Drie locatiemanagers over de taaltoets

De taaltoets roept bij pedagogisch medewerkers veel vragen op. Drie locatiemanagers geven hun visie op de toets. Staan zij achter het geëiste taalniveau en wat zijn de consequenties als pm’ers de toets niet halen?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Drie locatiemanagers over de taaltoets
Foto: ANP

Voor pedagogisch medewerkers was het wel even wennen om terug naar de schoolbanken te moeten, zo zagen de drie locatiemanagers. Sommige mensen zagen er tegenop: ‘Het is niet iets waar ze zelf voor kiezen’, merkt Marieke den Dulk op. Den Dulk is locatiemanager bij Stichting GroeiBriljant en Kinderopvang BijDeHand in Rotterdam.’ Medewerkers staan niet te juichen om weer aan de slag te gaan.’ Madeleine Suijker, regiomanager bij Stichting Kinderopvang Amersfoort, is echt met haar medewerkers om tafel gaan zitten om ze gerust te stellen. ‘Ik heb rustig alle stappen uitgelegd en aangegeven dat het niet meteen klaar is als je de toets niet haalt.’

Wat vinden pedagogisch medewerkers eigenlijk zelf van de toets? Drie pm’ers vertellen hun ervaringen. ‘Toen ik naar buiten liep en mijn collega’s weer zag, zeiden we alle drie: “Ik heb hem niet gehaald”.’ Lees meer in het artikel Drie pedagogisch medewerkers over de taaltoets.

Taalniveau

Een goed taalniveau is volgens alle drie de managers van groot belang. ‘We begeleiden peuters’, geeft Ragas, gebiedsmanager bij kinderopvangorganisatie Korein Kinderplein uit Eindhoven, aan. ‘Peuters leren taal in eerste instantie passief. Ze weten wat een woord betekent maar gebruiken het zelf nog niet. In de volgende fase gaan zij zelf deze woorden actief gebruiken in zinnen. Hoe groter de woordenschat van een pm’er, hoe meer taalaanbod voor een peuter. Daarom hebben pedagogisch medewerkers een grote rol.’ Verder vindt Ragas de aansluiting met de basisschool erg belangrijk. Daar gaan kinderen verder met de taalontwikkeling. Het is volgens Ragas goed om met de taaltoets in beeld te brengen hoe het er op de verschillende vlakken voor staat. Suijker sluit zich hierbij aan. Ze vindt het belangrijk dat er een bepaalde ondergrens is voor het niveau waaraan voldaan moet worden. Den Dulk voegt nog een probleem toe dat in haar regio, Rotterdam, speelt: ‘In onze omgeving werden veel medewerkers vanuit andere culturen aangenomen om een opening te bieden naar de multiculturele samenleving. Laagdrempeligheid was belangrijk. Toen werd minder naar het taalniveau gekeken.’

Werktijd

De pedagogisch medewerkers maken binnen alle drie de organisaties de toets gewoon in werktijd. Ook bijscholing wordt vergoed. Binnen Stichting Kinderopvang Amersfoort wordt hierover nog wel getwijfeld. Suijker: ‘Tot nu toe hebben we alles voor de toets vergoed. We zijn nog bezig met hoe we de vergoeding voor bijscholing het beste vorm kunnen geven, want het zijn wel veel medewerkers die de bijscholing moeten volgen. In die tijd staan weer andere medewerkers op de groep.’

Consequenties

Wie de toets niet meteen haalt wordt niet meteen ontslagen. Er zijn twee toetsmogelijkheden voor de bijscholing. Na de bijscholing volgt nog één toets met nog één herkansing. En als die niet gehaald wordt? ‘Dan gaan we in gesprek’, geeft Suijker aan. Volgens Suijker kan een medewerker dan in ieder geval niet meer werken op een groep waar vve-kinderen worden begeleid. Suijker kijkt dan of de medewerker op een bso-groep of op een andere groep geplaatst kan worden. Ook medewerkers bij Korein hoeven niet bang te zijn dat ze bij zakken niet meer voor Korein kunnen werken: ‘De medewerker kan dan op een babygroep of op een bso-groep geplaatst worden. Bij een bso-groep is de taalbasis al gelegd en is de rol van de pm’er minder groot. De school heeft dan een grotere rol bij de taalontwikkeling.’ Marieke den Dulk geeft aan dat de mogelijkheden beperkt zijn: ‘In augustus moeten alle medewerkers voldoen aan de Rotterdamse eis. We zijn al vanaf 2011 bezig met het scholingstraject dus wij verwachten dat alle medewerkers uiteindelijk het juiste niveau behalen.’ Van de honderd personeelsleden zijn er nu zes die nog niet op niveau zijn, geeft Den Dulk aan. ‘Wij hebben geen groepen waarvoor de taaleis niet geldt. Dus we hebben niet de mogelijkheid om met mensen te schuiven.’

Hoe zit het met jouw taalvaardigheid? Ontdek het zelf en maak de toets!

Bewustwording

De managers zien niet heel grote veranderingen sinds de taaltoets er is. De grootste winst zien ze terug in de bewustwording die bij medewerkers is ontstaan. ‘Medewerkers zijn zich bewuster hoe ze aan de taalontwikkeling van een kind werken. Ook zijn ze hun eigen werk bewuster aan het controleren. Ze laten bijvoorbeeld teksten even door een ander nalezen. Daarbij zijn ze zich bewust dat het niet alleen om de taalfouten draait, maar ook om of de boodschap goed over komt’, zegt Suijker. Den Dulk heeft hier wel een kanttekening bij: ‘Het is een continu proces. Je moet er wel aan blijven werken.’

1 REACTIE

  1. Ikzelf als locatiehoofd heb het hele proces van de taaltoets van begin af aan doorgelopen: scholing, huiswerk en uiteindelijk ook de toets gemaakt. Ik kan zeggen dat het best wel pittig is. 
    P.m-ers vonden het goed /fijn dat ook ik, als leidinggevende, eens letterlijk kon ervaren wat zo’n toets nu precies inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken. 
    Petje af hoor voor alle pm-ers VVE, die hem al hebben gedaan of nog moeten halen!!

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.