Gebruik kinderopvang in 2015 nog hoger

Twee weken nadat het CBS met cijfers over het gebruik van kinderopvang in 2015 kwam, komt het ministerie van Sociale Zaken (SZW) ook met cijfers van 2015. De stijging van het aantal kinderen in de kinderopvang ziet er in deze actuelere cijfers nog rooskleuriger uit.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Cijfers gebruik Ko 2015 SZW.jpg
De groei van het aantal kinderen in de kinderopvang was vooral te zien in de leeftijdsgroep 8-12 jaar. - Foto: Fotolia

Het aantal kinderen dat gebruik maakte van kinderopvang in 2015 steeg met 19.000 ten opzichte van 2014. Dit meldt minister Asscher van Sociale Zaken in een Kamerbrief. In 2015 gingen 774.000 kinderen die recht hadden op kinderopvangtoeslag naar de kinderopvang. In 2014 waren dit nog 628.000 kinderen. In de eerdere cijfers van het CBS werd een toename van 12.000 kinderen genoemd tussen 2014 en 2015.

Bso en gastouderopvang

Deze stijging is vooral zichtbaar in de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang. In 2014 was het aantal kinderen in de bso nog 347.000, in 2015 was dit 359.000. In de gastouderopvang nam het aantal kinderen in een jaar tijd toe van 136.000 naar 143.000.

Lagere inkomens

Er staat niet alleen goed nieuws in de brief van Asscher. Het aantal kinderen dat naar de kinderopvang ging in 2015 daalde onder ouders in de inkomensklasse tot 1,5 keer modaal. In de inkomensklasse 1,5 tot 3 keer modaal steeg het aantal kinderen juist. Dat betekent dat de kinderopvang meer en meer een voorziening is geworden voor kinderen uit hogere inkomensgroepen.  Verder nam in de meeste inkomensgroepen het aantal uren kinderopvang  per kind af. Gemiddeld was het aantal uren kinderopvang per kind in 2014 nog 29,2 uur. In 2015 was dit 57,6 uur. Vooral in de dagopvang (kinderdagverblijven) nam het aantal uren af.

Dat juist het gebruik van kinderopvang onder lagere inkomens afneemt, is voor minister Asscher reden om het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzoek te laten doen naar de oorzaken. Is kinderopvang voor deze groepen te duur? Is er minder behoefte aan opvang? Of spelen er andere redenen? Lees hier wat het SCP onderzocht en ontdekte over deze inkomensgroepen >>

Stijging 8-12 jaar

In de tabel van het ministerie (pagina 7 in de brief)  is goed te zien hoeveel procent van het totaal aantal kinderen in een leeftijdsgroep naar de kinderopvang gaat. Hoewel dat bereik het grootst is bij peuters (2- en 3-jarigen) is hun aanwezigheid in 2015 wel afgenomen. Die daling is te zien in alle jaargangen tussen 0 en 6 jaar. Vanaf 6 jaar en ouder neemt de vraag naar kinderopvang juist toe. De groei is het grootst onder 8-12 jarigen.

Meer kinderdagverblijven

Ondanks vraaguitval in de afgelopen jaren tot vorig jaar, groeit het aantal locaties nog steeds. Dat is gedeeltelijk te verklaren door de harmonisatie van peuterspeelzalen naar kinderdagopvang. Uit een peiling in januari 2016 blijkt dat het aantal locaties voor kinderdagopvang stijgt ten opzichte van alle kwartalen in 2015. Het aantal bso-locatie schommelt iets. Het aantal gastouders neemt al jaren af en ook nu nog. In totaal zijn er nu 34.504 gastouders. Dit waren er in 2012 nog 48.887.

Uurtarief kinderopvang

Het ministerie heeft ook gekeken naar de ontwikkeling van de uurprijs in de kinderopvang. Daar valt op dat het verschil tussen minimum en maximum uurtarieven steeds dichterbij elkaar komt te liggen. Bso’s en gastouders hanteren gemiddeld hogere uurtarieven dan het maximale uurtarief waarover ouders kinderopvangtoeslag krijgen. Kinderdagverblijven liggen gemiddeld 1 cent onder de maximum prijs.

Tot welke conclusie kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs over het gebruik van kinderopvang in 2015? Lees meer in dit artikel

Arbeidsparticipatie

Over de arbeidsparticipatie van ouders valt niet heel veel spannends te melden n.a.v. de brief van de minister. De arbeidsparticipatie van moeders is de afgelopen twee jaar redelijk constant gebleven. De daling van de arbeidsparticipatie van alleenstaande moeders is wat afgeremd in 2015. Ook voor mannen en vaders blijkt er weinig verschil tussen 2014 en 2015.

Jaarcijfers ministerie

Tot slot maakt minister Asscher in zijn brief bekend voortaan geen jaarlijkse cijferbrief meer te versturen. In het jaarverslag en de begroting staan al dezelfde kerncijfers genoemd dus het is een herhaling van informatie. Verder wordt gekeken of enkele kerncijfers in de kwartaaloverzichten anders vormgegeven kunnen worden. Het komt nu te vaak voor dat inkomens- en gebruikersgegevens achteraf moeten worden bijgesteld. Dit komt omdat de Belastingdienst het gebruik en het inkomen pas na afloop van het jaar definitief vaststelt.

Download hier de Kamerbrief van minister Asscher met alle cijfers, tabellen en informatie >>

1 REACTIE

  1. Rooskleurig of Roze Bril?
    Voor meer kinderen Kinderopvangtoeslag, maar per kind minder uren. Vooral bij peuters is de aanwezigheid in uren afgenomen. Verklaring: Geen echte groei van kinderdagopvang maar effecten grootschalige omvorming van peuterspeelzalen tot kinderdagopvang. Proces zet zich door in 2016 en 2017. Vraag: Waarom zegt Asscher daar niets over? #framing ?

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.