Vervolggesprek over financiering IKC’s

Peter van Zijl (Quebble) haalde in zijn column de ideeën van Gijs van Rozendaal (voorzitter Kinderopvangfonds) aan over de financiering van IKC’s. In een nabeschouwing gaan Gijs en Peter dieper op het onderwerp in.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotolia

Peter: Wat vond je van mijn blog?

Gijs: Altijd leuk als mensen zich geïnspireerd voelen. En mooi dat je ook enthousiast bent over de mogelijkheden die kindcentra kunnen bieden voor kinderen. Je interpreteert overigens mijn uitspraak met een nuance die ik zo niet gezegd kan hebben.

Peter: Hoe bedoel je?

Gijs: Je refereert aan mijn pleidooi voor een derde pad van kindcentra als organisaties die zowel onderwijs als kinderopvang verzorgen vanuit één organisatie. Daarbij zeg je dat ik pleit voor “integrale kindcentra die wél helemaal worden gefinancierd door de overheid”. Terecht concludeer je dat dit tot oneerlijke concurrentie kan leiden. Wanneer je het zo zou doen en de kinderopvang dan daarnaast volgens de Wet kinderopvang zou financieren dan heb je geen level playing field meer.

Peter: Oké, maar hoe heb je het dan wel bedoeld?

Gijs: Op dit moment is er sprake van een publiek gefinancierd stelsel (het onderwijs) en een privaat gefinancierd stelsel (de kinderopvang). Ik heb aangegeven dat we het wettelijk mogelijk zouden moeten maken om zowel kinderopvang als onderwijs vanuit één organisatie aan te kunnen bieden. De vraag of je de financiering van de kinderopvang dan publiek (en daarmee waarschijnlijk ook gratis voor de ouders) of privaat organiseert staat daar relatief los van. Mijn stelling is dat dit een politieke keuze is. Ik heb aangegeven dat, ook als je de kinderopvang privaat blijft organiseren, kindcentra wettelijk te regelen zijn als publiek-private instellingen. Er is echter altijd wel één randvoorwaarde.

In alle gevallen moet het volgens mij zo worden dat er één financieringsmodel komt voor de kinderopvang, zodat het inclusieve karakter van de kinderopvang versterkt wordt. Dus als de keuze wordt ‘gratis kinderopvang’ (voor de ouders), dan moet dit zowel gelden voor de kinderopvangactiviteiten in de kindcentra als voor zelfstandige kinderopvangorganisaties. Als de keuze wordt ‘inkomensafhankelijke kinderopvang’ dan moet dit evenzeer gelden voor zowel kindcentra als zelfstandige kinderopvangorganisaties.

Dan blijft er een level playing field en gaat de keuze van ouders uit naar die organisatie die ze inhoudelijk prefereren en niet omdat ze daar goedkoper uit zijn. 

Peter: Helder. Maar toch gaf jij aan dat er een wezenlijk verschil was in hoe je toezicht moet houden op een publieke sector en hoe je toezicht moet houden op een private sector. Daar zag je toch een derde pad?

Gijs: Dat klopt, dan ligt daar de verwarring. Wat ik heb aangegeven is dat er soms veel onbegrip is over het toezicht in de kinderopvang, omdat het zoveel regeltjes stelt. Bijvoorbeeld gedetailleerde bkr-richtlijnen terwijl er in het onderwijs helemaal geen sprake is van bkr-regels of maximale klassengrootte enzovoorts. Dat komt omdat het toezicht op onderwijs als publieke sector zich kan richten op de kwaliteit en de opbrengst. Het toezicht op de kinderopvang (als private sector) daarentegen heeft per definitie ook het karakter van markttoezicht en het voorkomen van misbruik van marktmacht. Winstoptimalisatie of winstmaximalisatie is onderdeel van het DNA van een ondernemer. Toezicht moet er dus op toezien dat hier geen misbruik van gemaakt wordt. Vandaar dat je tot gedetailleerde regelgeving moet komen. Wat ik heb aangegeven is dat ik kansen zie om bij kindcentra (versmelting van onderwijs- en kinderopvangorganisatie) tot meer inhoudelijke vormen van toezicht te komen op de kinderopvang omdat ik ervan uit ga dat deze centra de facto geen winstoogmerk zullen hebben of dat de wetgever waarschijnlijk wel limieten zal stellen aan de mogelijkheden tot winstuitkering.

Peter: Moet ik in dat licht ook de initiatiefwet beoordelen die nu in de maak is om een winstklem op te leggen op de kinderopvang?

Gijs: Ik heb inderdaad begrepen dat daartoe een initiatief bestaat. En ja, ik kan me voorstellen dat als een dergelijke initiatiefwet aangenomen zou worden het toezicht op de kinderopvang meer inhoudelijk ingericht zou kunnen worden. Een dergelijke wet heeft echter ook breder impact dus je moet een dergelijke wet vanuit een veel bredere evaluatie beoordelen. Het hangt samen met de keuze voor een meer publiek of meer privaat karakter van de kinderopvang. Als regiegroep Kindcentra2020 is ons standpunt dat wij op dit punt geen keuze willen maken omdat het aan de politiek is hoe men dat wil.

Peter: Oké. Dank voor dit gesprek. Het wordt me zo wel weer beter helder hoe jullie een en ander zien.

Dit gesprek is naar aanleiding van de onlangs verschenen blog van Peter van Zijl: ‘Elk kind heeft recht op kinderopvang. Mee eens? Dan zou kinderopvang een basisvoorziening moeten worden. Hoe komen we dichterbij dat ideaal, waarbij elk kind van 0 tot 12 in een vloeiende lijn wordt gevolgd, ondersteund en gestimuleerd?’ Lees de blog

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.