Kabinet kraakt peutervoorstel VNG

Het plan van de VNG en de PO-raad om alle peuters gelijke kansen te bieden met gratis dagdelen peuteropvang, kan niet op enthousiasme rekenen van het kabinet. Zij vinden het plan niet alleen te duur, maar vinden de constructie ook ingewikkeld voor ouders.
Kabinet kraakt peutervoorstel VNG
Foto: ANP Kippa

Het kabinet en gemeenten zeggen hetzelfde te willen: alle kinderen moeten vanaf dat zij 2,5 jaar zijn, beginnen met leren als voorbereiding op de basisschool. De VNG wil dat dit een basisvoorziening wordt voor alle peuters, ongeacht of hun ouders werken of niet. Het kabinet wil dat peuters met een taalachterstand altijd terecht kunnen en kinderen van twee werkende ouders ook. Dat betekent dat een deel van de kinderen met dit voorstel niet bereikt wordt.

Voorstel VNG

Het plan van de VNG kost 815 miljoen euro per jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk om voor dat geld alle peuters twee dagdelen voorschoolse educatie te geven in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Peuters met een taalachterstand hebben recht op vier dagdelen, zo luidt het plan.

Blanco cheque

Maar 815 miljoen euro zonder dekking is een onhaalbaar voorstel in Den Haag, weet een woordvoerder van minister Asscher het Parool te melden. Ockje Tellegen van de VVD is het daarmee eens: ‘De gemeenten vragen een blanco cheque.’ Tellegen blijft, net als haar partijgenoten, van mening dat de kinderopvang alleen bedoeld is voor kinderen van tweeverdieners.

Onoverzichtelijk

Minister Asscher vindt daarnaast ook dat het voorstel van de VNG het niet overzichtelijker maakt voor ouders. Gemeenten regelen twee dagdelen, maar voor de andere dagen moeten ouders wel zelf opvang regelen. In het voorstel van minister Asscher is er straks maar één vorm van peuteropvang. Peuterspeelzalen verdwijnen vanaf 2016.

Geld gemeenten

De VNG en het kabinet hebben ook een andere opvatting over het beschikbare geld dat zij vanaf 2016 aan peuters te besteden hebben. De VNG vindt dat ze straks met minder geld meer moeten doen. Maar daar is minister Asscher het niet mee eens. Weliswaar kort Asscher 35 miljoen, maar daar staat tegenover dat gemeenten door zijn plannen geen geld meer kwijt zijn aan kinderen van werkende ouders. Deze ouders kunnen nu nog terecht op gesubsidieerde peuterspeelzaalplekken. Vanaf 2016 kan dat niet meer.

Wethouders

Wethouders zijn niet blij met het voorstel van het kabinet. ‘Werkende ouders zijn straks duurder uit’, zegt CDA-wethouder Hugo de Jonge uit Rotterdam in het Parool. ‘Dan haken ze af. Het gevolg is dat meer kinderen met een achterstand aan de basisschool beginnen, terwijl ze juist een vliegende start nodig hebben. Het voorstel van het kabinet creëert slechts nieuwe problemen.’

Lees meer in het Dossier ‘Naar een nieuw stelsel’

8 REACTIES

  1. De opbrengsten van VVE zijn volgens mij nog helemaal niet positief beoordeeld. Ieder kind ontwikkelt zich op die leeftijd anders. Ze moeten eens stoppen met ‘de schoolse gedachtengang’ bij deze leeftijdsgroep! Laat ze lekker spelen. Dan is het ook goed.

  2. Lees alle reacties
  3. Niet mee eens beste ezel . 😉
    Van VVE is wel degelijk een positief effect gebleken. Maar ook dat het héél veel verschil maakt hoe en door wie het VVE programma wordt aangeboden. Dus welke leidster en hoe speelt ze in op de kinderen tijdens het werken met VVE . Als het goed is , leren kinderen spelend en hebben plezier in het programma .

  4. Kinderen kunnen ook spelend leren ZONDER voorschoolse educatie. Er is blijkbaar een wantrouwen naar de ouders toe dat die niet in staat zijn om met een beetje gezond verstand hun kind op te voeden. De nadruk bij scholen ligt te veel op kennis en feiten, en het individuele kind komt niet goed tot zijn recht op deze manier. Echt belachelijk om daar al mee te moeten beginnen vanaf de leeftijd van 2,5. Ze zouden het eerder moeten uitstellen tot 6 jaar.
    Weg met de bemoeizucht van de overheid!

  5. ‘Tellegen blijft, net als haar partijgenoten van mening dat de kinderopvang alleen bedoeld is voor kinderen van tweeverdieners’.
    En ja, hoe gaat dat dan straks met kinderen van ‘één-werkende-ouder’ of ‘geen-werkende-ouder’?
    Voor peuters vanaf ongeveer 2,5 jaar is de peuterspeelzaal een waardevolle toegevoegde waarde om zich spelenderwijs te ontwikkelen op motorisch, sociaal en taalgebied! Dit zou voor alle ouders met peuters financieel haalbaar moeten zijn, ongeacht of (beide) ouders werken of niet en ongeacht of de peuter een ontwikkelingsachterstand heeft.

  6. Gelukkig zijn een heleboel ouders in staat om hun kinderen goed op te voeden, maar er zijn ook ouders die daar moeite mee hebben P. Budding. Ik werk zelf op een VVE peuterspeelzaal en maak het geregeld mee dat kinderen een achterstand hebben. Als deze kinderen 4 dagdelen naar de p.s.z. komen kan je vaak een stukje van die achterstand weg werken en de ouders bijstaan met tip in de opvoeding.
    De peuterspeelzaal is geen kinderopvang en zou inderdaad voor alle peuters toegankelijk moeten zijn. Ik ben het helemaal met jou eens PP de Groot.

  7. De vraag is welk probleem (tekort) je oplost als alle peuters 2 dagdelen gratis naar de peuterspeelzaal gaan. Gratis bestaat natuurlijk niet. Dat betekent dat de overheid dat, ongeacht de financiële positie van de ouders, en ongeacht de toekomstperspectieven van de kinderen, helemaal betaalt. Dat kost miljoenen. Ben voorstander van een radicaal andere keuze.
    Zie ook het artikel : ‘investeer liever in arme kinderen’

  8. Kinderen leren door te spelen. Je moet hiervoor wel de goede voorwaarden scheppen in de omgeving, dus uitstekende leidsters die hun taal goed beheersen en op de juiste wijze en met actieve belangstelling en aandacht met de peuters kunnen communiceren. Met twee ochtendjes peuteropvang redt je dat niet. Ook en vooral in de thuisomgeving moet een slag gemaakt worden. Veel ouders van tegenwoordig zijn tè ‘uitleggerig’ naar hun jonge kinderen. Alles wordt op een volwassen manier aan het kind uitgelegd en verklaard. Dat is zeker niet in het belang van het kind. Het is voornamelijk bla-bla voor de kinderen, al die input waar ze nog niets mee kunnen. Leer ouders mèt hun kind te praten en niet tégen hun kind. Laat kinderen vooral nabootsend bezig kunnen zijn, en geef dus het goede voorbeeld, in daden, maar zeker óok in het spreken. Lees boekjes met ritme (bijv van Rie Cramer) voor, en laat ze meespreken of woordjes aanvullen. Dat is leuk, leerzaam, en uitnodigend voor kinderen om taal goed aan te leren.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.