Blog Judith Kuiten – Structureren en grenzen stellen

De interactievaardigheden van pm'ers richting kind scoren nog altijd laag in de kinderopvang. Ook uit het laatste NCKO-kwaliteitsonderzoek bleek dat er op dit onderdeel amper vooruitgang is geboekt. Judith Kuiten bespreekt de zes interactievaardigheden in haar weblogs op Kinderopvangtotaal: wat het is, waarom is het belangrijk en hoe kun je jezelf daarin verbeteren. De laatste uit de serie: Structureren en grenzen stellen.
Blog Judith Kuiten - Structureren en grenzen stellen

‘Mag ik je meenemen naar de ambifiratoloog?’ Ik vertel even niet wat dat is en wat we er gaan doen. Wel zeg ik dat je even een mooi setje ondergoed aan moet trekken. Dat hoort erbij. ‘Kom op, wel even doorstappen door de grote witte hal waar een vreemd luchtje hangt. Bij de ambifiratoloog hoor je niet te laat te komen.’ We gaan even zitten in een kamer met wat stoeltjes. ‘Waarom pak je niet relaxed een tijdschriftje? Er liggen anders mooie glossy’s hoor.’

Niet weten wat er gaat gebeuren maakt alles extra spannend. Met de interactievaardigheid ‘structureren en grenzen stellen’ kun je een hoop van die spanning weghalen. NCKO zegt hierover: ‘Als kinderen weten waar ze aan toe zijn en als ze kunnen overzien wat er gaat gebeuren en wat er van hen verwacht wordt, zal dat bijdragen aan een gevoel van veiligheid.’ Juist hierom word ik altijd zo blij van dagritmekaarten op een groep. Waarop middels pictogrammen zelfs voor jonge peuters duidelijk is hoe de dag er in grote lijnen uitziet.


‘Niet zo fijn hè? Zo werkt het voor een kind ook als hij niet weet waar hij aan toe is’

Als mijn studenten tijdens de intervisie advies vragen over hoe zij om moeten gaan met een nieuwkomer op de groep, is mijn steevaste antwoord: ‘Geef het kind een wasknijper.’ Dat is natuurlijk op zichzelf een vreemd advies (maar het blijft wel hangen). De uitleg die erbij hoort is dat het kind met de wasknijper per dagritmekaart kan aangeven ‘waar’ hij is. Dat overzicht draagt bij aan het gevoel van veiligheid. Je structureert de (indeling van de) dag voor hem. Tegelijkertijd stel je hiermee ook grenzen.

Bij het stellen van grenzen ligt de nadruk nog vaak op wat er niet mag. Is het mogelijk om de nadruk meer te leggen op het ritme in plaats van op de regels? Er zijn kindercentra die in hun beleid hebben staan dat het woord ‘nee’ niet gebruikt mag worden. Krijgen deze kinderen dan wel genoeg grenzen? Absoluut. Alleen op een andere manier. Je kunt zeggen: ‘Nee, niet aankomen.’ Maar je kunt ook zeggen: ‘Die spullen zijn van mij. Kijk, dit is jouw speelgoed.’ De boodschap is hetzelfde maar het gevoel dat het oproept is anders. In dit laatste voorbeeld maak je meer gebruik van de interactievaardigheid ‘praten en uitleggen’. Als ik begrijp (of langzaam leer begrijpen) waarom iets niet mag, zal ik ook minder moeite hebben met de gestelde regel. En de mate van duidelijkheid draagt weer bij aan mijn gevoel van veiligheid.

Twee van mijn studenten gaven onlangs een presentatie. Ze deelden opgeblazen ballonnen uit in de klas. Één van de studenten hield een grote scherpe naald in haar hand en vroeg de klas de ogen te sluiten. Ik sloot mijn ogen maar voelde mij daar (op zijn zachts gezegd) niet zo prettig bij. Het bleef een minuut stil. Toen mochten ze weer open. Waarop de student zei: ‘Niet zo fijn hè? Zo werkt het voor een kind ook als hij niet weet waar hij aan toe is.’

Op dat soort momenten ben ik zo trots, dan spat ik bijna uit elkaar…

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.