Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

(Pré)pubers op de bso: ‘Het is belangrijk dat je ze ziet’

Op de bso kom je in contact met kinderen in heel verschillende leeftijdsfasen: van schattige kleuter tot bijdehante puber. Hoe je het die kleuter naar zijn of haar zin kan maken weet je misschien wel. Maar de omgang met een puber kan een stuk uitdagender zijn. Hoe ga je met (pre)pubers om en hoe zorg je dat ook zij het nog naar hun zin hebben op de bso?
Foto: iStock

Yvonne van Sark werkt als adviseur bij Youngworks en is al jaren gefascineerd door de levensfase tussen kind en volwassene. Samen met Huub Nelis schreef ze het boek Puberbrein binnenstebuiten. Dit boek maakt inzichtelijk hoe jongeren zich tussen hun 10e en 25e jaar ontwikkelen en toont aan waarom ze juist dán behoefte hebben aan duidelijke grenzen en goede begeleiding. Yvonne: ‘Vanaf zo’n tien jaar zie je de eerste fysieke kenmerken van puberteit bij kinderen, maar ook veranderingen in het gedrag. Bij meisjes begint de puberteit vaak wat eerder dan bij jongens, ergens tussen hun 8e en 13e; bij jongens gemiddeld tussen de 9 en 14 jaar. Meiden lopen gemiddeld dus iets voor, wat je vaak al ziet in de groeispurt die net eerder start. Pubergedrag dat dan kan opspelen is bijvoorbeeld opstandigheid, een hang naar meer vrijheid en autonomie, minder meegaand, lamlendig en hele wisselende emoties. Het ene moment kunnen pubers ontzettend blij zijn, het andere moment kan het omslaan in verdriet of boosheid.’

Grenzen bewaken en onderhandelen

In de praktijk kan het ook voorkomen dat deze (pre)pubers niet meer naar de bso willen, maar ouders het prettig vinden als ze hier toch nog heen gaan. ‘Op de bso spelen ze binnen en buiten met vrienden en vriendinnen. Ik kan me zo voorstellen dat ouders dat liever hebben dan dat ze alleen thuis zijn en de hele tijd achter een scherm zitten’, aldus Yvonne. ‘Het zal voor sommige ouders een reden zijn om hun kind wat langer op de bso te laten dan het kind misschien zelf wil. Realiseer je dat als pedagogisch professional.’

‘Ga echt in gesprek, dat kan met deze leeftijdsgroep prima’

De combinatie van niet meer naar de bso willen en typisch pubergedrag maakt dat je daarom kan botsen met de oudere kinderen op de bso. ‘Belangrijk hierin is om te begrijpen door welke ontwikkeling deze kinderen heengaan. Jij als volwassen persoon kunt je dan alsnog irriteren aan dat gedrag, maar het is natuurlijk zaak om rustig te blijven. Besef dat de hersenen nog niet volgroeid zijn en dat het normaal pubergedrag is als ze ergens geen zin in hebben of tegendraads zijn. Toon begrip en empathie voor iemands gevoel of situatie.’ Let op: dat betekent niet dat je geen grenzen hoeft aan te geven – juist wel. ‘Maar in plaats van boos reageren of commanderen: ga echt in gesprek, want dat kan met deze leeftijdsgroep prima. Leg uit waarom bepaalde regels gelden en waarom je bepaalde dingen belangrijk vindt. Houd hieraan vast. Over minder belangrijke zaken kun je wellicht met ze “onderhandelen” of goede afspraken maken. Pick your battles. Laat ze een kwartiertje langer op de Nintendo Switch als ze vrolijk bezig zijn of laat ze wél die muffins bakken, ook al weet je dat dat suiker bevat.’

Vrijheid en inspraak

Puberexpert Yvonne van Sark
Puberexpert Yvonne van Sark

Bso-tijd is vrije tijd. Om te zorgen dat het ook echt als vrije tijd voelt na een lange dag school, wil je wel dat de oudere kinderen het naar hun zin hebben. Yvonne: ‘Dat kan door (pre)pubers meer vrijheid te geven waar het kan. Als je als puber continu het gevoel hebt dat je beperkt wordt in je vrijheid en autonomie, kan dat heel frustrerend zijn. De oudere kinderen kunnen bijvoorbeeld zelfstandig in een groepje naar een speeltuin of park dichtbij de bso, als je toestemming hebt van ouders. Bedenk dus als team wat voor mogelijkheden je daarin hebt.’

Daarnaast is het van belang om de activiteiten (ook) te laten aansluiten bij de oudere kinderen op de bso. ‘Een goede manier daarvoor is om de (pre)pubers inspraak te geven in de activiteiten. Vraag wat hun interesses zijn. Wat doen ze graag in hun vrije tijd? Welke artiesten of influencers vinden ze leuk? Zouden jullie daar iets mee kunnen doen op de bso? Als er leuke activiteiten uit voortvloeien, kun je ze ook betrekken bij de organisatie ervan. Misschien kunnen ze helpen met het opbouwen van een podium voor optredens of het maken van hapjes voor alle kinderen. Ook bij de dagelijkse bezigheden op de bso kun je de pubers laten helpen en verantwoordelijkheden geven. Denk aan nieuwe kinderen de weg wijzen of begeleiden met bepaalde dingen. Zo voelen ze ook dat ze de oudste op de groep zijn die al meer mogen en kunnen.’

Pubers ‘zien’

De gevoelswereld wordt bij (pre)pubers veel rijker. Ze maken van alles mee. Sommige kinderen zijn heel open en extravert, andere pubers kunnen juist naar binnen gaan keren of wat somberder worden. ‘Op zo’n moment hoef je niet de psycholoog uit te hangen’, aldus Yvonne, ‘maar kijk vooral of ze meekomen in de groep. Doet de puber mee met de activiteiten? Wordt hij of zij betrokken in gesprekken van anderen? Vraag hoe het gaat en wat hij of zij leuk vindt om te doen. Bedenk of je activiteiten kunt organiseren waarbij iedereen meekomt in de groep. Heb oog voor de oudere kinderen op de groep, observeer regelmatig. Uitsluiting gebeurt namelijk regelmatig bij deze leeftijdsgroep. Vooral bij de wat stillere pubers is het belangrijk dat je ze wel ziet.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.