Blog Sanne Bosmans – Minderwaardigheidsgevoelens

De kinderopvangsector kampt met minderwaardigheidsgevoelens. Het antwoord om dit om te buigen in een krachtige branche ligt voor het oprapen; namelijk de pedagogiek.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Sanne Bosmans - Forsa!.jpg
'We willen allemaal toch dat alle kinderen in een professionele setting de ruimte krijgen om zich opt'imaal te ontwikkelen?!

Wat me opvalt is dat de kinderopvang zich vaak te klein maakt. Niet alleen de kinderopvang zelf, maar ook de ouders, politiek, wetenschap en andere sectoren geven vaak kritiek op de professionele opvoeding.

“Kinderopvang is slecht voor baby’s”, “Het MBO niveau van de PM’ers is onvoldoende”, “Kinderen moeten vanaf 2 jaar naar school”.

Ik geloof sterk dat iedereen die kritiek geeft, dit doet om de kinderopvang sector te versterken. We willen allemaal toch dat alle kinderen in een professionele setting de ruimte krijgen om zich optimaal te ontwikkelen?! Hoe dit gebeurt, is echter niet zo handig. De neiging is om de kinderopvang af te straffen, door te zeggen wat er niet goed gaat. Met als doel de sector zo te vormen, zoals anderen denken dat goed voor hen is.

Medewerkers geven dan terecht vaak een tegenreactie, door te melden wat wel goed gaat. Logisch, want ze zijn van onschatbare toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van het jonge kind. Dit proces zorgt alleen voor steeds meer voor ontkoppeling tussen de sectoren, terwijl we juist meer verbinding willen. Er ontstaat een win-verlies situatie, waarin de kinderopvang sector steeds meer in een verdom hoekje komt en aan zichzelf gaat twijfelen. De minderwaardigheidsgevoelens worden er niet minder op.

‘We verliezen het contact met het kind als we het kind zo willen laten gedragen zoals wij willen’

Dit principe geldt ook in de pedagogiek. We, (professionele)opvoeders, verliezen het contact met het kind als we het kind zo willen laten gedragen waarvan wij vinden dat goed voor ze is. Dit doen we vaak door te vertellen wat ze niet goed doen, te corrigeren (en te belonen). Kinderen ontwikkelen hierdoor minder zelfvertrouwen en de kans is groter dat ze minderwaardigheidsgevoelens ontwikkelen. Ze krijgen op deze manier niet de mogelijkheid om vanuit eigen kracht volledig te groeien en te bloeien.

In de pedagogiek komt er steeds meer bewustwording dat we kinderen meer zelfvertrouwen en innerlijke kracht ontwikkelen, door het belonen en straffen links te laten liggen. Dit doen we door uit te gaan van wat kinderen echt nodig hebben; verbinding. Een volwassene die echt contact met hen houdt.

‘Waardeer ieder zijn vak en professie, geef elkaar oprechte en concrete feedback, bundel krachten en groei.’

Dit is tegelijkertijd ook de sleutel om de minderwaardigheidsgevoelens van de kinderopvangsector om te buigen. De top-down houding vervangen naar een basis van gelijkwaardigheid. Wetenschap en praktijk zijn niet gelijk, net zo min als onderwijs en kinderopvang, maar de sectoren zijn wel gelijkwaardig. Als we dit als uitgangspunt nemen, dan komt er ruimte om van elkaar te leren en elkaar op te voeden. In het belang van het jonge kind.

Ik stel dan ook voor dat we leren van de pedagogiek: opvoeden zonder te straffen en belonen. Laten we vanuit een gelijkwaardige positie de verbinding met elkaar aan gaan. Geef elkaar eens een kijkje in de keuken. Waardeer ieder zijn vak en professie, geef elkaar oprechte en concrete feedback, bundel krachten en groei.  Heb vooral vertrouwen dat we samen meer weten dan alleen, niets voor niets is 1+1=11! Op deze manier houden we het contact met elkaar en kunnen we aan de behoefte van kinderen voldoen.

De vorige keer schreef Sanne een weblog over het nadenkstoeltje. In hoeverre is dit eigenlijk anders dan het strafstoeltje en wat willen we ermee bereiken? Lees haar weblog

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.