In 10 stappen naar een integrale kindvoorziening

Het is tijd dat alle belemmeringen voor het opzetten van integrale voorzieningen van kinderen verdwijnen, vinden de Brancheorganisatie Kinderopvang, PO-Raad en de Mogroep in samenwerking met de VNG. In tien punten geven de partijen aan wat hiervoor nodig is.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
In 10 stappen naar een integrale kindvoorziening
Foto: ANP
  1. Bied ruimte op combinaties van wettelijke vrijstellingen

    De door de branches gewenste innovatie van kindcentra staat op gespannen voet met de wet- en regelgeving in het onderwijs en de kinderopvang. Het is tijd voor wettelijke vrijstellingen die de complexe integratie van onderwijs en opvang mogelijk maken.
  2. Gebruik de al beschikbare experimenteerruimte

    Zowel binnen de Wet Primair Onderwijs als de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen is er ruimte gecreëerd voor het innoveren binnen wettelijke kaders. Een deel van de belemmeringen kan hiermee worden weggenomen of er kan gebruik worden gemaakt van een voorwaardelijke vrijstelling.
  3. Gezamenlijke visie als start

    Voordat er geëxperimenteerd wordt met samenwerking, is een gezamenlijke visie nodig over wat er voor de groep kinderen in die specifieke buurt nodig is.
  4. Samenwerkingsovereenkomst gemeenten/onderwijs/kinderopvang

    Een samenwerkingsovereenkomst is de basis voor het kunnen doen van een beroep op experimenteerruimte. Hierin bekrachtigen onderwijs, kinderopvang, welzijn en gemeenten hun gezamenlijke verantwoordelijkheid om kinderen een goede start in het leven te bieden.
  5. Toekenning op basis van goed onderbouwd plan

    Om aanspraak te kunnen maken op combinaties van vrijstellingen zal vooraf goed nagedacht moeten worden over de impact op de organisatie. Een goed onderbouwd plan, inclusief financieringsonderbouwing is de basis voor toekenning van experimenteerruimte.
  6. Lokaal maatwerk

    Door lokaal maatwerk te bieden kunnen experimenten in verschillende contexten, zoals in een krimpgebied, een vinex- of juist een krachtwijk, vorm krijgen.
  7. Stabiele kwaliteit als voorwaarde

    Vanzelfsprekend is het bieden van en het kunnen waarborgen van goede kwaliteit van onderwijs en opvang een cruciale voorwaarde voor het kunnen starten met een dergelijk experiment.
  8. Wensen van ouders

    Het plan moet uiteraard aansluiten op de wensen van ouders en met toestemming van de oudercommissie worden ingediend.
  9. Monitoren van de experimenten

    Om te kunnen bepalen wat de effecten zijn van deze experimenteerruimte is monitoring van de lokale experimenten van belang. Er wordt dan vooral gekeken naar de effecten bij kinderen, of het aanbod van de integrale voorziening inspeelt op de behoefte van de wijk en de verhouding van bestedingen en baten.
  10. Gezamenlijke aanpak van ministeries van OCW & SZW

    Deze experimenteerruimte gericht op integratie van onderwijs en opvang kan alleen gerealiseerd worden als de verantwoordelijke ministeries voor deze sectoren een gezamenlijke aanpak hanteren.

‘Het is tijd voor durf om wet- en regelgeving op zo’n manier geschikt te maken dat gemeenten, onderwijs en kinderopvang zonder complexe, tijdrovende en kostbare U-bochten aan de slag kunnen met integrale kindcentra’, vinden de Brancheorganisatie Kinderopvang, PO-Raad en de Mogroep in samenwerking met de VNG. Lees hier wat hun plannen zijn >>

1 REACTIE

  1. En waar blijven de gastouders in deze voorgestelde regeling? Wanneer gaat men onze groep nu eens al volwaardige meespeler tussen de andere partijen zien. Wij als gastouder dragen individueel alle verantwoordelijkheid , flexibiliteit, persoonlijke ontwikkeling, tegenover een aantal PMers die samen op een groep staan. Wij doen hetzelfde werk als een PMer maar worden altijd het ondergeschoven kindje van de grote groepen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.