OESO-rapport: Nederlandse opvang onder de maat

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft het Nederlandse onderwijs internationaal vergeleken met onderwijsstelsels over de hele wereld. Ook onze voorschoolse opvang komt in het rapport uitgebreid aan bod. En daar valt volgens de OESO nog heel wat aan te verbeteren.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
OESO-rapport
Dat op de Nederlandse opvang niet altijd voorschools onderwijs wordt aangeboden ziet de OESO als een gemiste kans. - Foto: Fotolia

Volgens het OESO-rapport worden de mogelijkheden van voorschoolse opvang in Nederland onvoldoende benut. Weliswaar gaat 83 procent van de jonge kinderen naar een vorm van voorschoolse opvang, maar gemiddeld slechts zo’n twee dagen per week. Dat hangt samen met de relatief hoge kosten. Op Zwitserland en Luxemburg na heeft Nederland de duurste kinderopvang van alle OESO-landen.

Voorschools onderwijs

Maar niet alleen het schamele aantal uur dat kinderen hier doorbrengen op de opvang baart de OESO zorgen. Ook het feit dat op die voorschoolse opvang lang niet altijd voorschools onderwijs wordt aangeboden is volgens het rapport een gemiste kans. Want uit recent onderzoek blijkt dat goede voorschoolse educatie ervoor zorgt dat kinderen met minder achterstand beginnen aan de basisschool, en dus minder blijven zitten in de kleuterklas.

Kwaliteit omhoog

De OESO wil dus meer educatie in de voorschoolse opvang. En daarnaast moet de kwaliteit van die educatie omhoog. De sociaal-emotionele kwaliteit is volgens het rapport overal in orde. De pm’ers zien goed wat kinderen nodig hebben en reageren hier sensitief op. Ook scheppen ze een aangename sfeer op de groep. Maar de educatieve kwaliteit laat te wensen over, op zowel peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, als bij gastouders.

Om die educatieve kwaliteit omhoog te krijgen, doet de OESO drie aanbevelingen:

> Ontwikkel een nationaal curriculum

De meeste OESO-landen hebben een nationaal curriculum dat de ontwikkeling van baby’s en jonge kinderen beschrijft, en uitlegt aan welke ontwikkelingsdoelen er op welke leeftijd gewerkt moet worden. Nederland heeft deze ontwikkelingsdoelen slechts losjes beschreven voor kinderen tussen de twee en vier jaar. Voor kinderen onder de twee jaar staat er zelfs niks op papier. Daar moet aan gewerkt worden, vindt de OESO.

> Verhoog de opleidingseisen

De minimum opleidingseis van mbo voor pm’ers is laag vergeleken met andere OESO-landen. Daarnaast zijn er zorgen over de inhoud van de mbo-opleidingen. Hoger opgeleide pm’ers zouden de educatieve kwaliteit van de opvang verbeteren. Maar dat betekent volgens het rapport niet dat alle pm’ers hbo- of universitair geschoold moeten zijn. Er moet een ideale mix samengesteld worden van verschillende opleidingsniveaus.

> Integreer opvang en onderwijs

Net als veel andere OESO-landen zou Nederland de wetgeving, financiering en monitoring van opvang en onderwijs moeten integreren, en onderbrengen bij hetzelfde ministerie. En lokale samenwerkingen tussen scholen en opvangorganisaties moeten worden gestimuleerd.

Uit meerjarig onderzoek van de Universiteit van Utrecht blijkt dat na investering in de kwaliteit van pm’ers, zij beter scoren op educatieve ondersteuning van de kinderen. Reden voor de gemeente Utrecht om extra te investeren in een inhoudelijk kwaliteitskader voor educatie van het jonge kind. Lees meer

1 REACTIE

  1. Bij Sport KDV 't Sjoepkerke hebben wij PM-ers op HBO pedagogiek niveau, Deze kunnen de achterstand van een kind meten en bepalen wat te doen. Daarvoor staan diverse VVE programma's ter beschikking en het eigen vakmanschap. Zo ontstaat er voor ieder kind een passende oplossing. Verder willen wij het kind niet een labeltje aanhangen als dit naar het basisonderwijs gaat. Dit is gevaarlijk als er straks keuzes gemaakt moeten worden voor de toekomst een negatief rapport van de VVE testen kan dan zeer negatief werken terwijl de problemen van de peutertijd allang gecorrigeerd kunnen zijn. Wij zorgen ervoor dat ieder kind de aandacht krijgt die nodig is en ieder kind gaat met een schone lei naar het basisonderwijs. Van 16 kinderen in de groep naar meer dan 30 kinderen in de klas.
    Zef Knooren.
    Directeur Sport Kinderopvang Sjoepkar

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.