‘Investeer liever in arme kinderen’

Dat minister Asscher de 100 miljoen euro extra alleen inzette voor de kinderopvangtoeslag van ouders met een hoger inkomen, is een stap in de verkeerde richting. Investeer liever in kinderopvang voor kinderen uit arme gezinnen. Dat levert meer maatschappelijk en economisch rendement op. Dit vindt en schrijft Aad de Booij, oud-directeur van de Amsterdamse kinderopvangorganisatie Partou, in tijdschrift Management Kinderopvang.
Kinderen tonen boeken die zij samen met oud-minister Gerrit Zalm hebben overhandigd aan de Voedselbank Nederland (2012).
Kinderen tonen boeken die zij samen met oud-minister Gerrit Zalm hebben overhandigd aan de Voedselbank Nederland (2012). - Foto: ANP

De Booij deed de afgelopen maanden onderzoek naar de gevolgen van langdurige armoede voor de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 5 jaar. De Booji is het eens met kinderombudsman Marc Dullaert, die onlangs de noodklok luidde. Één op de negen Nederlandse kinderen loopt het risico op een jeugd in langdurige armoede. Dit heeft behoorlijk negatieve gevolgen: sociale uitsluiting, onveilige hechting, slechte schoolprestaties, kinderen die angstig, afhankelijk en ongelukkig zijn.

Prioriteit

Rijksoverheid en lokale overheden zouden juist nu de prioriteit moeten geven aan de ontwikkeling en uitvoering van stimulerende programma’s voor deze doelgroep. ‘Kinderdagverblijven zijn de beste plek om deze programma’s uit te voeren en deze kinderen op te vangen.’

Onbetaalbaar

De Booij heeft met eigen ogen gezien hoe kinderen uit gezinnen met een laag inkomen als eerste van de opvang werden afgehaald na de bezuinigingen. Slechts een klein deel van de kinderen ging daarvoor in de plaats naar de peuterspeelzaal: het overgrote deel zit thuis (bij informele opvang). Omdat ouders hun baan verloren, werd de kinderopvang onbetaalbaar. De Booij is het dan ook niet eens met uitspraken dat de eigen bijdrage voor deze gezinnen zo laag was, dat dat nooit de reden van het opzeggen kon zijn.

Omzet

De 100 miljoen euro die Asscher dit jaar weer in de kinderopvangtoeslag investeert, gaat naar de hoge inkomens. De Booij begrijpt wel dat dat op het eerste oog meer omzet voor de kinderopvang oplevert, maar waarschuwt toch dat het bedrijfseconomisch belang van gezinnen met een laag inkomen niet mag worden onderschat.

Groepsstabiliteit

‘In de laatste groeifase waren in Amsterdam Zuidoost de kinderdagverblijven juist in de armere buurten maximaal bezet. Die locaties staan nu leeg. (…) De opvangbehoefte is voor het merendeel van deze kinderen vier tot vijf dagdelen per week. Je hebt zo bovendien meer groepsstabiliteit en stafstabiliteit.’

Maatschappelijke voorziening

Dat uitgerekend een maatschappelijke voorziening als de kinderopvang geen rol meer kan spelen in de ontwikkelingskansen van kwetsbare kinderen vindt De Booij zorgwekkend. ‘Voorkomen van achterstanden is goedkoper en effectiever dan op latere leeftijd inhalen van achterstanden. Kinderdagverblijven zijn daarom, mits gewerkt wordt met goede programma’s en de kinderen minimaal vier dagen per week komen, de meest aangewezen plek voor deze kinderen.’

Lees meer in Management Kinderopvang.

1 REACTIE

  1. Begrijpelijke reactie van heer de Booij. Echter hoge inkomens worden in alle toeslagen sterk genivelleerd. Rekeningen welke men zelf dient te betalen zijn soms astronomisch. Hoog inkomen of niet: beide dienen mee te kunnen opteren in de toeslag. Het is te makkelijk om er maar altijd vanuit te gaan dat financieel minder bedeelde het niet meer kunnen opbrengen. Tuurlijk bestaat die groep: maar ook een grote groep heeft gewoon een verkeerd uitgavepatroon. Wiens verantwoording is dat? Ik vind het te makkelijk bekeken.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.