Twee zwemdiploma’s: de verschillen

De zwembond KNZB kondigde dinsdag in Den Haag aan een nieuwe zwemlesmethode te gaan gebruiken, SuperSpetters. Het huidige ZwemABC van het Nationaal Platform Zwembad hoeft namelijk niet de enige weg te zijn naar een zwemdiploma. De verschillen op een rijtje.
Twee zwemdiploma's: de verschillen
Foto: ANP

ZwemABC:

– Het zwemdiploma bestaat uit drie tussendiploma’s: A, B en C.

– Volgorde waarin kinderen zwemslagen leren is vrij. De enkelvoudige rugslag, schoolslag, borstcrawl en rugcrawl komen, afhankelijk van de ontwikkeling van het kind, in willekeurige volgorde aan bod. Kinderen die lessen voor hun A-diploma, maken alleen oppervlakkig kennis met de borst- en rugcrawl. Die worden uitgebreider aangeleerd voor het B- en C-diploma.

– Ouders mogen zelf bepalen hoe vaak kinderen per week zwemles krijgen. Ook staat het hun vrij hoe lang kinderen per keer les krijgen. Voor het halen van het A-, B- en C-diploma staat 66 uur zwemles.

SuperSpetters:

– Het zwemdiploma bestaat uit één diploma. Kinderen die dit diploma hebben, kunnen zwemmen op het huidige zwemniveau C.

– De eerste zwemslagen die kinderen leren, zijn de borst- en rugcrawl, omdat kinderen deze slagen veel makkelijker en sneller beheersen.

– Kinderen halen het diploma binnen 10 maanden. Daarvoor moeten ze twee keer per week 3 kwartier naar zwemles. Na 64,5 uur zwemles hebben kinderen hun zwemdiploma.

– Kinderen moeten een badmuts en bril op. Ook moeten ze flippers aan.

Waarom wil de zwembond een nieuwe zwemmethode invoeren? Lees dit in het bericht SuperSpetters moet kinderen beter leren zwemmen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.