen kunt oplossen. En al helemaal niet met generieke maatregelen die, om ze te kunnen hanteren, vaardigheden en middelen vragen die niet eenieder zijn gegeven.’

Onderwijsbeleid

Is er dan helemaal geen sprake van integratie bij Peuter & Co? ‘Ja’, zegt Schiller, ‘peuters ontmoeten een wereld aan andere peuters met de meest uiteenlopende achtergronden en nationaliteiten. Maar dat is niet de menging die bedoeld wordt door de harmonisatie(be)denkers. Die menging gaat hier vooralsnog niet komen, morgen niet en ook niet overmorgen. Het zou goed zijn als met deze werkelijkheid rekening wordt gehouden als deze dagen wordt gesproken in de Tweede Kamer over het onderwijsbeleid.’

Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3 van het drieluik ‘We gaan aan de beste bedoelingen ten onder’. (

Suggesties

Hoe het wel moet? Schiller geeft concrete suggesties:

  • Het onderbrengen van de voorschoolse educatie onder de Wet Kinderopvang is een vergissing: voorschoolse educatie is onderwijs en geen opvang. Organiseer het dan ook als zodanig.
  • Marktwerking is voor kwalitatief goed onderwijs voor alle kinderen geen oplossing. Schakel de positie van de peuterschool gelijk aan die van het basisonderwijs: voor iedereen toegankelijk en kosteloos. Wel mag van ouders ook wat verwacht worden.
  • Voorschoolse educatie vraagt om geconcentreerde inzet van bewust vakbekwame professionals, zij hebben immers maar zeer beperkt tijd om resultaat te boeken. Binnen de formatieve inzet, een mix van mbo en hbo geschoolde medewerkers, moet voldoende tijd zijn voor permanente (bij)scholing en reflectie op de praktijk.
  • Zonder ouders lukt het niet. De succesfactor van de voorschoolse educatie is de bijdrage die ouders kunnen leveren aan de ontwikkeling van hun peuter. De inzet van professionals in de thuissituatie is cruciaal. De uitbreiding van 12 naar 16 uur voorschoolse educatie die het kabinet nu voorstelt kan het best hiervoor benut worden.

De onderwijsachterstandsmiddelen worden vanaf 2019 anders over gemeenten verdeeld. Maar wat is de beste verdeling? Is het terecht dat grote gemeenten meer krijgen dan kleine gemeenten? Of moet er betaald worden per doelgroepkind? Arie Slob, de minister van Onderwijs, vraagt de Kamer mee te denken en komt met vijf mogelijke scenario’s. Lees meer


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.