Meldpunt IKK laat zien dat regel en praktijk kunnen botsen

Uit het Meldpunt IKK van Brancheorganisatie Kinderopvang blijkt dat regels versus praktijk nogal eens botsen. Houders worstelen met de drie-uursregeling waardoor zij het pedagogisch beleid constant moeten aanpassen. Verder keuren inspecteurs de pedagogisch beleidsplannen soms af omdat volgens hen de uitwerking ‘niet concreet genoeg omschreven is.’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Adobestock

In totaal kwamen er in het eerste kwartaal van 2018 tachtig meldingen binnen bij het meldpunt. Alleen leden van de Brancheorganisatie kunnen een melding doen. De Brancheorganisatie maakte een rapportage van onderwerpen die vier keer of vaker zijn gemeld. Daarbij valt niet alleen de drie-uursregeling op en de kritiek die inspecteurs hebben op het pedagogisch beleidsplan, er komen ook veel meldingen binnen (14) over het vaste gezichten criterium.

Vaste gezichten criterium

Zoals de beide brancheorganisaties al eerder bij de staatssecretaris hebben aangegeven, geven ook kinderopvanghouders aan dat de strikte uitleg van vaste gezichten op de groep onwerkbaar is. Ook tijdens vakantieperiodes, studieverlof of langduriger ziekteverzuim lukt het organisaties niet om maximaal twee vaste gezichten voor kinderen te garanderen. Een ondernemer legt uit dat hij/zij het onbegrijpelijk vindt dat deze regel voor alle baby’s gelijk is: of een kind nou 4 uur of 5 dagen per week op de opvang is. Voor een baby die er iedere dag is, is het realiseren van maximaal twee vaste gezichten natuurlijk een stuk lastiger.

Drie-uursregeling

De administratie rondom de drie-uursregeling wordt als belastend ervaren. Dat komt niet zozeer door de uitvoering ervan, wel door alle regels er omheen. ‘Het is echt een goede regel, maar belachelijk om het continu vast te leggen en dan de ouders ook nog eens elke keer, als het verandert, een nieuw beleidsplan te sturen. (…) Wie dit verzonnen heeft, werkt zelf écht niet in de kinderopvang én heeft zéker niet te maken met flexibele opvang!’, aldus een melder. Volgens een houder van flexibele kinderopvang is de regel onuitvoerbaar en zijn ouders helemaal niet met de vraag bezig of er altijd wel genoeg beroepskrachten aanwezig zijn.

Pedagogisch beleidsplan niet concreet

Verder valt op dat GGD-inspecteurs sinds de inwerkingtreding van de Wet IKK vaak vinden dat bepaalde zaken niet concreet zijn uitgewerkt of beschreven in het pedagogisch beleidsplan.  Het gaat bijvoorbeeld om de omschrijving van de taken van stagiaires. Een houder heeft in het beleidsplan omschreven hoe zij omgaat met stagiaires. De inspecteur wil dat de taakomschrijving concreet wordt omschreven, ook nadat de houder aangaf dat het takenpakket van stagiaires afhankelijk is van de opleiding, het stageplan enzovoort en dus zeer wisselend is. Nog een houder heeft in het pedagogisch beleidsplan niet omschreven wanneer kinderen de stamgroep verlaten. Dit gebeurt namelijk niet omdat er maar één groep is. Na een gesprek wil de inspecteur toch dat omschreven wordt dat kinderen ook tijdens een incidenteel uitstapje de stamgroep niet verlaten.

Protocollen beleidsplan

De adviezen m.b.t. de pedagogische beleidsplannen variëren. Zo is er een inspecteur die ‘graag zou zien dat de pedagogische basisdoelen aangevuld worden op Interactievaardigheden in het bijzonder met betrekking tot “het bieden van emotionele veiligheid” en “respect voor autonomie”’. Een andere inspecteur mist het onderwerp ‘straffen en belonen’ en ziet het Pedagogisch beleid graag daarmee aangevuld. Verder wordt een verwijzing naar, bijvoorbeeld,  protocollen in het beleidsplan niet altijd als voldoende beschouwd.

Regionale verschillen

Houders die meerdere locaties hebben in verschillende regio’s zien dat de beoordeling per regio sterk verschilt. Het meest duidelijk werd dat uit de melding dat ‘daar waar de ene GGD-regio het Pedagogisch beleid als een voorbeeld voor andere organisaties bestempelt, vindt de andere regio hetzelfde Pedagogisch beleid onvoldoende concreet’.

Dialoog houder en inspecteur

Over de nieuwe manier van inspecteren, waarbij houder en inspecteur met elkaar de dialoog aangaan over pedagogische kwaliteit, valt in dit stadium nog niet wat te zeggen, aldus de Brancheorganisatie in de rapportage. Bij het meldpunt kwamen voorbeelden binnen waarbij het oordeel van de inspecteur na zo’n gesprek werd aangepast, maar er zijn ook houders die geen enkel verschil zien vergeleken met het toezicht oude stijl.

Overleg ministerie SZW

Ook het komende (tweede) kwartaal  is het voor leden van de Brancheorganisatie Kinderopvang mogelijk om meldingen te doen bij het Meldpunt IKK. De BK heeft de tot nu toe binnengekomen signalen gedeeld met de andere convenantpartijen en besproken met het ministerie van SZW.


Willekeur in toezicht: het is één van de meest gehoorde klachten vanuit de kinderopvang. Waarom lijkt in de ene gemeente alles te mogen, zolang je het als houder goed uitlegt, en waarom is in de andere gemeente regel ook echt regel? De Inspectie van het Onderwijs zocht het uit


 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.