Kwaliteit dagopvang: horizontale groepen scoren beter

Voor de dagopvang zijn er in totaal 31 kinderopvanggroepen bezocht en onderzocht waarvan 14 verticale groepen, 10 peutergroepen en 7 babygroepen. De emotionele proceskwaliteit in de dagopvang is goed met gemiddelde scores die variëren van midden tot hoog. De educatieve kwaliteit is matig. De verschillen tussen groepen in de educatieve kwaliteit is behoorlijk groot.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

De opvang van baby’s bestaat grotendeels uit eet- en drinkmomenten, spelsituaties en verschonen. De affectieve sfeer (een liefdevolle omgeving) in de babygroepen scoort hoog en de sensitiviteit scoort in de midden range. Kijk je naar de sensitieve reactie van pm’ers op baby’s, dan is de kwaliteit daarvan zeer uiteenlopend. Er is weinig ondersteuning van de taalontwikkeling bij baby’s

Activiteiten

Voor peuters gaat er ook veel tijd op aan eten en drinken, gevolgd door spel en educatieve activiteiten zoals voorlezen en spelletjes doen. De sfeer op groepen met peuters is goed. De sensitiviteit van pm’ers scoort in de midden range. Pm’ers zijn in hun omgang met peuters iets minder kindgericht. De educatieve kwaliteit is lager en heeft vooral betrekking op de kwaliteit van feedback en de ondersteuning van de taalontwikkeling.

Verticaal vs horizontaal

Wat opvalt is het verschil in kwaliteit tussen horizontale en verticale groepen. Zowel de educatieve als de emotionele kwaliteit is hoger in horizontale babygroepen als in verticale groepen. Voor peuters pakt een horizontale groepsvorm ook positiever uit op het gebied van de educatieve kwaliteit. In de emotionele kwaliteit zijn er voor peuters geen verschillen gevonden. De onderzoekers willen wel de kanttekening maken dat het gaat om een vergelijking op basis van zeer kleine steekproefgrootten en de resultaten moeten dan ook met grote voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Maar zij noemen de gevonden verschillen in kwaliteit wel substantieel.

Interactie

Pedagogisch medewerkers in de dagopvang beheersen de vaardigheden sensitief handelen, respect tonen voor de autonomie en grenzen stellen voldoende tot goed. Praten en uitleggen scoort iets lager en vooral de ontwikkelingsstimulering en het begeleiden van interacties scoren een onvoldoende. Dit beeld lijkt erg op wat er in 2012 gemeten werd in de dagopvang. Er is een kleine verbetering te zien in enkele vaardigheden, maar het begeleiden van interacties is juist iets achteruit gegaan.

Omgeving

Er is ook gekeken naar de globale omgevingskwaliteit van kinderdagverblijven. De onderdelen ruimte en meubilering en vooral het brengen en halen scoort slechter dan in de vorige meting, maar de onderdelen taal, interactie en programma scoren beter. Gemiddeld is de proceskwaliteit wel verbeterd vergeleken met 2012. Ook op dit punt doen de horizontale groepen het iets beter dan de verticale groepen, vooral op de onderdelen taal en interactie.

Interacties

Vanuit de kinderen is te zien dat hun interacties met pm’ers van middelmatig niveau zijn en de kwaliteit van interacties met andere kinderen laag. Hun betrokkenheid bij spel en activiteiten is gemiddeld tot hoog. De mate van zelfstandigheid in spel en activiteiten is middelmatig. De zelfregulatie van de kinderen in de groep is hoog en er zijn weinig conflicten met de pedagogisch medewerkers of met andere kinderen. De kwaliteit van de interacties met pedagogisch medewerkers is het laagst in spelsituaties vergeleken met educatieve activiteiten, eet- en drinkmomenten en overige situaties.

Welbevinden

Het welbevinden en de betrokkenheid van individuele kinderen is geobserveerd en beoordeeld als gemiddeld. De gemiddelde betrokkenheid is hoger in horizontale babygroepen dan in de verticale groepen. Het welbevinden van baby’s is in verticale groepen is lager dan die van peuters.

Vaste contracten

De gemiddelde leeftijd van de ondervraagde en geobserveerde pedagogisch medewerkers is bijna 35 jaar. De werktijd per week bedraagt gemiddeld 25 uur en ook hier is er sprake van grote spreiding. Het overgrote deel van de medewerkers is opgeleid op MBO3 of MBO4 niveau. De gemiddelde werkervaring van de geïnterviewden in kinderdagverblijven is bijna 12 jaar, maar de variatie is groot. Bijna 80 procent van de huidige steekproef werkt in de kinderopvang op basis van een vast contract. De werkervaring wordt in het algemeen als positief ervaren. Er is dan ook aandacht voor continue professinalisering. De gemiddelde groepsgrootte op de drie drukste dagen van de week is 10,68 kinderen. De grootste groep die werd onderzocht bestond uit 17 kinderen (dit waren samengevoegde groepen).

Kinderparticipatie

Hoe stabiel de groepen in het kinderdagverblijf zijn, varieert sterk. De onderzoekers spreken van ‘een wijde scorerange’. Er zijn groepen waar niet makkelijk van dag gewisseld kan worden, maar er zijn ook groepen waar dit juist veel gebeurt. Of er een opendeurenbeleid is, verschilt ook. Maar dit laatste lijkt nog geen overwegend pedagogisch model te zijn. Er is sprake van een matige flexibiliteit in het dagschema. Kinderparticipatie, dus of kinderen mee mogen denken over activiteiten en andere zaken, staat nog in de kinderschoenen in de dagopvang. Overigens zijn er ook groepen die wel maximaal scoren op dit onderdeel.

Inclusieve benadering

Door de grote variatie van leeftijd van de kinderen in de dagopvang, is er ook veel variatie in het pedagogische klimaat van kinderdagverblijven. Gemiddeld genomen kan gezegd worden dat spelbegeleiding en het actief bevorderen van fantasiespel niet dominant is. De affectief-inclusieve benadering van kinderen (of ze een aai over de bol krijgen, getroost worden en bij de groep betrokken worden) is wel dominant aanwezig in kinderdagverblijven. Het bevorderen van zelfregulatie (sociale conlficten leren oplossen, concentratie en volharding) is niet sterk verankerd in de dagopvang.


Het consortium LKK, bestaande uit de Universiteit Utrecht en Sardes, zal de komende jaren in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de kwaliteit in de kinderopvang monitoren. De LKK meet van 2017 t/m 2020 (en mogelijk t/m 2025) jaarlijks de kwaliteit in alle vormen van kinderopvang. Lees meer


 

1 REACTIE

  1. ER valt nog het een en ander af te dingen op de testresultaten, maar het is vooral mooi om te zien dat de zaken er sinds 2012 op vooruit zijn gegaan.

    CLASS is een in Amerika gevalideerde test (niet alle gebruikte varianten zijn momenteel gevalideerd) gericht op de kwaliteit van LERAREN. En daar zit hem natuurlijk ook de kneep als het gaat om de scoretabellen. Wij verwachten van onze medewerkers andere kwaliteiten dan van leraren, en herkennen ons dus niet altijd in de terminologie van de observatieinstrumenten.

    Benieuwd hoe het werkt: https://cepr.harvard.edu/files/cepr/files/ncte-conference-class-hamre.pdf

    Het bepalen van het gewenste gedrag van onze PM-ers is in elk geval niet de taak van de Amerkaanse universiteiten. Het zou goed zijn als we naast de relatieve scores ook een discussie over de gewenste uitkomsten zouden hebben.

    Overigens is het een veel beter rapport dan gebruikelijk, en gaat het na 4 keer meten zeker hele bruikbare data opleveren. De conclusies zijn nu echter, zoals het rapport zelf al kanttekent, ietwat te weinig representatief om van de daken te schreeuwen.

    Oh, en vergelijk eens het resultaat tussen (voormalige) peuterspeelzalen en KDV, interessant!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.