Groei over 2015 kent veel schaduwkanten

De CBS-cijfers over 2015 lieten een positieve trend zien. Voor het eerst kwamen er weer meer kinderen naar de kinderopvang. Maar na een analyse van deze cijfers door advies- en onderzoeksbureau Buitenhek, mogen de slingers en vlaggen weer terug in de kast.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Groei bso krimp.jpg
Meer dan 90 procent van alle gemeenten in Nederland krijgt te maken met een krimp van het aantal kinderen van 4-12 jaar. - Foto: Panther Media

De groei van het aantal kinderen dat in 2015 recht had op kinderopvangtoeslag is vrijwel volledig toe te schrijven aan de groei in de bso. Over 2015 rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)  een stijging van 3 procent van het gebruik van buitenschoolse opvang. Dat komt neer op een groei van 10.000 kinderen.

Groei bso

Onderzoekers van Bureau Buitenhek vermoeden dat vooral demografische ontwikkelingen doorslaggevend zullen zijn of de bso in 2016 verder groeit. Zij hebben hun twijfels bij het effect van de hoge kinderopvangtoeslag en de dalende werkloosheid. Bij de 0-4 opvang hebben deze factoren namelijk niet geleid tot meer gebruik van dagopvang.

Bezuinigingen

Terwijl de vraag naar buitenschoolse opvang tussen 2011 en 2014 met 7 procent afnam, daalde het aantal kinderen van 4-12 jaar in Nederland met 3,5 procent. Zeker de helft van de krimp van die jaren is volgens Buitenhek toe te schijven aan deze demografische ontwikkeling. De andere helft is volgens Buitenhek toe te schijven aan de bezuinigingen en toenemende werkloosheid, maar een hoog percentage is dat niet.

De CBS-cijfers leken op het eerste oog nog zo gunstig. Voor het eerst in drie jaar gingen er meer in plaats van minder kinderen naar de opvang. De Belastingdienst keerde vorig jaar voor 767.000 kinderen kinderopvangtoeslag uit. Dat is een stijging van 12.000 ten opzichte van 2014. Bekijk de cijfers

Krimp basisschoolkinderen

Meer dan 90 procent van alle gemeenten in Nederland krijgt te maken met een krimp van het aantal kinderen van 4-12 jaar. Deze krimp kan oplopen tot meer dan 15 procent, zoals in Haarlemmermeer, Pijnacker-Nootdorp, Gooise Meren en Soest. In grote steden als Utrecht en Amsterdam, maar ook in de gemeente Rijswijk groeit het aantal kinderen in deze leeftijdsgroep juist met meer dan 10 procent. In eerstgenoemde gemeenten is het demografisch gezien onmogelijk dat de vraag naar buitenschoolse opvang het niveau van 2011 zal overtreffen. Een toename van het gebruik van buitenschoolse opvang kan alleen worden gerealiseerd door een toename van het gemiddeld aantal uren per kind.

Instroom baby’s

De cijfers van de opvang van 0-4 jaar van het CBS laten zien dat er in deze groep geen groei is geweest in 2015. De cijfers lijken te stagneren. Zorgelijk vindt Buitenhek het dat de instroom van baby’s in de kinderopvang blijft dalen. Begin 2012 kwamen er nog 56.217 baby’s naar de kinderopvang. Dit waren er in 2015 nog 39.700. Het CBS heeft in de cijfers geen rekening gehouden met de hamonisatie van peuterspeelzaalwerk waardoor een groep kinderen opeens onder de kinderopvangtoeslagregeling is gaan vallen. Dat meegerekend, is er waarschijnlijk sprake van krimp in de 0-4 opvang.

Begrotingsmeevaller

Tot slot hebben de onderzoekers gekeken naar de overheidsuitgaven aan kinderopvang in 2015. Ondanks extra investeringen in kinderopvangtoeslag, was er ook over 2015 sprake van een begrotingsmeevaller van 425 miljoen euro. Buitenhek ziet deze extra middelen echter nog niet ‘landen’. Zowel de totale omzet als de Rijksbijdragen aan kinderopvang namen in 2015 verder af.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.