Zijn ogen stralen als hij die ochtend binnenkomt. ‘Gaan we naar de Gonnies?’ roept hij enthousiast. Ik moet even bedenken wat hij precies bedoelt, zoals dat wel vaker het geval is als je met jonge peuters praat. Zijn moeder helpt ons: ‘Hij bedoelt de loopeendjes. Hij noemt ze zo omdat hij thuis zo graag de boekjes van Gonnie en Gijsje leest.’ We lachen even om de grappige verwoording.