BMK: ‘Haal belemmeringen voor inzet BBL-studenten weg’

Honderden BBL-studenten zoeken een leerwerkplek in de kinderopvang, maar managers lopen tegen belemmeringen aan bij de inzetbaarheid van deze studenten. De Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang wil dat deze belemmeringen opgeheven worden.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Volgens het Arbeidsmarktplatform Kinderopvang hebben zo’n vijfhonderd BBL-studenten (Beroepsbegeleidende Leerweg) interesse om in de kinderopvang te gaan werken, maar werkgevers kunnen deze studenten lang niet altijd inzetten. Zij lopen tegen belemmeringen aan, die onder meer gevormd worden door wet- en regelgeving op het gebied van voorschoolse educatie, de 3F-taaltoets en vanaf 2023 de babyscholing.

Gemiste kans

Volgens de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) een gemiste kans. Sharon Gesthuizen, voorzitter van de BMK: ‘Daarom schreven we op 25 september dit jaar hierover een brief aan Minister Slob en staatssecretaris Van Ark. In deze brief verzoeken wij om de belemmeringen waar kinderopvangorganisaties nu tegenaan lopen op te heffen, en wet- en regelgeving en de richtlijnen van de GGD hierop aan te passen.’

Middels deze brief verzoeken wij u om de belemmeringen op te heffen door in wet- en regelgeving en in de richtlijnen van de GGD op te nemen dat:

  • Een BBL-student, die een kwalificerende opleiding volgt voor de functie van pedagogisch medewerker, formatief mag worden ingezet volgens de bestaande richtlijnen op een VE-groep en vanaf 2023 op een babygroep.
  • Een BBL-student, die een kwalificerende opleiding volgt voor de functie van pedagogisch medewerker, formatief mag worden ingezet waarbij het volgen van het vak taal welke leidt tot kwalificering, voldoende is totdat de feitelijke kwalificering is behaald.

33 procent-regel

33 procent van het aantal beroepskrachten op een locatie mag bestaan uit pedagogisch medewerkers in ontwikkeling, student-werknemers en stagiairs. ‘De BMK is het eens met de 33 procent-regel waarbij niet meer dan 33 procent van de medewerkers die meetellen voor de bkr door BBL’ers mag worden ingevuld. Maar we vinden wel dat een aantal andere belemmeringen rond de inzetbaarheid van BBL-studenten, na het behalen van bepaalde competenties, moet worden aangepast. We doelen hiermee op de inzetbaarheid van BBL’ers op het gebied van voorschoolse educatie (VE) en vanaf 2023 op het gebied van babyopvang en de Taaleis 3F. De BMK vindt dit een gemiste kans. Het is voor de BBL student heel waardevol – juist vanuit het leerwerk- én kwaliteitsperspectief – als deze al tijdens de studie praktijkervaring kan opdoen op een VE-groep. De bedoeling van het leerwerktraject is niet voor niets de student juist in staat te stellen om het vak al lerende in de praktijk toe te passen. Zo kan de student eenmaal afgestudeerd, meteen aan het werk.’

ROC’s

De BMK merkt dat haar leden meer werken met stagiairs, omdat niet alleen het aantal studenten toeneemt maar ook doordat er veel openstaande vacatures zijn in de kinderopvang als gevolg van het tekort aan personeel. ‘Daarom hebben kinderopvangorganisaties er nu groot belang bij om samen met ROC’s na te denken over opleidingen waarin veel aandacht is voor kwaliteitseisen, en om deze opleidingen samen met ROC’s ook daadwerkelijk vorm te geven’, vertelt Hélène Smid van de BMK.

Toename BBL-studenten

‘Wij hebben een aantal van onze leden gebeld en gevraagd hoe zij tegenover deze toename van BBL’ers staan. Een opleidingscoördinator bij Bink Kinderopvang bevestigt dat het in tijden van recessie niet logisch was om als kinderopvangorganisatie aan de slag te gaan met BBL-klassen en mensen op te leiden die je geen baan kan bieden. Bink vertelt heel enthousiast te zijn over de BBL-klassen: “De grote vraag naar kinderopvang, creëert mogelijkheden om mensen op te leiden én te plaatsen. Daar maken we gebruik van omdat we zien dat het echt van meerwaarde is als je dit gezamenlijk, dus in samenwerking met een ROC, kan doen.”’

Samenwerking

Zo leidt Bink Kinderopvang ‘hybride’ op en werkt hierin nauw samen met ROC Midden-Nederland. Zij hanteren een vaststaand curriculum aan vakken (een wettelijke eis) en geven daarnaast een eigen invulling, bijvoorbeeld een ‘Gordon communicatietraining’ en de eigen pedagogische methode ‘spelend ontwikkelen’. Of een EHBO-training in samenwerking met een EHBO-trainer. ‘Andere BMK-leden schetsten een vergelijkbaar beeld en werken op een vergelijkbare manier samen met een ROC. Zij formeren BBL-klassen die les krijgen binnen de kinderopvangorganisatie en niet op het ROC. Drijfveer hiervoor is dat kinderopvangorganisaties zo invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit van de opleiding en het lesgeven.’

In een week tijd kreeg vakbond FNV 65 meldingen binnen bij het meldpunt voor stagemisbruik in de kinderopvang. Niet altijd is duidelijk hoe stagiairs wel en niet mogen worden ingezet op de groep. Wat zegt de cao Kinderopvang? Lees meer

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.