Nieuwe bkr voor baby’s biedt alleen schijnveiligheid’

Controleerbare regels in de kinderopvang, zoals het aantal vierkante meters of de beroepskracht-kindratio, bieden schijnveiligheid en zijn geen garantie voor kwaliteit. Ine van Liempd, psycholoog en promovendus aan de Universiteit van Utrecht, mist de fundamentele vraag die aan de invoering van deze regels vooraf hoorde te gaan: Hoe bieden we onze jonge kinderen de beste kwaliteit kinderopvang?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
AdobeStock

Dit schrijft Van Liempd, in de kinderopvang ook bekend als partner van bureau Akta, in een opiniestuk in Trouw. Dezelfde krant ging voor een reportage op zoek naar een kinderdagverblijf dat al werkt met de nieuwe ratio van één pm’er op drie baby’s. Maar deze locatie werd niet gevonden. Van Liempd vindt dat niet vreemd. ‘Je hoeft geen econoom te zijn om te snappen dat de kosten per kind door deze maatregel flink omhoog gaan’, schrijft zij.

Geslaagde lobby

Zij wijst erop dat er geen enkel wetenschappelijk onderzoek aantoont dat het verlagen van het aantal baby’s per medewerker tot een betere kwaliteit van opvang leidt. Toch is dit wel wat er vanaf 2019 van kinderdagverblijven geëist wordt. Een pedagogisch medewerkers mag dan maximaal drie baby’s onder haar hoede hebben in plaats van vier. Een geslaagde lobby, noemt Van Liempd de oorzaak van dit besluit. Maar niet één die is gebaseerd op wetenschappelijk inzicht.

Verticale groep

Tegelijk blijft de overheid de deur naar een alternatief voor de babygroep wagenwijd openhouden, schrijft Van Liempd: de verticale groep. ‘Zo’n groep mag maximaal bestaan uit zestien kinderen, van wie drie baby’s. En daar horen dan vier pedagogisch medewerkers bij. Een simpele rekensom laat zien dat vanaf volgend jaar vast veel baby’s niet in kleine groepen, maar in grote gemengde groepen worden ondergebracht. Dit is vast niet wat de voorstanders van deze maatregel voor ogen stond, maar een zeer waarschijnlijk effect ervan.’

Babytraining zonder eisen

Zij vraagt zich in haar opiniestuk af of dat nou de kwaliteitsverbetering is die was beoogd met deze maatregel. Zij wijst daarbij vooral op de uitdaging van de verticale groep om alle kinderen in verschillende ontwikkelingsfases tegemoet te komen. De verplichte babytraining die pedagogisch medewerkers op een babygroep moeten volgen, is nog zo’n regel waar de uitvoering halfslachtig is. Want er worden weinig eisen gesteld aan de inhoud van die training.

Vierkante meters

In tegenstelling tot het bieden van een prikkelarme omgeving voor baby’s, ziet Van Liempd meer kwaliteitsvooruitgang als kinderen in een ruimte zijn waar ze veilig kunnen exploreren, kruipen en lopen. ‘Een fundamentele discussie over de vraag hoe we onze jonge kinderen de beste kwaliteit kinderopvang kunnen bieden, ontbreekt’, concludeert Van Liempd. In plaats daarvan koos de overheid voor eenvoudig te controleren regels zoals de bkr-regels en het aantal vierkante meters per kind. Dat de laatstgenoemde regel voor alle typen groepen gelijk is, toont wat haar betreft aan dat deze regels alleen schijnveiligheid creëren. ‘Je kunt op je klompen aanvoelen dat in een groep met kinderen van verschillende leeftijden, er toch echt meer ruimte nodig is om zowel de kruipers als de renners een veilige en stimulerende omgeving te bieden.’

Lees het volledige opiniestuk van Ine van Liempd op trouw.nl

Het is niet voor het eerst dat iemand vanuit de kinderopvangsector aan de bel trekt over het averechtse effect dat de bkr-maatregel heeft. Eerder dit jaar liet Wilma Hendrix, bestuurder van KID kindercentra in Dongen zich kritisch uit in een opiniestuk dat in de Volkskrant werd gepubliceerd. ‘De invoering van de nieuwe babynorm leidt tot een daling van de kwaliteit, stabiliteit en capaciteit van de kinderopvang in Nederland’, schreef zij. Lees meer

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.