‘Extra taakgebonden uren in cao opnemen is onwettig’

Taakuren van pm’ers spelen een belangrijke rol in de cao-onderhandelingen. Maar er is iets vreemds aan de hand met deze discussie, betoogt Patricia Huisman.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Bij het beroep van pedagogisch medewerker horen allerlei taken, vastgelegd in de functieomschrijving. Het is raar dat de cao alleen het werk op de groep met de kinderen rekent als beroepswerk en andere beroepstaken die in of buiten de groep worden uitgevoerd opeens ziet als iets extra’s dat in de cao apart geregeld en betaald moet worden. Dat zegt Patricia Huisman, voormalig eigenaar van zeven kindercentra en nu actief als onderzoeker en publicist.

Beroepskracht

‘De Wko wijst de pedagogische medewerker aan als de beroepskracht, die is belast met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, en daarvoor gelden functie-eisen en opleidingseisen. De Wko bepaalt ook dat kinderen in een stam/basisgroep worden geplaatst en dat een pm’er maximaal voor x aantal kinderen verantwoordelijk mag zijn, de beroepskracht-kindratio (bkr). Maar er staat nergens in de wet dat een beroepskracht iemand is die alleen maar op de groep staat,’ meent Huisman.

Professie

‘De professionalisering van het beroep heeft doen inzien dat je nooit aan kinderen verantwoorde opvang kan bieden door alleen maar op de groep aanwezig te zijn. De professie vereist diverse andere werkzaamheden om te garanderen dat het verzorgen, opvoeden en stimuleren van kinderen aan de vereiste kwaliteit voldoet. Die werkzaamheden zijn dus onlosmakelijk onderdeel van de professie, de beroepskracht-taken.’

In strijd met de wet

De beroepskracht-kindratio bepaalt dus hoeveel beroepskrachten er nodig zijn op x aantal kinderen. Deze ratio zegt volgens Huisman niets over wáár de pm’ers moeten zijn. ‘Het heet toch niet ‘beroepskracht op de groep aanwezig’-kindratio, of beroepskracht-groepsratio? Dat we die ratio per groep berekenen is niet hetzelfde als aanwezig zijn opde groep.’

Het klopt daarom niet dat de GGD en nu ook de cao-partners doen alsof een beroepskracht alleen mag meetellen voor de bkr als die op de groep aanwezig is, vindt Huisman. ‘Dat is in strijd met de wet, in strijd met de professionalisering van het vak en in het nadeel van de kinderen die recht hebben op professionele begeleiding. Die vergt meer dan alleen ‘op de groep staan’.’

Arbeidsrecht

Vanuit het arbeidsrecht moet de pm’er vanwege de functieomschrijving alle daarin opgenomen beroepswerkzaamheden uitvoeren en de werkgever moet daarvoor het bij cao vastgestelde salaris betalen. Alleen voor werk dat niet is opgenomen in de functieomschrijving, kun je extra uren en dus extra geld vragen. Activiteiten voorbereiden, oudergesprekken voeren en dergelijke is werk uit de functieomschrijving en daar wordt de beroepskracht al voor betaald via het salaris, betoogt Huisman.

Drie keer betalen

Het onjuiste idee dat een beroepskracht 8/9 uur per dag dus continu ‘op de groep’ moet zijn, maakt het uitvoeren van de verplichte beroepswerkzaamheden uit de functieomschrijving onmogelijk, concludeert Huisman. En wat er nu gebeurt: Voor de ‘niet-groepsgebonden’ taken uit de functieomschrijving moeten werkgevers bovenop het salaris nog wel een keer extra betalen, op jaarbasis 37,5 uur per fte per vestiging. Sterker nog, vakbonden, BK en BMK willen dat werkgevers daarvoor drie keer betalen: het salaris conform die functieomschrijving, extra taakuren voor werk uit de functieomschrijving, en inval-uren voor de vervanging bij die extra taakuren. Dat is ‘één taak voor de prijs van drie’.Een onredelijke, onwettige en loonkosten verhogende consequentie (zomaar 2%) in een toch al minimale loonruimte. Hoe verdedigen cao-partijen dat, vraagt Huisman zich af.

Werkdruk

Werkzaamheden los van de groep zijn klussen en die geven werkdruk door tijdgebrek, wat zou blijken uit een ‘omvangrijk’ onderzoek, aldus meldde FNV-onderhandelaar Ilse van der Weiden op Kinderopvangtotaal (2017), haalt Huisman aan. ‘Dat onderzoek van FCB is klein, veel te klein om te kunnen gelden als representatief voor de branche: slechts 9% pm’ers van de 10.000 en 24% werkgevers van de ruim 2700 reageerden. Geen basis voor ferme uitspraken. Maar, belangrijker, het toont géén werkdruk gerelateerd aan ‘niet-groepsgebonden’ functietaken. Toch staat ‘werkdruk’ als reden in de cao.’ En BMK-voorzitter Sharon Gesthuizen vindt dat “vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap de pedagogisch medewerkers voldoende tijd en salaris moeten krijgen om hun functie naar behoren uit te kunnen voeren”. ‘Anders gezegd: ‘één taak 3 keer betalen’ lost niet-bestaande werkdruk op en dat zou je dan een goede werkgever maken?’

Aanslag op stabiliteit

Feit is dat daardoor kunstmatige onderbezetting ontstaat, want gedurende de dag zijn er steeds momenten dat pm’ers geen direct contact hebben met de kinderen maar iets anders doen, nodig voor het verzorgen, opvoeden en stimuleren, zoals een kindobservatie, voorbereiden van een stimulerende activiteit, een oudergesprek, het kind-volgsysteem bijwerken of tussendoor de wc-tjes schoonmaken vanwege het overdadig ernaast-plassen. En telkens moet er dan voor korte tijd een extra beroepskracht komen, waarschijnlijk een voor de kinderen onbekend of nauwelijks gekend gezicht van een invaller die rouleert door het bedrijf of noodgedwongen een uitzendkracht is. Dat is een aanslag op de stabiliteit, maar ook op het kindgericht werken. De invaller weet onvoldoende van de kinderen en de dagroutine, zodat er extra druk ligt op de pm’er die op de groep staat: zij moet nu niet alleen de kinderen begeleiden maar ook de invaller.’

Enkel verliezers

De constructie van de ‘groepsgebonden professie’ moet dan ook uit de cao, vindt Huisman. ‘Want het is onwettig, dient geen enkel doel en kent alleen maar verliezers: kinderen, beroepskrachten en werkgevers’.
Hoe het dan wel moet volgens Huisman?  ‘Tel niet de kwantiteit maar zorg voor professionele kwaliteit van de aanwezigheid. Dat kan alleen met verantwoorde momenten van afwezigheid en uitvoeren van andere taken op de groep. Die zijn er genoeg, maar niet altijd vanzelf. Zorg bijvoorbeeld voor digitale werkmogelijkheid op de groep, een planning van professietaken per pm’er in de groepsagenda en vaste momenten die zich daarvoor lenen met behulp van een uitgekiende dagstructuur, heldere taakverdeling op de groep, samenwerking tussen collega-groepen, een combinatierooster tussen de middag van pauzes en taken met en voor kinderen en dergelijke. Je zal verrast zijn hoeveel verantwoorde vrije ruimte er dagelijks kan worden gevonden voor professietaken. En dát maakt je echt een goede werkgever.’

3 REACTIES

  1. Ik vind het betoog niet zo sterk. Natuurlijk horen er een hoop taken “gewoon” bij je vak als PMer. En natuurlijk kun je best al taken op de groep doen wanneer daar ruimte voor is. Maar wanneer je bijvoorbeeld een oudergesprek doet ben je zo 45 minuten van de groep. Dat is wel degelijk een aanslag op je kwaliteit, omdat je collega dan voor dusdanig veel kinderen moet zorgen dat de kwaliteit van die zorg slechter wordt (gehaast verschonen, weglopen tijdens eten geven voor een akkefietje op de groep).

    Moet dan alles echt weer worden vastgelegd in regeltjes? Dat weet ik niet. Ik denk dat een organisatie niet moet wíllen dat er zoveel neventaken gedaan moeten worden naast de zorg voor de kinderen. Maar helaas; er wordt vaak juist heel veel gevraagd van de PM. Niet voor niets wordt er zoveel werkdruk ervaren.

  2. Lees alle reacties
  3. Chapeau voor mevrouw Huisman

    Eindelijk een professioneel betoog over het vak! De overheid zet de kinderopvang al stevig in de hoek met onnodig zware regelgeving en de GGD en de vakbond doen daar nog een schepje bovenop met bovenwettelijke en – zoals terecht betoogd – onwettige eisen.
    Een kinderopvang is tegenwoordig al per definitie in overtreding volgens de GGD omdat bij vakantie en ziekte van medewerkers afgeweken wordt van het vaste gezichtencriterium. Moet het nog gekker!
    Ongelooflijk dat de branchepartijen zo weinig weerstand bieden aan de malle eisen van GGD en vakbond. Als ze echt voor het vak kinderopvang staan, dan laten ze zich niet meeslepen in de hopeloze benadering van het afdwingen van kwaliteit en werkplezier door meer regels te stellen.

    Met vriendelijke groet,
    Frans Verberne

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.