De beroepskracht-kindratio na 2018

Minder baby’s en juist meer 7-plussers per pedagogisch medewerker. Deze regelwijzigingen houden de gemoederen flink bezig sinds het IKK-akkoord tussen het ministerie van Sociale Zaken en branchepartijen gesloten is. In het wetsontwerp wordt voor het eerst duidelijk hoe de beroepskracht-kindratio (bkr) er na 2018 exact uit komt te zien.
1ratio-IKK.jpg
Voor alle kinderen is een vertrouwde beroepskracht op de groep van belang

Duidelijk is dat de bkr-regels voor verticale groepen gunstiger uit lijken te pakken dan voor horizontale groepen. Daar springt vooral de vernieuwde ratio voor baby’s eruit. Op een horizontale groep mag een pm’er drie baby’s onder haar hoede hebben. In de leeftijdsgroep 1-2 jaar mag één pm’er vijf kinderen opvangen. In de verticale groep bestaat geen aparte ratio voor 0-1 jaar, alleen voor 0-2 jaar. Daar mag één pm’er vier kinderen van 0-2 jaar onder zich hebben.

Verticale groep

Babygroepen van 0-2 jaar mogen maximaal 16 kinderen tellen. Het aantal pedagogisch medewerkers is dan vier. In volledig verticale groepen van 0-4 jaar gelden specifieke eisen voor het maximum aantal kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie. Zo mogen op een verticale groep van 0-4 jaar waar 14 kinderen worden opgevangen, maximaal 8 kinderen jonger zijn dan één jaar. Peuterspeelzalen hanteren na 2018 dezelfde rekenmodellen als de dagopvang, met als verschil dat de ratio voor baby’s voor hen niet relevant is.

Rekenformule

Wat de rekensom enigszins bemoeilijkt, zijn de bijkomende rekenregels. Er is een speciale rekenformule toegevoegd die van invloed is op de ratio. Het is een vrij ingewikkelde formule die uiteindelijk op het getal 1 moet uitkomen. Als dit hoger is dan 1 (dat kan al vanaf 1,1 zijn), is da reden om een extra beroepskracht voor die groep in te roosteren.

Dit is de letterlijke rekentabel uit het wetsontwerp voor dagopvang en peuterspeelzaalwerk:

Extra rekenformule

1. Indien in een stamgroep een kind van 0 tot 1 jaar aanwezig is, wordt naast tabel 1 tevens voldaan aan de hiernavolgende rekenformule. Indien niet wordt voldaan aan de rekenformule en de uitkomst van de rekenformule een getal groter dan 1 oplevert, bijvoorbeeld 1,01, wordt het op grond van tabel 1 benodigde minimaal aantal in te zetten beroepskrachten met 1 verhoogd. De rekenformule luidt als volgt:

(A + ((B +C + D) / 1,2)) / E ≤ 1
A = aantal kinderen van 0 tot 1 jaar / 3.
B = aantal kinderen van 1 tot 2 jaar / 5.
C = aantal kinderen van 2 tot 3 jaar / 6.
D = aantal kinderen van 3 tot 4 jaar / 8.
E = benodigde minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van tabel 1. 2.
In een situatie waarin het toevoegen van 1 kind leidt tot een op grond van tabel 1 en rekenregel 1 kleiner aantal benodigde beroepskrachten, wordt het aantal benodigde beroepskrachten met 1 verhoogd.

Buitenschoolse opvang

Er is ook een speciaal rekenmodel gemaakt voor de bso. Ook daar tekent zich een andere ratio af in een horizontale dan een verticale groep. In een groep binnen de leeftijdscategorie 4-7 jaar, mag één pm’er maximaal 10 kinderen opvangen en twee pm’ers 20 kinderen. Is de groep voor 4-12 jarigen, dan mag één pm’er 11 kinderen opvangen en twee pm’ers 22. Dat betekent wel dat er maximaal 9 van de 11 kinderen jonger dan 7 jaar mogen zijn. Vanaf dat een kind 7 jaar is, mag een pm’er 12 kinderen opvangen. De maximale groepsgrootte voor deze kinderen mag 30 kinderen bedragen. Hier moeten dan wel drie pedagogisch medewerkers op staan.

Hier staat het rekenmodel voor de buitenschoolse opvang:

Vaste gezichten

Een tweede belangrijke aanpassing is het vaste gezichtencriterium. Voor alle kinderen is een vertrouwde beroepskracht op de groep van belang, maar voor baby’s weegt dit belang extra zwaar. Uit onderzoek blijkt: hoe vertrouwder de volwassene, hoe beter de stressreductie. Voor baby’s gaat na 2018 gelden dat ze twee vaste gezichten toegewezen moeten krijgen en één van deze gezichten moet op de dagen dat de baby op de groep is aanwezig zijn. Als de groep zo groot is, dat er drie pm’ers op staan, mogen dit maximaal drie vaste gezichten zijn.

Maximaal twee groepen

Als de dagen per week variëren omdat ouders een flexibel pakket afnemen, hoeven kinderopvangorganisaties niet aan dit vaste gezichtencriterium te voldoen. Nieuw is dat kinderopvangorganisaties straks verplicht zijn om ouders en kind te informeren over de groep waar het kind naartoe gaat en welke pm’ers er die dag op de groep staan. Een kind mag op de dagopvang gebruikmaken van maximaal twee groepsruimtes.  In de peuterspeelzaal was dit maximaal één ruimte, maar dit gaat veranderen naar twee. Overigens valt spelen in een andere ruimte vanwege een speciale activiteit niet onder deze regel.

Lees meer over de wijzigingen van kwaliteitsregels in het Ontwerpbesluit Kwaliteit Kinderopvang en Peuterspeelzalen

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.