Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het Buitenschoolse Net heeft alternatief voor de OR

Marianne Velsink
Marianne Velsink
Kinderopvangorganisatie Het Buitenschoolse Net uit Oss heeft van de Sociaal Economische Raad (SER) ontheffing gekregen voor de Wet op de Ondernemingsraden. De Brabantse organisatie heeft gekozen voor een andere vorm van inspraak van medewerkers: niet via een ondernemingsraad, maar via een zogenoemde 'sociocratische kringstructuur'.
Het Buitenschoolse Net heeft alternatief voor de OR
Foto: AFP

Het gebeurt niet vaak dat organisaties ontheffing aanvragen voor de inzet van een ondernemingsraad (OR). Toch besloot directeur van Het Buitenschoolse Net, Monique Wösten, dit wel te doen. Zij vindt de werking van een OR niet passen bij haar organisatie omdat medewerkers er onvoldoende vertegenwoordigd worden. Bovendien staat het haar tegen dat medewerkers in de OR pas bij het einde van de besluitvorming worden betrokken.

Gelijkwaardig

‘In onze organisatie is het gebruikelijk dat iedereen vrij ver kan meedenken, in het héle proces’, zegt Wösten. Ze ging op zoek naar een alternatief en vond dit in de sociocratie: alle medewerkers mogen op basis van gelijkwaardigheid meebeslissen over zaken die henzelf aangaan. Het gaat er bij belangrijke beslissingen niet om wat je functie is, maar om wat je zegt.

Raad van Toezicht

De afgelopen jaren is er gewerkt aan een kringstructuur binnen Het Buitenschoolse Net. In zo’n kring zitten een leidinggevende en een afgevaardigde van de medewerkers die op basis van openbare verkiezingen gekozen worden. Alle medewerkers zijn verplicht om actief mee te beslissen over beleidszaken. De afgevaardigde van de medewerkers staat ook in nauw contact met de topkring, bestaande uit leden van de Raad van Toezicht, de directeur en een afgevaardigde uit het managementteam.

Draagvlak

Wösten: ‘Er zijn een paar vergaderingen per jaar met de topkring. Die zijn altijd heel waardevol omdat de raad van Toezicht bijvoorbeeld goed kan nagaan of bepaalde voorstellen gedragen worden in de organisatie. Het is heel plezierig als de afgevaardigden vanuit de kringen kunnen toelichten wat mensen in de organisatie beweegt.’

Protocollen

De reguliere OR functioneert veel minder goed, vindt Wösten. ‘Er is onvrede binnen de OR en over de OR terwijl iedereen van goede wil is. Die frictie of gelatenheid wil je niet in je organisatie.’ Ze ziet dat de OR het graag goed wil doen en volgens de regels, maar de inhoud verdwijnt vaak toch naar de achtergrond. Wösten weet dat het geen zin heeft alle beleidsveranderingen in protocollen vast te leggen en ervan uit te gaan dat het dan uitgevoerd wordt. ‘Het moet in de hoofden van medewerkers zitten, en dat lukt het best als ze zelf over beleid meebesluiten.’

Ontheffing aanvragen

De SER heeft de mogelijkheid om organisaties te ontheffen van hun plicht om een OR vast te stellen. Dit kan alleen als een organisatie heeft aangetoond dat het de inspraak van medewerkers op een andere en succesvol bewezen manier heeft georganiseerd. Bij het indienen van een verzoek tot ontheffing moet de organisatie aantonen hoe de zeggenschap georganiseerd is, resultaten van een enquête onder medewerkers overleggen en inzage geven in de statuten. De vakbond mag daarna nog bezwaar aantekenen.

Klanttevredenheid

Bij Het Buitenschoolse Net zijn medewerkers heel enthousiast over hun zeggenschap en inspraak. 87 procent voelt zich bovengemiddeld betrokken. Het werkplezier is voor 93 procent van de medewerkers bovengemiddeld. De kinderopvangorganisatie kon ook aantonen dat de prettige sfeer leidt tot optimale resultaten, een hoge omzet en klanttevredenheid.

Kinderparticipatie

De sociocratische manier van zeggenschap is ook doorgevoerd in de kinderraden op de groepen. Daar worden beslissingen niet democratisch genomen (de meeste stemmen gelden), maar krijgen alle kinderen de plicht om wel of niet in te stemmen met een voorstel. Pedagogisch medewerkers zijn getraind om, ook als er geen 100 procent instemming is, toch tot werkbare oplossingen te komen. Volgens Wösten is het geen toeval dat er relatief veel kinderen van 9 jaar en ouder op de bso’s blijven komen. Hun aantal schommelt al jaren rond de 28 procent. Dat is vrij hoog vergeleken met andere bso’s waar kinderen op die leeftijd vaak uitgekeken raken op de buitenschoolse opvang.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.