Welke impact heeft corona op het jonge kind?

Hoe beïnvloedt de coronacrisis de levens van jonge kinderen? Maryse Nijhof, beleidsmedewerker van de BMK, sprak erover met BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma en aanspreekpunt namens de kinderopvang binnen de Beweging Tegen Kindermishandeling (BTK). Samen blikken ze terug én kijken ze vooruit naar een eventuele tweede golf.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
iStock

Wat betekent deze coronatijd voor de allerjongsten (0-4 jaar)?

‘Corona heeft op verschillende manieren impact op de allerjongsten. Kinderen hebben wekenlang binnen gezeten en een aantal kinderen zijn zelfs helemaal niet buiten geweest. Dat is voor kinderen natuurlijk niet goed.

Voor vierjarigen is de overgang naar de basisschool een grote stap. Voor een aantal vierjarigen is dat niet goed verlopen. Met name voor kwetsbare kinderen is de zomervakantie bovenop thuiszitten veel te lang. Belangrijke vaardigheden, zoals taal, krijgen een terugslag. Een aantal van deze kinderen zijn soms tot 6 maanden uit beeld geweest. Terwijl de focus op deze kinderen onafgebroken moet zijn. Ook is het wenproces van nul jarigen onderbroken. Is een baby net gewend, kun je na een onderbreking van een aantal maanden feitelijk weer opnieuw beginnen. Zeker voor jonge kinderen met bijvoorbeeld hechtingsproblematiek is een dergelijke onderbreking ernstig.’

Er is veel in touw gezet voor kinderen in kwetsbare gezinnen, vanuit de zorg, de kinderopvang en het onderwijs. Kunnen we iets leren, kijkend naar de afgelopen maanden? Wat ging goed en waar schoot het aanbod te kort?

‘Gelukkig hadden we (BOinK, Brancheorganisatie Kinderopvang en de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang in samenwerking met het Ministerie van SZW en de VNG) het snel voor elkaar dat de noodopvang ook voor kwetsbare kinderen toegankelijk was. De meeste kinderopvangorganisaties hebben dit goed opgepakt. Er werd actief contact onderhouden met gezinnen en waar nodig extra opvang aangeboden. De voorschool deed niet overal aan noodopvang voor kinderen uit kwetsbare gezinnen, dat is een slechte zaak. Voorscholen richten zich juist op kinderen en gezinnen voor wie extra ondersteuning juist erg belangrijk is. Mocht er een tweede golf komen, dan moet de opvang voor kinderen die gebruik maken van voorscholen beter georganiseerd worden.

Het zou beter zijn geweest als de kinderopvang meer regie had gekregen bij het organiseren van de noodopvang. Gemeenten hebben niet altijd goed zicht op waar kinderen het beste geplaatst kunnen worden in de noodopvang. De bereikbaarheid van de noodopvang is voor kwetsbare gezinnen heel belangrijk.’

‘De lock-down was zo uniek en overweldigend, dat dingen niet goed zijn gegaan’

‘Er is onvoldoende bij stilgestaan dat een grote groep hele jonge en kwetsbare kinderen uit beeld was verdwenen. De lock-down was zo uniek en overweldigend, dat dingen niet goed zijn gegaan. Hoe begrijpelijk ook dit mag geen excuus zijn. In zulke situaties moet de aandacht eerst uitgaan naar kwetsbare kinderen. Nu ging de aandacht eerst uit naar de kinderen van ouders met cruciale beroepen. Daar is een groot maatschappelijk belang mee gediend, maar het belang van de kwetsbare kinderen is ook groot. We gaan een terugslag zien. Dat is een verdrietige conclusie.’

Wat kunnen we de komende periode doen ter ondersteuning van deze gezinnen?

‘Kwetsbare kinderen moeten zo vroeg mogelijk in beeld komen. Laat leerplichtambtenaren bij huisbezoeken vragen of er kinderen jonger dan vier jaar zijn. Deel deze informatie met het professionele netwerk (kinderopvang, jeugdzorg) rondom het jonge kind.

Gemeenten moeten met het oog op een eventuele volgende coronagolf nu al afspraken maken met de kinderopvang over hoe kwetsbare kinderen in beeld kunnen worden gebracht. Borg een goede ketenaanpak en de actieve samenwerkingen die zijn ontstaan in de coronatijd. Om het kind heen staan jeugdteams, ouder-kind-teams, kinderopvang, enzovoorts. Zorg dat deze partners in verbinding zijn. Zo kunnen we nog pro-actiever en sneller reageren als kinderen niet meer in beeld zijn.’

‘Met elkaar moeten we aan het werk om de meldcode overal goed te implementeren’

‘Het effectief gebruik van de meldcode staan bij kinderopvang en onderwijs nog onvoldoende op het netvlies. Met elkaar moeten we aan het werk om de meldcode overal goed te implementeren.

De combinatie van armoede, taalachterstand, kwetsbaarheid zijn kenmerkend voor deze heel jonge kinderen. Daarmee is kans dat zij slachtoffer worden van huiselijk geweld en kindermishandeling ook veel groter. Zonder effectieve aanpak vergroot dit een steeds meer blijvende kansenongelijkheid.’

Dit is een artikel uit het Augeo magazine >>

0
1244
Maryse Nijhof
Maryse Nijhof
Maryse Nijhof is een aantal jaren werkzaam geweest als toezichthouder in de kinderopvang. Voordat zij als toezichthouder aan de slag ging, werkte zij als onderzoeker en adviseur in het onderwijs en de kinderopvang. Zij schrijft onder andere stukken over haar ervaringen als toezichthouder. Zo hoopt zij professionals in de kinderopvang meer zicht te geven op het werk als toezichthouder. Nu werkt zij als beleidsmedewerker bij de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.