Monika Katinger – Postvakantiestemming

Bijna twintig graden verschil heeft ervoor gezorgd dat ik meteen de eerste dagen na mijn vakantie verkouden ben geworden. Hoofdpijn, hoesten, zweten, afwisselend koud en warm – lekker is anders.
En al zou je het op de meeste dagen aan de hand van het weer niet zeggen, er is toch nog steeds zomer en toch nog steeds vakantie. Dat is ook te merken in ons kinderdagverblijf. Er zijn duidelijk minder kinderen aanwezig op een dag en duidelijk meer invalkrachten dan normaal het geval is.
Zodoende kan ik op bijna al mijn werkdagen in mijn ééntje de kinderen van mijn groep opvangen. Ik vind het niet erg om alleen te werken. Het heeft zeker wat. De kinderen zijn meestal rustiger als ze maar een klein groepje vormen. Ze zijn gewilliger, vind ik. Ze hebben het ook goed door dat ze langer op hun broodje moeten wachten en sommigen van hen bieden hun “helpende” hand aan… Washandjes uitdelen, tissues in de prullenbak gooien, de juiste schoentjes van hun vriendje aan mij geven…ja, ze zijn meer opmerkzaam.
Ondanks mijn licht “gehandicapte ” toestand heb ik nog genoeg kracht om in ons nisje een zomers tafereeltje te creëren: de zon die ons vriendelijk toelacht, de blauwe wolken met een paar vliegers, de golven van de zee… Kinderen vonden het prachtig toen ze zagen hoe een bakje van margarine in een zeilbootje werd omgetoverd. Het zeil hebben ze zelf beplakt en de beide zijden van hun bootje hebben ze zelf geverfd. Een satéprikker vormt een prima mast.
Om de bootjes een tijdje in onze groep te laten dobberen moet ik soms al mijn overtuigingskracht gebruiken. Keisha en Sven zouden namelijk het liefst op dezelfde dag met hun bootje naar huis willen varen.
Als de kinderen slapen schrijf ik lange overdrachten om collega Petra die nu met vakantie is op de hoogte te houden. Vooral de tweede week voel ik wel, dat in je ééntje in de groep staan toch extra vermoeiend kan zijn – vooral mentaal. Je bent dan de enige die een ruzietje kan sussen, de enige die een snotneusje kan vegen, de enige die tegelijkertijd een poepluier moet verschonen en een huilend kind moet troosten. Ik heb wel alle begrip van mijn collega’s en als ik ’s avonds geen kinderen meer heb mag ik dan ook als eerste naar huis.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.