Ouders zijn zeer uitgesproken over het maken van winst in de kinderopvang. Slechts 6 procent van de ouders vindt dat kinderopvangorganisaties winst mogen maken en dat vrijelijk mogen uitgeven. Dat blijkt uit een peiling van Stichting Voor Werkende Ouders.
Stichting





Zouden ouders dat nog steeds vinden als dat betekent dat er minder kinderopvangplaatsen zullen zijn omdat de kleine ondernemer wordt ontmoedigd een bedrijf te starten of behouden?
Weet je nog, toen de kinderopvang een zaak was van gemeenten? Toen was alles heel erg duur, en wilden we door meer concurrentie de kinderopvang goedkoper maken. Dat lukte, en een heleboel mensen startten met een KDV of BSo, vaak in de buurt en ook wel flexibel voor de onmisbare beroepen.
En toen moest en zou de kwaliteit omhoog en werd alles zwaar gereguleerd. En dus duurder, en minder flexibel. En nu bijna weer een zaak van de gemeenten, want er mag geen winst gemaakt worden.
Zou het weer net zo goed worden als vroeger?
Heel netjes verwoord!
Een wezenlijk verschil tussen grote investeringsmaatschappijen die honderden/duizenden lokatie’s hebben al dan niet in verschillende landen die 1 doel hebben; winst voor de aandeelhouders. t.o.v. de kleine organisaties van 1 of enkele locaties.
Snap ook niet dat veel kinderopvanglocaties in giga grote dure villa’s zitten. Wie betaalt dat eigenlijk????
ondernemende kleinschalige opvang buitenspel gezet
Wat ik in deze discussie rondom winst in de kinderopvang mis, is de erkenning van kleinschalige, zelfstandige opvangorganisaties zoals eenmanszaken. In de publieke beeldvorming wordt “winst” vaak gezien als iets dat naar aandeelhouders of grote ketens vloeit. Maar voor zelfstandige ondernemers ís winst helemaal geen luxe of extraatje: het is simpelweg het salaris van de eigenaar, het inkomen waarmee je je eigen gezin onderhoudt.
Dat onderscheid lijkt in het debat volledig te verdwijnen. Terwijl juist kleine ondernemers vaak investeren bovenwettelijk: meer personeel op de groep dan vereist, hogere kwaliteit, meer persoonlijk contact, meer stabiliteit voor kinderen en ouders. Dat kost geld, dat vraagt inzet, en dat is óók maatschappelijke waarde. Toch worden zelfstandigen steeds in het “winsthokje” geduwd, alsof elke euro die overblijft automatisch verdacht is.
Wat mij opvalt in de uitkomsten van het onderzoek, is dat ouders vooral vrezen dat geld verkeerd besteed wordt of dat winsten weglekken naar bedrijven die niet in kwaliteit investeren. Dat is begrijpelijk. Maar het is jammer dat er niet wordt gekeken naar de groep die hard werkt, kwaliteit levert en geen enkele mogelijkheid heeft om “winst weg te sluizen”—omdat die winst simpelweg het loon vormt.
Het voelt wrang dat je als kleinschalige opvang — terwijl je vaak juist boven de normen werkt en extra personeel inzet om kwaliteit te borgen — steeds weer in het verdomhoekje wordt gezet. Alsof je profiteert, terwijl je in werkelijkheid elke dag vecht voor kwaliteit, continuïteit en betaalbaarheid.
Als we het hebben over maatschappelijke waarde, laten we dan óók de waarde van deze kleine, betrokken ondernemers meenemen. Zij zijn vaak de stabiele factor in een wijk of dorp, de opvang waar kinderen en ouders zich gezien voelen, waar kwaliteit geen marketingterm is maar dagelijkse praktijk.
Een eerlijk debat over kinderopvangfinanciering moet niet alleen gaan over grote ketens of modellen, maar óók over de zelfstandige professionals die met hart en ziel werken — en die net zo goed recht hebben op een gezond inkomen uit een verantwoorde, kwalitatieve onderneming.
Mooi verwoord, ik sluit mij hier volledig bij aan!
Hier sluit ik mij als kleine zelfstandige volledig bij aan