Pedagogische test: Werken in een woonomgeving

In 2013 verscheen het pedagogisch kader. In tijdschrift Kinderopvang geeft de gastouderacademie van Vyvoj iedere maand een kijkje in dit boek. Loes Kleerekoper, auteur van het Pedagogisch kader 0-4 jaar, test graag de (pedagogisch kennis) van gastouders. Deze keer: Hoofdstuk 12, Werken in een woonomgeving
Pedagogische test: Werken in een woonomgeving

1. Waar probeert de gastouder bij de inrichting rekening mee te houden?

a)      Dat de kinderen altijd in dezelfde ruimte zijn zodat ze samen kunnen spelen.
b)      Dat ze alle kinderen altijd kan zien.
c)      Dat kinderen soms behoefte hebben aan privacy.

 

 

2.  Welke van de volgende uitspraken is juist?
a)      Spelenderwijs leren de kinderen om het speelgoed op de juiste plaats op te ruimen.
b)      Kinderen hoeven bij de gastouder niet op te ruimen, dat is de taak van de gastouder.
c)      Neerzetten van de knutselwerkjes van de kinderen geeft alleen maar rommel.

3.  Welke uitspraak over de buitenruimte is niet waar?
a)       Baby’s doen buiten andere ervaringen op dan binnen.
b)       Kinderen weten instinctief welke besjes giftig zijn en welke niet.
c)        Verharde paadjes zijn geschikt voor kinderen om te fietsen en steppen.

Klaar? Bekijk hier de antwoorden

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.